Instellingen

Richard de Mos: 'Ik mocht nog net een onderbroek aan. Daarna begon alle ellende'

Richard de Mos.
Richard de Mos. © ANP

DEN HAAG - Hij is opgestaan en doorgegaan. De verbijstering en verbazing maakten plaats voor woede. En op deze avond zit hij tussen partijgenoten, in een zaal van een grote horecagelegenheid aan de Grote Markt in Den Haag. 'Ze hebben eigenlijk iets gecreëerd wat ze niet wilden. Een fractievoorzitter die straks meer gedreven is dan ooit te voren', zegt Richard de Mos.

Op de dag af precies een maand geleden wordt de voorman van Hart voor Den Haag/Groep de Mos 's morgens om kwart voor zeven wakker om nog even in bed een beetje te dommelen. Zijn vriendin is beneden in de keuken een kopje koffie aan het zetten. 'Plotseling hoorde ik stemmen. Rijksrecherche. Open doen. Voor ik het wist stonden er allemaal mensen in de slaapkamer. Ik mocht nog net een onderbroek aan. En daarna begon alle ellende', vertelt De Mos tijdens in gesprek met columnist Paul van der Bas.

De ellende houdt onder meer in dat een stuk of tien rechercheurs – sommigen met een zichtbaar wapen en gehuld in kogelvrije vesten – het huis van de dan nog wethouder doorzoeken. Hij en zijn collega Rachid Guernaoui worden verdacht van het regelen van vergunningen. Ambtelijke corruptie, omkoping en schending van het ambtsgeheim, heet het officieel. Er worden tegelijk invallen gedaan hun werkkamers in het stadhuis, bij drie ondernemers en bij raadslid Nino Davituliani.

Executie

De gevolgen zijn enorm. 'Het voelde als de executie van onze partij.' Sommige nieuwsrubrieken monteerden de melodie van de film The Godfather onder hun reportage over de kwestie. 'Ik werd neergezet als een van de grootste criminelen van het Westelijk halfrond. Maar ik was niet van plan om ergens een halve paardenkop neer te leggen.’ De zaal, vijftig mensen, lacht. ‘Dus u kunt ook vanavond lekker gaan slapen.'

Hart voor Den Haag wordt in de dagen daarna uit het Haags stadsbestuur gezet. De Mos en Guernaoui wordt eerst gevraagd hun functies neer te leggen. Daarna zeggen ook coalitiegenoten VVD, D66 en GroenLinks de samenwerking op. Op dit moment onderhandelen die met PvdA en CDA over de vorming van een nieuwe coalitie. Na anderhalf jaar is de grootste partij van Den Haag aan de kant gezet. 'Je denkt een relatie te hebben opgebouwd. Maar op basis van verdachtmakingen wordt een motie van wantrouwen ingediend', constateert een inmiddels flink afgevallen ('Ik heb heel wat gewandeld in de regen.') De Mos.

Nooit meer iets gehoord

Om daar ook nog aan toe te voegen dat hij van zijn oud collega-wethouders van andere partijen met uitzondering van VVD’er Boudewijn Revis nooit meer iets heeft gehoord. 'Nada. Niente Noppes.'

In de dagen daarna doet de leider van de gemeenteraadsfractie Arjen Dubbelaar nog wel het voorstel om als handreiking twee nieuwe wethouders te leveren. Maar dat wijzen andere partijen af. 'Njet, was het klip en klare antwoord.'

Kiss

De Mos komt eerder deze avond naar voren lopen terwijl muziek van Kiss uit de luidsprekers schalt. I Was Made For Lovin’ You. 'Ik ben 43 jaar geleden gemaakt. En het lijkt wel of ik ben gemaakt om deze stad mooier te maken', lacht hij dan.

Volgende week donderdag keert hij met dat idee als motivatie als fractieleider terug in de gemeenteraad. De Mos neemt dan de plaats in van Damiën Zeller, die zelf aanbood een stap terug te doen. Vanuit de oppositie gaat De Mos het stadsbestuur stevig controleren, voorspelt hij. De ambities zijn niet gering. Bij de volgende raadsverkiezingen wil Hart voor Den Haag 23 zetels halen. De helft plus één. Dan zijn er geen andere partijen meer nodig om een coalitie te vormen. Met bravoure: 'Mijn grootste zorg is straks: hoe vind ik acht goede nieuwe wethouders.'

Moederskindje

2019 is duidelijk niet het jaar van Richard de Mos, moet hij zelf ook constateren. Voor de zomer overlijdt zijn moeder. En hij bekent. 'Ik was best een moederskindje.' Daarom was hij des te trotser dat zij hem nog had gezegd: 'Dat doe je goed jongen.' De gevallen wethouder: 'Ik ben blij dat mama deze schandvlek niet meer hoeft mee te maken.'