KLM: honderd jaar een koninklijk Haags bedrijf

DEN HAAG - Precies honderd jaar geleden, op 12 september 1919 kreeg KLM van koningin Wilhelmina het predicaat koninklijk. Voor de startup was dit een boost naar de officiële oprichtingsdatum een kleine maand later. Op 7 oktober zag Nederlands bekendste vliegtuigmaatschappij in een notariskantoor aan de Haagse Nassaulaan het levenslicht doordat een aantal notabelen hun handtekening onder een document zetten.

Honderd jaar later is bij het eeuwfeest op 7 oktober een van de hamvragen welk gebouw de eer krijgt om het honderdste KLM-huisje te worden. Op de verjaardag van de vliegtuigmaatschappij wordt traditiegetrouw een nieuw Delfts blauw huisje onthuld. Bijna altijd is een bekend of minder bekend Nederlands pand de gelukkige.

Sinds het 75-jarige jubileum in 1994 is het Delfts blauwe huisje een terugkerend ritueel. Daarvoor was er een onregelmatige productie van de befaamde pandjes. In het jaar dat de KLM driekwart eeuw bestond, werd daarom besloten om vijftien extra huisjes aan de productielijn toe te voegen. Zodoende liep de teller van het aantal gebouwen gelijk met de jaarringen van de oudste zelfstandige vliegtuigmaatschappij ter wereld.

Er zijn talloze Haagse gebouwen die in aanmerking komen omdat de geschiedenis van het gebouw verweven is met de vliegtuigmaatschappij. Middels een rondtocht langs Haagse KLM-gebouwen vertellen wij de Haagse ontstaansgeschiedenis van het bedrijf. 

Paleis Noordeinde

Afbeelding

De wortels van KLM liggen in de Eerste Wereldoorlog, vertelt Ron Wunderink. Hij was meer dan veertig jaar in dienst van de onderneming en schreef het boek 'Met KLM de wereld rond - een eeuw Flying Dutchman'. Volgens hem zijn er drie mensen belangrijk bij de oprichting van de luchtvaartmaatschappij. Geboren Hagenees Albert Plesman, vliegtuigbouwer Anthony Fokker en generaal Cornelis Jacobus Snijders uit Nieuwe-Tonge. Snijders was de man die tijdens de Eerste Wereldoorlog in het neutrale Nederland het gezag had over de vaderlandse troepen.

'Plesman was luitenant-vlieger in het Nederlandse leger', vertelt Wunderink. 'Tijdens de oorlog werden vliegtuigen vooral militair gebruikt. Nederland deed niet mee aan de oorlog en keek van de zijkant toe. Plesman zag toen in dat je vliegtuigen ook kon gebruiken voor burgerluchtvaart. Voor het vervoer van post, passagiers en vracht. Hij dacht meteen groots en wilde vliegen op de Nederlandse koloniën in de Oost en West.'

Een Nederlander die wel direct betrokken was bij de oorlog was Fokker. Hij zorgde er met zijn massaproductie van vliegtuigen voor dat de Duitsers een grote voorsprong hadden in de luchtoorlog boven de loopgraven. Met geld en kennis keerde hij terug uit de Eerste Wereldoorlog. Kennis die belangrijk was tijdens de eerste jaren van de maatschappij. De Fokker-fabriek was de grootste vliegtuigleverancier van de KLM in de eerste vijftien jaar.

'Plesman diende tijdens de oorlog onder generaal Snijders', vervolgt schrijver Wunderink passievol. 'Toen de oorlog over was, is hij meteen naar hem toe gestapt met zijn idee dat vliegtuigen ook voor een ander doel konden worden gebruikt. Snijders was het met hem eens.'

Koningin Wilhelmina

Snijders was dan ook geen onbekende met de luchtvaart. Hij was al sinds 1907 voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart. Dat was zelfs twee jaar voordat er voor het eerst een vliegtuig over ons kikkerlandje vloog.

Ondertussen was Plesman benaderd om de ELTA (Eerste Luchtverkeer Tentoonstelling Amsterdam) te organiseren. Hij werd voorzitter van het dagelijks bestuur, terwijl Sneijders de baas was van het algemeen bestuur. De tentoonstelling in de hoofdstad werd een daverend succes en meer dan een half miljoen mensen bezochten in augustus en september 1919 het spektakel. Onder die bezoekers bevonden zich ook leden van de koninklijke familie, onder wie koningin Wilhelmina.

Afbeelding

Koningin Wilhelmina bij de ELTA luchtvaarttentoonstelling te Amsterdam, vergezeld door Plesman (links) en Generaal Snijders | Foto: Nationaal Archief

Wilhelmina werkte en woonde op dat moment in paleis Noordeinde en zij was het die 12 september 1919 het predicaat koninklijk gaf aan KLM. Dit deed ze een maand voordat de KLM officieel het levenslicht zag, heeft volgens Wunderink vooral te maken met de vriendschappelijke band die ze had met generaal Sneijders.

'Tijdens de ELTA bouwden Snijders en Plesman een netwerk op', weet de auteur. 'Daar zaten ook bankiers, industriëlen en havenbaronnen tussen. Waarschijnlijk hebben die tegen de oude generaal gezegd: 'Kun jij niet ervoor zorgen dat we onszelf koninklijk kunnen noemen, jij hebt goed contact met de koningin. Dan hebben we meteen een goede naam: Koninklijke Luchtvaart Maatschappij. Dat ligt lekker in de mond'.'

Afbeelding

Links: Monument Leger en Vloot 1914-1918 | Foto: Vera de Kok
Rechtsonder: Eerste logo KLM | Ontwerp: Dirk Roosenburg

Tot vorig jaar was er een monument voor generaal Sneijders in Den Haag. Op de Scheveningse boulevard was het monument Leger en Vloot te zien. In 1921 gemaakt door de Belgisch-Nederlandse beeldhouwer Toon Dupuis en de Haagse ontwerper Dirk Roosenburg. Die laatste had toen al het eerste KLM-logo ontworpen en zou zijn creativiteit nog vaker gebruiken voor de vliegtuigmaatschappij. In de zuil is later een plaquette van Sneijders aangebracht met de tekst: ‘Hij waakte van augustus 1914 tot november 1918 voor 's lands veiligheid’.

De herinneringszuil staat tegenwoordig in een depot van de gemeente.

Nassaulaan 14 – Notariskantoor H. Stoop

Afbeelding

Nassaulaan 14 precies honderd jaar na de oprichting van KLM | Foto: Omroep West

Op 7 oktober 1919 kwamen investeerders en initiatiefnemers bij elkaar in het notariskantoor aan de Nassaulaan. Er was in totaal vijf miljoen gulden bij elkaar gesprokkeld als startkapitaal. Zo ging de naamloze vennootschap Koninklijke Luchtvaart Maatschappij voor Nederland en Koloniën op een zonnige dinsdag in oktober van start met Plesman als administrateur. Niet veel later mocht hij zich directeur van de maatschappij noemen.

Dan blijft de vraag hangen: Waarom werd er voor Den Haag gekozen en niet voor Rotterdam of Amsterdam? Daar zijn volgens Wunderink een aantal redenen voor. 'Ten eerste was Plesman een Hagenees', vertelt hij, 'Maar het beginnende Schiphol was op veel fronten afhankelijk van de overheid. Daar wilden ze graag bij in de buurt blijven. Naast Schiphol was er in die beginjaren nog een vliegveld: namelijk Waalhaven in Rotterdam. Den Haag lag daar tussenin.'

Herengracht 13

Afbeelding

Het eerste hoofdkantoor van de KLM aan de Herengracht | Foto: KLM

Het eerste hoofdkantoor van KLM bevond zich aan de Haagse Herengracht, vlakbij het Centraal Station. Tegenwoordig zitten er een dertien-in-een-dozijn souvenirwinkel, een hip koffiebarretje en andere 21ste-eeuwse bedrijfjes die de hedendaagse stad kenmerken. Maar in de jaren twintig was er onder de verdieping waar de KLM kantoor hield een statige luifel te zien. Daarboven prijkten de letters: Theater Odeon. In die maanden hoefde Plesman zich niet druk te maken over vluchten.

Het duurde namelijk meer dan een half jaar voordat KLM het luchtruim inging. In die tijd waren de vliegtuigen nog open. De leren petten en brillen waarmee de vliegeniers zich uitdosten, waren geen overbodige luxe. In de winter vliegen was uit den boze. Pas maanden nadat Wilhelmina’s brief met de toezegging voor het koninklijke predicaat was verstuurd, landde een gehuurd vliegtuig met ingehuurde piloten uit Londen op Nederlandse bodem. De eerste vlucht van KLM was een feit. De vracht bestond uit een lading Engelse kranten.

6000 passagiers en 30.000 kilo post

Zes jaar was de Haagse Herengracht het pand van waaruit KLM werd bestuurd. In die tijd groeide de luchtvaartmaatschappij als kool. Lijndiensten met Europese hoofdsteden werden opgezet en in 1921 vlogen de eerste eigen vliegtuigen van KLM. Uiteraard was Fokker de maker van de kisten.

Eind 1925 werd de balans opgemaakt van het vliegjaar. Onder leiding van Plesman waren dat jaar bijna 6000 passagiers vervoerd, 230.000 kilo aan goederen was getransporteerd en 30.000 kilo post was met de luchtvaartmaatschappij meegegaan. Tegenwoordig kleine aantallen, toen een teken van succes. Dat succes had ook zijn weerslag op het hoofdkantoor.

Hofweg 9

Afbeelding

De Hofweg in 1934, als je goed kijkt zie je midden in de foto, verticaal de letters K-L-M staan | Foto: Haags gemeentearchief

Plesman moest op zoek naar een nieuwe locatie. De verdieping op de Herengracht werd te klein. Gekozen werd voor een plek nog dichter bij de politiek. De Hofweg tegenover het Binnenhof werd de nieuwe werkruimte van Plesman en zijn secondanten. KLM heeft het pand nog steeds in bezit als health service & travel clinic. Ook aan de Hofweg groeide de Flying Dutchman, zoals het bedrijf vanaf de jaren dertig liefkozend werd genoemd, uit zijn jasje. In de binnenstad werden meerdere panden betrokken door de maatschappij.

Gordel van Smaragd

Net als het aantal kantoren groeide ook het aantal lijnvluchten. De gedroomde vluchten van Plesman tussen Nederland en de toenmalige koloniën kwamen eindelijk tot stand. In 1929 werd Amsterdam–Batavia een reguliere lijndienst. Dit was tot de Tweede Wereldoorlog de langste vlucht ter wereld. Vanwege tussenlandingen duurde het eind jaren twintig liefst dertien dagen voordat je vanuit de polder in de gordel van smaragd terechtkwam.

Vijf jaar nadat er een lijnverbinding was met 'de Oost', kwam er ook een verbinding met 'de West'. Op 15 december 1934 vond de eerste Atlantische vlucht plaats naar Suriname en vervolgens Curaçao. Via tussenstops in Marseille, Alicante, Casablanca, Port Praia (Kaapverdië), Paramaribo en La Guaira (Venezuela) werd 22 december Willemstad bereikt. Vijftien jaar na de oprichting van de KLM had Plesman eindelijk zijn verbindingen met de koloniën.

Plesmanweg

Afbeelding

Plesmanweg in het jaar van de opening (1949) | Foto: Haags gemeentearchief /Dienst Stedelijke Ontwikkeling

Plesman was een bezig baasje en hij vond het tijd voor een volgende grote stap voor de KLM: een modern hoofdkantoor in de residentie. Een kantoor dat van alle gemakken was voorzien. Hij vroeg zijn jeugdvriend Dirk Roosenburg - dezelfde man die het eerste logo ontwierp - om het gebouw te ontwerpen. Hagenees Roosenburg ging aan de slag en tekende het bekende gebouw dat nu nog aan de Plesmanweg staat.

De eerste steen werd in 1939 gelegd door de enige dochter van de grote KLM-baas. Toen in mei 1940 Adolf Hitler en zijn trawanten Nederland binnenvielen, was net de eerste van de vier vleugels van het gebouw af. De overige drie vleugels moesten wachten tot de wederopbouw. Uiteindelijk was het prins Bernhard die 24 mei 1949 de laatste steen aan het gebouw toevoegde. Een bijzondere steen: een museum had in 1946 het bouwobject aan Juliana geschonken. Diezelfde steen was in de zeventiende eeuw vanuit Nederland naar Nieuw-Amsterdam gebracht.

Push-ups voor sollicitatie

KLM had eind jaren veertig de beschikking over een modern kantoorpand met de nieuwste technieken. Er werd dan ook verder gekeken dan alleen de noeste arbeid. Wunderink weet dat er winkeltjes voor het personeel waren en dat er zelfs een sporthal aanwezig was.

'Plesman was een fervent sporter', vertelt de voormalig KLM-medewerker. 'Een Engelsman kwam solliciteren voor een functie in Londen. Plesman vroeg of de sollicitant twintig push-ups kon doen. De verbouwereerde oud-Oxford-student stamelde: 'Ik ben niet naar KLM gekomen om…' Plesman had intussen zijn hemd uitgedaan en deed toen twintig push-ups voor. De arme man moest hem nadoen en kwam met moeite tot drie. Kom volgende week terug, zei Plesman vervolgens tegen de Engelsman. Als je er tien kunt, heb je de baan.'

Afbeelding

Op dit moment worden er woningen gebouwd in het voormalig KLM-hoofdkantoor | Foto: Omroep West

Bij de opening in 1949 lag het KLM-gebouw nog aan de Raamweg. Twee maanden na de dood van de vliegtuigpionier, op oudjaarsdag 1953, veranderde de gemeente Den Haag de naam.  Het gedeelte van de Raamweg en Badhuisweg rond het KLM-gebouw werd voortaan Plesmanweg genoemd. In 1959 werd de statuur van de Hagenaar nog groter, toen ook een levensgroot beeld in het naastgelegen Sint Hubertuspark werd onthuld.

Balistraat Den Haag

Afbeelding

Vereniging De Princevlag voor het huis van Plesman in de Balistraat 27 | Foto: Haags Gemeentearchief

Het mag duidelijk zijn dat de eerste 35 jaren van de KLM hand in hand gaan met Plesman. Hoe groot de man ook is qua levensloop, het is onbekend waar hij precies is geboren. Vast staat dat het aan de Haagse Balistraat was, maar welk nummer is onbekend. Het Leidsch Dagblad van 25 september 1969 zegt nummer drie, andere bronnen hebben het over huisnummer vier of tien. Wat ook niet meehelpt bij het precies vaststellen, is dat aan het begin van de twintigste eeuw meerdere gezinnen met de achternaam Plesman aan de Balistraat woonden.

Toen de KLM definitief van de grond kwam in 1919, vestigde Plesman zich aan de Balistraat op nummer 27. De grote man achter KLM woonde vijftien jaar later, in 1934, nog steeds in een simpele Haagse rijtjeswoning. De plaatselijke vereniging De Princevlag en fanfare De Princevlag deden in november van dat jaar zijn woning aan om hem eer te bewijzen. Dit kleine gebaar haalde de landelijke kranten. Plesman was een vooroorlogse BN’er. 

Zoons omgekomen bij vliegtuigongeluk

Zakelijk ging het zoals gezegd voor de wind met de Flying Dutchman, in privésfeer kreeg hij in de jaren veertig twee enorme klappen te verwerken. Twee van zijn drie zoons overleden na een vliegtuigongeluk.

'Tragisch', zegt Wunderink daarover. 'Zijn tweede zoon Jan Leendert Plesman was in de Tweede Wereldoorlog naar Engeland gevlucht. Hij vloog daar voor het Nederlandse onderdeel van de RAF (Britse luchtmacht red.). Toen hij begin september 1944 met een missie bezig was, werd de vleugel van zijn Spitfire eraf geschoten door de Luftwaffe (Duitse luchtmacht red.). Zijn vliegtuig stortte in Noord-Frankrijk neer. Er is nooit meer iets van teruggevonden. Zelfs tegenwoordig gaan mensen op zoek naar restanten van die crash.'

Afbeelding

Standbeeld van Plesman bij de ingang van het Sint Hubertuspark | Foto: Omroep West

'Zijn oudste zoon is ook overleden bij een vliegtuigcrash', vervolgt Wunderink. 'Hans Plesman was ook oorlogsvlieger maar ging na de bevrijding weer voor KLM werken. Hij was gezagvoerder van een Lockheed Constellation. Het vliegtuig was vanuit Batavia op weg naar Amsterdam. Na een tussenstop in Caíro vloog het vliegtuig boven Bari in brand, waarna het in de Zuid-Italiaanse zee stortte.'

Naar Amstelveen

Na de dood van Plesman in 1953 bleef KLM nog ruim zeventien jaar in Den Haag gevestigd. Andere mannen namen de functie van president-directeur waar. Zo was begin jaren zeventig Gerrit van der Wal de leidinggevende. De geboren Amsterdammer zorgde er voor dat het hoofdkantoor naar Amstelveen verhuisde, waar de vliegtuigmaatschappij tot op heden zit.

'Hij wilde met hoofdkantoor dichter op de organisatie op Schiphol zitten', vertelt Wunderink daarover. 'Hij heeft toen voor een nieuw hoofdkantoor gekozen in Amstelveen. Hij vond het niet nodig om in politiek Den Haag te blijven.'

Delft blauwe huisjes

Wunderink maakte de overstap zelf mee als personeelslid. Volgens hem was er weinig kritiek op de verhuizing. 'Er waren mensen die in Den Haag werkten die er moeite mee hadden. Maar er werd goed vervoer en er werden allerlei faciliteiten geregeld om tussen Den Haag en Amstelveen te reizen.'

Het is te hopen dat de vliegtuigmaatschappij op 7 oktober niet voor het huidige hoofdkantoor kiest als Delfts blauw huisje. Het jaren zestig-kantoorgebouw in de vorm van een vliegtuig wint het niet van de karakteristieke Haagse KLM-pandjes. De definitieve keuze van het bedrijf zal op de officiële honderdste verjaardag bekend worden gemaakt. Tot dan toe is het gissen. Wellicht kijkt KLM honderd jaar later toch nog even terug op de Haagse roots.

 

Meer over dit onderwerp:
KLM 100 JAAR JUBILEUM ALBERT PLESMAN WILHELMINA
Deel dit artikel: