Van traditie op straat naar traditie op strand: tientallen jaren vreugdevuren

DEN HAAG - Sinds de jaren '90 van de vorige eeuw bouwen jongeren uit Scheveningen en Duindorp enorme vreugdevuren op het strand. Vreugdevuren zijn sinds jaar en dag een traditie in het Haagse. Maar het loopt steeds verder uit de hand. Daarom wordt besloten om vuren te 'organiseren' op het strand.

Op 9 augustus 1984 meldt de commandant van de brandweer dat rond de jaarwisseling altijd de maximale capaciteit beschikbaar is, maar dat door het aanzienlijk groter aantal branden dit niet voldoende is om op alle brandmeldingen te kunnen reageren. Ook meldt hij dat het personeel wordt geconfronteerd met agressiviteit als 'vreugdevuren' door het blussen verstoord worden.

In een brief van 16 augustus 1984 nodigt het hoofd van de afdeling algemene bestuurszaken van de gemeente Den Haag vervolgens de commandant uit voor een overleg. De gespreksonderwerpen: de schade aan het wegdek in de afgelopen jaren, de groei in aantal en intensiteit van de 'oudejaarsbranden', het materiaal dat verbrand wordt bij de straatvuren en de mogelijkheid om vreugdevuren te laten organiseren door de gemeente.

1985

In 1985 wordt het politiële projectteam vandalismebestrijding in het leven geroepen. Ook ontstaat de ambtelijke coördinatiegroep oud en nieuw (ACON). Het doel van beide teams: vandalisme en de daaruit voortkomende schade verminderen en de gevoelens van onveiligheid bij burgers en politiepersoneel verminderen.

Maar dat kunnen de teams niet alleen. De samenwerking wordt gezocht met buurtbewoners, jeugd- en jongerenwerkers en winkeliers in buurten in Escamp, Scheveningen, Laak en de Schilderswijk. Dit overleg resulteert in het gezamenlijk organiseren van feesten, zodat de jeugd een plek heeft om naartoe te gaan en niet buiten hoeft rond te hangen en rottigheid uithaalt.

Verder worden er zandlagen aangebracht op vaste brandplaatsen, om zo te voorkomen dat het wegdek wordt aangetast. Bijkomend voordeel is dat er niet op andere plaatsen brandjes worden gesticht en dat de vuren niet te groot worden.

De jongeren krijgen containers voor de opslag van materiaal voor de vreugdevuren aangeboden. De gedachte is dat er op deze manier geen brandgevaarlijke situaties kunnen ontstaan door de opslag van kerstbomen en autobanden in schuurtjes of kelderboxen. Ook worden autobanden ontraden als brandstof, want de buurt ondervindt teveel hinder en stank door de rook.

Notoire relschoppers moeten binnenblijven. Dat komt doordat de gemeente in samenwerking met het Openbaar Ministerie uitgaansverboden oplegt.

1986

Uit de evaluaties in 1986 blijkt de aanpak zo succesvol dat ook in andere wijken deze methode wordt gevolgd. De schade vermindert niet, maar de buurtbewoners voelen zich wel veiliger.

Eind '80

Politie, brandweer en de gemeente zetten eind jaren '80 steeds meer in op preventieve maatregelen. Zo worden er feesten in buurthuizen georganiseerd en is de parkeergarage bij het centraal station gratis open voor mensen die hun auto veilig kwijt willen. Verder worden autobanden in beslag genomen, zodat deze niet in de fik worden gestoken. Relschoppers worden ook steeds vaker op oudejaarsdag opgepakt, waardoor ze de jaarwisseling in de cel moeten doorbrengen. Structureel resultaat voor het grootste deel van de stad blijft nog wel uit.

1990

Bewoners van de wijken Muis, Roerstraat en Magneet/Woeste Hoogte leggen voor het eerst vreugdevuren aan op het strand van Scheveningen.

1991

Voor het eerst zijn de politie en brandweer tevreden over de jaarwisseling. Geen grote branden en geen grote ordeverstoringen. Wel is er voor tonnen schade. Door de stad worden tachtig vreugdevuren geteld, maar nergens is er sprake van grote overlast. Ook de jaren erna blijven grote incidenten uit.

1995

In 1995 levert de gemeente een bijdrage aan 140 activiteiten rond de jaarwisseling op dertig locaties in de stad. Het doel is om jongeren bezig te houden, zodat er voor hen geen aanleiding is om narigheid uit te halen. De politie is steeds meer zichtbaar in het straatbeeld.

2000

In dit jaar mogen er nog op 33 plekken vreugdevuren gebouwd worden. In 2004 zijn dat er nog maar zeventien en in 2007 is het aantal verder teruggeschroefd naar vijf. De vreugdevuren in de wijken leiden met enige regelmaat tot gesprongen ruiten bij omwonenden.

De opbouw van een vreugdevuur in Ypenburg, rond 2000. Foto: Quirijn van Zon/Gemeentearchief Den Haag

2015

Ieder jaar is er ook de strijd tussen Duindorp en Scheveningen om de hoogste stapel. Daar werd door de gemeente enigszins paal en perk aan gesteld omdat in 2015 één van de stapels al brandend omviel. Er zijn nu strakke regels over veiligheidszones, de manier van bouwen, stevigheid van de constructie et cetera.

2016

In Scheveningen ontstaan in 2016 problemen bij het ontsteken van de stapel', omdat zakken met brandbaar spul die de top van het vreugdevuur moesten aansteken niet afgaan. De stapel wordt met de hand van onderaf aangestoken. Hierdoor viel de stapel na ongeveer een uur branden weer om, maar wel in het veilige deel. De gemeente stelt in een reactie op de vuren een maximale hoogte van de houtstapel in.

Het vreugdevuur op Scheveningen krijgt op 31 december 2015 officieel de status van Immaterieel Cultureel Erfgoed.

2019

In 2019 gaat het helemaal mis. De brandstapels zijn hoger dan toegestaan, volgens burgemeester Krikke hebben ze de 48 meter gehaald, terwijl een hoogte van 35 meter was toegestaan. De harde wind die landinwaarts blies doet de rest. Een vuurzee trekt over trekt over Scheveningen en zet huizen, auto's en fietsen in brand.

De schade is enorm en de grote vraag is hoe dit heeft kunnen gebeuren. De Onderzoeksraad voor de Veiligheid wordt al snel aangesteld om de vonkenregen te onderzoeken. De OVV neemt de tijd voor dit onderzoek en presenteert op donderdag 3 oktober haar bevindingen.

Lees hier meer over de vonkenregen in ons dossier.

Deel dit artikel: