Leidens Ontzet was pure oorlog: ‘Als je Spaanse hoofden de stad in bracht kreeg je een beloning'

© Erfgoed Leiden
LEIDEN - Nog een paar dagen en dan barst in Leiden Leidens Ontzet weer los. Dan wordt gevierd dat de stad op 3 oktober 1574 na een lang beleg bevrijd werd van de Spanjaarden door de watergeuzen. Maar wat in het feestgedruis makkelijk vergeten wordt, is dat het echt oorlog was rond de stad. In Leidse archieven en musea zijn daar nog lugubere bewijzen voor te vinden.
Ariela Netiv is directeur van Erfgoed Leiden en omstreken en weet uit de bewaard gebleven geschreven bronnen dat het er rond Leidens Ontzet heftig aan toe ging hier. ‘Het was serieus oorlog’, zegt Netiv. ‘Het was een strijd op leven en dood en als je verloor dan was je dood. In Haarlem zijn duizenden doden gevallen toen Haarlem werd ingenomen, dus die Leidenaren wisten wel waarvoor ze vochten.’
Netiv haalt een aantal handgeschreven kwitanties uit het archief. ‘Kijk, deze werden geschreven voor mensen die een Spaans hoofd de stad in bracht. Daar kon je dus geld voor krijgen.’ Hoeveel precies is niet duidelijk, maar het was in ieder geval een flinke som voor die tijd.

Vrijbuiters

Conservator Jori Zijlmans van de Lakenhal vult aan: ‘Je kon inderdaad een premie krijgen als je een Spaanse neus, oor of hoofd de stad in kon brengen. En dat had een functie, want je kon laten zien dat je weer een Spanjaard te pakken had en zo kon je er de moed in houden.’
In de Lakenhal hangt een schilderij dat de strijd bij de Boshuizerschans laat zien. Daarop zie je vrijbuiters die buiten de stadspoorten de strijd aangaan met de Spanjaarden. Verder zijn er speelkaarten te zien die Spanjaarden achterlieten, en natuurlijk de pot waarin de hutspot bij Lammenschans gevonden werd. Die hadden de Spanjaarden achtergelaten bij hun vlucht. De pot met hutspot werd vervolgens aan de hongerende Leidse bevolking gegeven.
Leidens Ontzet was pure oorlog

Duivenbriefjes

‘Maar echt een topstuk zijn de duivenbriefjes die bewaard zijn gebleven’, zegt Zijlmans. ‘Met behulp van duiven kon tijdens het beleg gecommuniceerd worden met de watergeuzen die op weg waren naar Leiden. De briefjes die zo over en weer gingen werden bij het stadhuis voorgelezen aan het volk zodat ze de moed niet opgaven.’
Ariela Netiv denkt dat niet veel Leidenaren zich nog realiseren dat het er zo heftig aan toe ging bij het beleg. ‘Dat wordt in het feestgedruis natuurlijk makkelijk vergeten. Maar ik denk dat het goed is als we er wel een beetje bij stil staan dat het echt oorlog was.’