Van zweethokje tot pedel: Universiteit Leiden toont rituelen tijdens 444-jarig bestaan

DEN HAAG - Oraties, de pedelstaf, het votum en toga's. Als je zelf geen band hebt met een universiteit, dan heb je misschien geen idee waar dit allemaal over gaat. Deze zomer zou daar zomaar eens verandering in kunnen komen. Ter gelegenheid van het 444-jarig bestaan organiseert de Universiteit Leiden namelijk exclusieve rondleidingen achter de schermen. Voor iedereen wel te verstaan: Leidenaren, dagjesmensen en toeristen.

Een beetje een gek getal is het misschien wel, 444. 'Wij zijn de oudste universiteit van Nederland', vertelt Dirk van Vugt. Hij is student geschiedenis en een van de rondleiders. 'We vieren elke vijf jaar wel een feestje', legt hij uit. 'We hebben dat gedaan bij 440 jaar. Bij 450 gaan we dat ook weer doen. Maar die feestjes zijn altijd heel erg plechtig. 444 is gewoon een leuk nummer. We doen heel veel met het getal vier. En we betrekken de omgeving erbij, want veel mensen kennen de universiteit natuurlijk wel, maar veel dingen hebben ze nog nooit van binnen gezien.'

De rondleiding start voor de deur van het Academiegebouw aan het Rapenburg 73. Ooit was het een nonnenklooster. Sporen van de aanwezigheid van de nonnen zijn nog zichtbaar in de garderobe. Het loont ook de moeite om eens naar het plafond te kijken. 'Echt zo'n kloosterplafond', mompelt een bezoekster. Nadat de nonnen weg waren, werd het de eerste collegezaal van de universiteit. Waar je nu je jas ophangt, zaten lang geleden filosofen.

Hora est!

Krakende trappen en smalle gangetjes brengen de bezoekers langs stijlkamers, toga's en het kamertje van de pedel; de universiteitsmedewerker die allerlei zaken regelt rondom promotieplechtigheden en andere ceremonies. 'Hij stelt de studenten op hun gemak met een pepermuntje. Als dat niet helpt, schenkt hij een borreltje', vertelt Dirk. Na afloop van de plechtigheid is het ook de pedel die 'hora est' - het is tijd - uitroept.

Nog zo'n typisch Leids ding is het bekende 'zweetkamertje' waar afgestudeerden hun naam op de muur mogen schrijven met een scherp geslepen potlood. Op de muren prijken ook namen van leden van de koninklijke familie en die van Erik Hazelhoff Roelfzema; de Soldaat van Oranje. 'Is hier iemand wiens naam op de muur staat?', vraagt Dirk tijdens de rondleiding. Er gaat één vinger omhoog. 'Dan gaan we die even zoeken', lacht hij. Dat valt nog niet mee. De naam wordt niet gevonden.

P.J. Veth

De tocht gaat verder naar het naastgelegen P.J. Veth-gebouw, met uitzicht op de Hortus Botanicus. Tegenwoordig zit de Faculteit Geesteswetenschappen erin, maar oorspronkelijk was dit het Botanisch Laboratorium en Rijksherbarium. In 1965 beschikte het herbarium onder meer over 2,5 miljoen planten en 2500 meter boeken. Vanuit het raam kijk je naar de Hortus Botanicus. Indrukwekkend is ook de voormalige bibliotheek Thysiana, symbolisch voor de rijke boekencultuur die de universiteit had.

Tradities en rituelen, daarin blinkt de universiteit uit. 'Veel meer dan in Amsterdam waar ik zelf heb gestudeerd', herinnert een bezoekster zich. 'Dat was heel anders. Een heel modern gebouw.' In de jaren zeventig zijn daar veel tradities overboord gegooid. Dat was de tijd van vernieuwing. In Leiden speelde dat veel minder. Daar zijn de tradities gebleven.

Dol op tradities

Dirk kan het beamen: in Leiden zijn ze nogal van de universitaire tradities. 'Wij zijn aan de ene kant een hele moderne universiteit in Leiden en Den Haag en met 30.000 studenten. Maar daar gaat wel 444 jaar aan geschiedenis aan vooraf. Uiteraard vind ik als geschiedenisstudent dat je die moet vasthouden. Het is mooi dat wij hier dingen hebben die andere universiteiten niet hebben.'

De rondleidingen in het kader van het 444-jarig jubileum kun je volgen tot en met 16 augustus.

LEES OOK: Leiden herinnert zich historisch bezoek Bush senior in 1989

Deel dit artikel: