Jeugdzorgaanbieders dagen tien gemeenten in regio Haaglanden voor de rechter

DEN HAAG - Zeker vijf aanbieders van Jeugdzorg dagen tien gemeenten van de regio Haaglanden voor de rechter. Zij willen dat de gemeenten afzien van een nieuw ‘resultaatgericht’ betalingssysteem. Donderdag dient het kort geding voor de rechtbank in Den Haag.

De tien gemeenten werken samen bij het inkopen van jeugdzorg. Het H10 Inkoopbureau werkt vanuit het Haagse stadhuis voor de gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Voorschoten, Wassenaar, Westland en Zoetermeer. Per 1 januari zou het nieuwe systeem moeten worden ingevoerd, waarbij de aanbieders van jeugdzorg worden afgerekend op hun resultaat en niet langer op hun gewerkte uren, het zogeheten 'uurtje factuurtje'. Uitgangspunt is dat er een hulpplan moet zijn met meetbare resultaten, zoals een jongere die lange tijd heeft verzuimd en weer naar school gaat.

De bedoeling is dat de jeugdzorg op die manier efficiënter en goedkoper wordt. Nu hebben gemeenten vaak geen vat op de kosten. Gemiddeld krijgt één op de tien jongeren te maken met een of andere vorm van jeugdzorg, in Den Haag is dat één op de acht, in Zoetermeer en Hillegom zelfs bijna één op zeven. Driekwart van de gemeenten is miljoenen euro’s meer kwijt dan begroot. Meer dan tweederde van alle gemeenten moeten op andere gebieden miljoenen bezuinigen om de jeugdhulp te kunnen betalen, zoals op sport, cultuur en bibliotheken.

Jeugdzorg: teveel voor gemeenten én aanbieders

In 2015 werden de gemeenten verantwoordelijk voor jeugdzorg, maar tegelijk bezuinigde het rijk op de uitgaven. Sindsdien groeide het aantal jongeren dat jeugdzorg nodig heeft met twaalf procent van 380.000 jongeren naar 428.000. Dat komt doordat gemeenten de jongeren die hulp nodig hebben beter weten te vinden. Bovendien valt nu meer onder jeugdzorg, zoals hulp bij dyslexie.

Aan de andere kant komen ook de aanbieders van jeugdzorg in de problemen. Het algemene personeelstekort in de zorg is in de jeugdzorg nog een een graadje erger. Het jaarlijks personeelsverloop zou 20 procent zijn; dus één op de vijf werkers in de jeugdzorg verandert van baan. Het werk is vaak emotioneel zwaar, en dan helpt het niet als de administratie- en werkdruk hoog is, veel gemeenteambtenaren te weinig kennis hebben en vaak tegenwerken, en de wachtlijsten groeien. Daardoor zouden veel kinderen met problemen in onveilige situaties blijven zitten.

‘We zijn nog in gesprek’

Het kort geding van aanstaande donderdag is aangespannen door Stichting Jeugdformaat, die specialistische jeugd- en opvoedhulp levert. Vijf andere aanbieders van jeugdhulp hebben zich voor het geding bij hen aangesloten. Géén van hen wil hangende het kort geding uitleg geven: 'We zijn nog met de gemeentes in gesprek', aldus een woordvoerster. 'We zijn het niet eens met de voorwaarden voor de aanbesteding', is het enige dat zij kwijt wil.

De woordvoerster wil niet zeggen of die gesprekken ertoe kunnen leiden dat het kort geding donderdag van de baan gaat. Eén van de discussiepunten is hoe je de resultaten van de geboden zorg kunt meten en wat het tarief moet zijn. De gemeenteraad van Midden-Delfland praat dinsdagavond over de mogelijk financiële gevolgen. Den Haag besloot vorig jaar al om het systeem een jaar uit te stellen; 2020 wordt nu een overgangsjaar.

Deel dit artikel: