Eén gevecht, twee werkelijkheden: Hij begon! Nee, hij begon!

Schrijvers van de rubriek bij de politierechter | Tekening: Theresa Hartgers
Schrijvers van de rubriek bij de politierechter | Tekening: Theresa Hartgers
GOUDA - 'Als hij nou gewoon 50 cent per maand had terugbetaald, dan was het anders geweest.' 'Ik heb helemaal nooit geld van hem geleend.' 'In die discussie gaan we hier maar niet verzeild raken,' zegt de politierechter, 'laten we ons concentreren op de mishandeling. U heeft elkaar getroffen, maar verder is er niet veel duidelijk.'
Het is 13 juni van dit jaar. Op de Voorwillenseweg in Gouda loopt Ali van het centrum naar de wijk Goverwelle. De Voorwillenseweg is een smalle weg tussen twee sloten met knotwilgen aan beide kanten. Vanwege het landelijke karakter is het voor veel mensen in Goverwelle een populaire fiets- en wandelroute naar de stad. Van de andere kant komt een man aan op een fiets. Het is Ali's verre neef, die ook Ali heet.
Omdat beide mannen ook dezelfde achternaam hebben houdt de rechter ze tijdens de zitting uit elkaar met hun geboortejaar. 'Meneer 74, vertelt u eens wat er is gebeurd.'

80 euro

Volgens 74 ziet hij zijn verre neef zelden, maar heeft hij hem acht jaar geleden wel 80 euro geleend. Als hij hem die juni-dag ziet, stapt hij van zijn fiets af en vraagt waar is mijn 80 euro? 'En ik vroeg het vriendelijk.' Daarna loopt het volgens meneer 74 direct uit de hand: 'Hij pakt een stuk hout en begint me te slaan en roept 'hier is je tachtig euro,’ en slaat die stok op mijn rug kapot. En nu zegt hij ook nog dat ik hem gestoken heb. Dat is niet waar, dat heeft hij zelf gedaan, om mij zwart te maken.'
Maar volgens meneer 68 is het heel anders gegaan. Ja, dat andere Ali van de fiets afstapt, dat klopt nog. Maar Ali 74 is stomdronken en begint hem, Ali 68, meteen met zijn vingers in zijn borst te porren. 'Hij had allemaal rare praatjes over de familie, bedreigingen en verwensingen. Hij pakte mijn hand en ik heb me weer losgerukt, en toen had hij ineens een rode snoeischaar of zoiets. Daarmee heeft hij me gestoken in mijn bovenarm en mijn linkerhand.' 68 steekt zijn handpalm omhoog naar de rechter.

Stok gepakt

'Ik dacht dit is mijn laatste dag, en ben weggerend, maar hij kwam achter me aan. Toen heb ik inderdaad een stok gepakt, die lag langs de slootkant, en ik heb hem geslagen en ben achter hem aangegaan. Maar waarom zou ik mezelf hebben gestoken? Ik kan sindsdien niet meer werken.' Meneer 68 is kok, en hij heeft nog altijd pijn in zijn hand en bovenarm.
Meneer 74 ontkent niet dat hij dronken was, maar hoeveel hij op had weet hij niet meer. 'U blies 940 microgram per liter, dat is heel veel,' houdt de rechter voor, 'en bij de politie heeft u eerder verklaard dat u misschien wel een snoeischaar in uw fietstas had omdat u de tuin van uw vrouw ging opknappen.' 'Ik was dronken, ik weet het niet meer. Ik had alleen een schroevendraaier om mijn fiets te repareren. Die schaar heeft de politie toch ook niet gevonden?'

Laat maar zitten

De rechter wil nog iets weten: 'U heeft ook gezegd 'ik pak hem wel als we in Marokko zijn', klopt dat?' 'Ja, nou ja, als hij nou gewoon wat had terugbetaald…' 'En die 80 euro?' Vraagt de rechter. 'Laat die nu maar zitten.'
Dat de schaar niet is gevonden, wil volgens de officier van justitie niet zeggen dat er niet is gestoken. Hij legt Ali 74 een poging tot zware mishandeling ten laste en eist daar vier maanden cel voor, waarvan één voorwaardelijk. Maar ook Ali 68 moet van de officier straf krijgen voor het slaan met de stok, een 'eenvoudige' mishandeling: 120 uur taakstraf waarvan 40 uur voorwaardelijk.

Noodweer

De advocaten van de beide mannen vinden dat veel te streng. De raadsman van 74 wijst erop dat zijn cliënt ontkent, dat er geen snoeischaar is gevonden, dat de politie er maar een slag naar heeft geslagen met het bewijs, en dat zijn cliënt een dag voor de geboorte van zijn dochtertje weer in voorarrest is geplaatst. 'Hij heeft zijn kind pas vorige week voor het eerst gezien.' De advocaat vraagt vrijspraak, of anders een celstraf gelijk aan het voorarrest.
De raadsman van 68 vindt dat zijn cliënt uit noodweer handelde. 'Hij is er behoorlijk van geschrokken, heeft aangifte gedaan als slachtoffer en is nog steeds verbaasd dat hij hier ook als verdachte zit. Hij heeft zich pas verweerd met de stok nadat hij werd gestoken.' De advocaat vindt een geldboete op zijn plaats.

Schorsing

Dan trekt de rechter zich terug om zich te beraden. In de schorsing schuifelt de vrouw van meneer 74 verlegen richting haar man, die hoopvol achterom kijkt, kennelijk om hem even aan te raken of te spreken, maar de parketwacht houdt haar tegen. Meneer 74 barst in een zacht snikken uit. Zijn vrouw schuifelt teleurgesteld weer terug naar haar stoel.
Als de rechter terug is, zegt ze dat ze nog steeds niet heeft kunnen vaststellen wat er precies is gebeurd. 'Maar u had een bult op uw hoofd en u had steekwonden. Meneer 68 beroept zich op noodweer, maar u bent met een stok achter meneer 74 aan gegaan. Dat is geen noodweer. En waarmee die steekwonden door meneer 74 zijn toegebracht kunnen we niet vaststellen, maar ik zie genoeg bewijs dat hij het heeft gedaan.'

Uitspraak

Meneer 74 krijgt drie maanden cel, waarvan één voorwaardelijk. Dat betekent dat hij nog 14 dagen moet wachten voor hij zijn dochtertje weer kan zien. Meneer 68 krijgt een taakstraf van 60 uur, waarvan 20 voorwaardelijk. Hij mag ook 500 euro smartengeld tegemoet zien. 'En ik geef u beiden een contactverbod', zo eindigt de rechter, 'want dit conflict moet stoppen.' Op die smalle Voorwillenseweg wordt dat nog een hele uitdaging.
In het kader van de privacy zijn de namen gefingeerd.
Dit is een artikel in de reeks 'Bij de politierechter'. Meer verhalen lezen?