'Mijn vader werd gemarteld en neergeschoten in Jappenkamp'

DEN HAAG - 'Ik word vaak wakker van afschuwelijke dromen over het bajonetteren van drie jonge mannen in het opvangkamp Jaarbeurs te Bandung. De ongelukkigen waren geboeid en vastgebonden met de handen tegen de muur van een gebouwtje. Na afloop van de executie mochten de lichamen niet worden verwijderd. Ze moesten een tijd blijven liggen.'

De opgeschreven herinnering staat in het dagboek van Hans Kampschuur. Het verhaal wordt opgelezen door zijn dochter Monique. 'Dit is zijn verhaal. Dit is waarheid. Snap je?', zegt de Haagse. 'Het komt allemaal terug in zijn dromen. Hij beleeft het kamp opnieuw. Daarom schreef hij alles van zich af. Hij is gemarteld. Hij is neergeschoten. In het kamp is zijn tong gesplitst, waardoor hij een periode niet heeft kunnen praten. Tot aan zijn laatste dag zat het in zijn hoofd. Het is je vader die het allemaal heeft meegemaakt. Het blijft heftig.'

Het is je vader die het allemaal heeft meegemaakt. Het blijft heftig.
Monique Kampschuur

Het verhaal van de inmiddels overleden Hans Kampschuur is een van de verhalen van de inmiddels ruim twee miljoen mensen die in Nederland wonen met wortels in Nederlands-Indië. Op 15 augustus 1945 kwam er officieel een einde aan de Tweede Wereldoorlog voor het Koninkrijk der Nederlanden. Op die datum worden elk jaar de slachtoffers van de Japanse bezetting van Nederlands-Indië en de directe gevolgen daarvan herdacht.

Japanse foto

'Mijn vader is geboren in 1921. Tot 1942 hebben ze een hele leuke tijd gehad', vertelt Monique. 'Tot de oorlog uitbrak. Toen ging het mis.' Kampschuur werd gevangengenomen en gedeporteerd. 'Waarschijnlijk om dwangarbeid te doen.' Monique laat een foto zien van haar vader. 'Dit is nog erger, want op deze foto weet hij ook niet wat er gaat komen. Het kan zijn dood betekenen. Hij kan geëxecuteerd worden. Je weet het niet.'


Het verhaal achter de foto is bijzonder. Het plaatje is namelijk genomen door een Japanner. 'Mijn vader vertelde dat de Japanner last kreeg van zijn geweten. De foto is via iemand bij ons terechtgekomen. Maar hoe dat precies is gebeurd, weet ik niet. Het is het lot.'

Samba à la Papa

In 1950 kwam Kampschuur naar Nederland. Veel over de oorlog vertelde hij niet, zegt Monique. 'Zoals alle anderen die dit hebben meegemaakt. Pas later kwam het terug, waarschijnlijk ook met die dromen. Hij wilde ons geen trauma bezorgen. Hij is voor ons altijd een goede vader geweest. Alleen is hij een strenge vader geweest, maar het maakt ons wie we zijn. Wij helpen andere mensen. Wij zijn delers.'

Pas later kwam het terug, waarschijnlijk ook met die dromen.
Monique Kampschuur

Als hommage heeft Monique een huiskamerrestaurant in de Piet Heinstraat in Den Haag. Ik kook daar zijn gerechten. Samba à la Papa met gember en lombok.' Een foto van haar vader hangt bij de keuken. 'Hij hield van koken. Hij is er altijd bij.'

De geest overwint

Monique gaat regelmatig naar het Indisch monument in langs de Professor B.M. Teldersweg. Ze krijgt daar de tranen in haar ogen. 'Verdriet', zegt ze. 'Het is mijn geschiedenis. Tenminste, het is onze geschiedenis. Onze Indische roots. Dit is belangrijk. Het is ook belangrijk dat het naar de andere generatie gaat. Mijn vader is hier ook bij. Zijn geest is hierbij, want de geest overwint.'

Deel dit artikel: