Doorgereden na aanrijding: 'Ik weet niet eens of ik daar geweest ben'

DEN HAAG - 'Ik dacht dat hij me voorrang zou geven op de rotonde, maar hij reed door.' Abel uit Den Haag botste daardoor met zijn fiets tegen een bestelbusje. De man die achter het stuur zat, Julio, weet van niks: 'Ik kan me niet eens herinneren dat ik daar geweest ben, en ik kan me ook geen aanrijding herinneren.' Hij lijkt vooral verbaasd dat hij hier voor de politierechter zit.

Abel fietst op 13 oktober 2017 door Den Haag. Een vriend van hem rijdt ernaast en diens vriendin zit achterop. Ze gaan over de Aagje Dekenlaan richting het Zuiderpark. Op de rotonde in de Melis Stokelaan zien ze een grijze bestelbus van links komen. 'Hij minderde vaart, dus ik denk: hij geeft me voorrang, zoals het hoort. Maar toen gaf hij toch ineens gas.' Abel kan de bus niet meer ontwijken, botst met zijn voorwiel tegen de zijkant van de wagen en valt. Het glas van zijn iPhone breekt, en hij heeft gaten in zijn jas, broek en schoenen. Ondanks de val heeft hij de tegenwoordigheid van geest om het kenteken van het busje te lezen als dat wegrijdt.

'En, meneer Julio, zo is de politie dus bij u gekomen. Reed u in dat busje?', wil de politierechter weten. Julio weet het niet zeker, het zou best kunnen. 'Het was van mijn toenmalige baas, maar er reden ook andere mensen in.' Een paar dagen na de aanrijding mag Julio de bestelwagen een week lang op proef meenemen, hij wil hem misschien kopen. Uiteindelijk doet hij dat ook. Maar of hij hem op die vrijdag de dertiende ook heeft mee gehad weet hij oprecht niet meer.

Schadeformulier

'Ik wil meneer niet beledigen', Julio geeft een knikje richting Abel, 'door te zeggen dat zijn woorden niet kloppen, maar ik ben me niet bewust van een aanrijding. Normaal zou ik stoppen en een schadeformulier invullen, zo eerlijk ben ik echt wel.'

De rechter wil weten of de verdachte zich in elk geval de plek herinnert waar het zou zijn gebeurd. Hij laat op zijn computer met Google Streetview de bewuste rotonde zien. 'Het ziet eruit als zoveel rotondes in Nederland', vindt Julio. 'Ik zit in de vis, ik rij door heel Nederland, ik kom niet uit Den Haag en ik ken echt niet alle wegen waar ik rij. Het is ook heel overzichtelijk. Ik kan me niet voorstellen dat ik daar iemand zou aanrijden.'

Getuigen

Toch zeggen ook de vriend en vriendin van Abel die met hem oprijden dat het echt is gebeurd. Met een flinke knal zelfs. 'Zo hard, dat moet de bestuurder gehoord hebben', heeft Abel's vriend verklaard. 'Ik heb de bestuurder zelfs nog aangekeken. Ook ik dacht dat hij zou stoppen.'

Dan mag Abel de schadeclaim toelichten die hij heeft ingediend voor zijn telefoon, fiets en kleding. In plaats daarvan richt hij zich tot Julio. Al is het twee jaar geleden, de emotie komt meteen weer boven: 'Waarom ben je weggereden, heb je zelf geen zoon?' De rechter onderbreekt hem en legt uit dat het zo niet werkt, dat hij geen vragen kan stellen aan de verdachte, maar antwoord moet geven op de vragen over zijn schadeclaim. Dat doet hij dan maar. 'Hoe zit het met uw fiets, daar zie ik geen bonnetje van,' informeert de rechter. 'Die heb ik nooit meer opgehaald bij de fietsenmaker. Ik durf niet meer te fietsen.'

Toch een eis

De officier van justitie spreekt van een apart geval. 'Meneer zegt dat hij niks heeft gemerkt, en ik kan niet makkelijk zeggen dat de klap zo hard was dat hij die gehoord moet hebben.' Toch vindt de officier de aanrijding bewezen, omdat er een aangifte is en twee getuigen die het ongeluk bevestigen. Ze eist een boete van 500 euro, en toekenning van een deel van de schadeclaim.

Julio snapt er niks van. 'Hoe zou ik nou moeten vermoeden dat ik een aanrijding heb gehad als nog niet eens is bewezen dat ik daar gereden heb? Laten we daarmee beginnen: kan ik bewijs zien dat ik daar was? Als u dat heeft dan betaal ik hem nu contant die 500 euro en de schade, maar zonder bewijs word ik benadeeld.' De rechter wil nog een keer zeker weten of Julio in de bewuste bus heeft gereden. 'Ja, maar anderen ook', mokt de verdachte.

Uitspraak

Ook de rechter blijkt het een apart geval te vinden. Hij moet erover nadenken. Als hij na een minuut of tien terugkomt loopt hij stap voor stap langs de vragen die de zaak opwerpt. 'Kunnen we vaststellen dat u daar reed? Uw toenmalige baas zegt van wel, u heeft dat destijds bij de politie verklaard en u trekt het nu ook niet echt in. Dus ja, u reed daar.' De rechter vindt de aangifte en de twee getuigenverklaringen ook overtuigend genoeg. Hij houdt Julio voor: 'U dacht: ik kan er nog wel voorlangs en u gaf gas. U moet de knal gehoord hebben, en u moet dus hebben kunnen vermoeden dat het fout was gegaan.'

Julio krijgt een boete van 500 euro en hij moet 645 euro schadevergoeding betalen voor de iPhone en de kleding van Abel. Niet contant, maar via het Centraal Justitieel Incasso Bureau. 'U heeft twee weken om in hoger beroep te gaan.' Julio wil meteen weten hoe hij dat moet doen. Als de rechter dat heeft uitgelegd beent hij weg, ongetwijfeld om het benodigde formulier op te halen.

In het kader van de privacy zijn de namen gefingeerd.

Dit is een artikel in de reeks 'Bij de politierechter'. Meer verhalen lezen?

Meer over dit onderwerp:
BIJ DE POLITIERECHTER
Deel dit artikel: