Advies: Den Haag moet slavernijmonument krijgen

Het slavernijmonument in Amsterdam
Het slavernijmonument in Amsterdam © ANP
DEN HAAG - Den Haag moet een slavernijmonument en een jaarlijkse herdenking van de afschaffing van de slavernij krijgen. Ook moet er een lesprogramma komen voor alle Haagse scholieren en studenten. Zo luidt de aanbeveling van een onafhankelijke adviescommissie die dit heeft onderzocht. Het advies is in handen van Omroep West.
De onafhankelijke adviescommissie onder leiding van oud-wethouder Rabin Baldewsingh (PvdA) was op zoek naar draagvlak voor een monument in Den Haag. Daarbij werd gekeken naar een jaarlijkse viering of herdenking en hoe de andere erfgoedvieringen van migranten in de stad hieraan verbonden zouden kunnen worden.
De commissie is in het leven geroepen door het stadsbestuur van Den Haag, nadat raadsleden Serpil Ates (GroenLinks) en Mikal Tseggai (PvdA) hadden gevraagd om in gesprek te gaan met organisaties over 'een goede haalbare invulling voor de herdenking van (de afschaffing van) de slavernij'. Dit voorstel werd aangenomen, terwijl de verderstrekkende moties van Tseggai - om jaarlijks een officiële slavernijherdenking te houden en een om een permanent slavernijmonument op te richten - het niet haalden.

'Breed draagvlak'

Opvallend is dat eind vorig jaar toenmalig wethouder Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag/Groep de Mos, Integratie) er destijds op wees dat er diverse keren overleg is geweest met vertegenwoordigers van de Afro-gemeenschappen in Den Haag over een herdenkingsmonument. Maar volgens hem was de belangstelling daarvoor steeds niet groot.
Uit de gesprekken die de adviescommissie heeft gevoerd, blijkt dat 'er in onze gemeente een breed draagvlak is voor een herdenkingsmonument en een daaraan gekoppelde jaarlijkse herdenking'. De adviescommissie heeft gesproken met vertegenwoordigers van maatschappelijke en culturele organisaties die zich bij dit onderwerp betrokken voelen. Daarnaast is er gesproken met een groep deskundigen uit het hele land. Hun inbreng is ook meegenomen in het advies.

Wandsculptuur

'Het monument en de herdenking zijn bedoeld voor de gehele Haagse samenleving', schrijft de adviescommissie. 'Voor alle Hagenaars, ongeacht hun afkomst. Door gezamenlijk het verleden te kennen en te erkennen, kan er worden gewerkt aan een gezamenlijke verwerking daarvan.'
Het slavernijmonument hoeft volgens de commissie 'geen pompeus ruimtelijk monument' te zijn, maar liever 'een duidelijk zichtbare wandsculptuur ter markering van de rol die de stad Den Haag in de slavernij heeft vervuld'. Als voorbeeld wordt het Joodse monument op het Rabbijn Maarsenplein gegeven. Omdat er in Amsterdam al een Nationaal Herdenkingsmonument is, is het de bedoeling dat de herdenkingsplek in Den Haag een lokaal herdenkingsmonument wordt.

Plein, Lange Voorhout of Paleistuin

De adviescommissie heeft ook al nagedacht over de plek waar het monument zou moeten worden geplaatst. In elk geval moet het 'een prominente locatie in Den Haag zijn, die gekoppeld is aan het koloniaal verleden'. In de gesprekken die de commissie heeft gevoerd, werden onder andere het Plein en het Lange Voorhout genoemd. De commissie vindt zelf de Paleistuin een goede plek.
In de ideale situatie zou de sculptuur in 2020 moeten worden gepresenteerd. Zo kan de presentatie in dit jaar samenvallen met de herdenking van het slavernijverleden. Het liefst zou de commissie zien dat de dag na de presentatie van de sculptuur er een manifestatie plaatsvindt. Deze manifestatie moet elke vijf jaar worden gehouden. Hier is nog geen datum voor bedacht.

30 juni herdenking, 1 juli viering

Voor de herdenking van de slavernij en de viering van de afschaffing zijn wel al data voorgesteld: 30 juni (herdenking) en 1 juli (viering). Voor deze data is gekozen omdat het tussen andere herdenkingsmomenten valt, waar ook wordt stilgestaan bij de koloniale geschiedenis. Het gaat binnen die koloniale context om vijf historische momenten: 5 juni (Hindoestaanse Immigratie), 1 juli (afschaffing slavernij), 9 augustus (Javaanse Immigratie), 15 augustus (bevrijding Nederlands-Indië) en 17 augustus (Tula, herdenking van de Curaçaose verzetsstrijder).
De vieringen en herdenkingen van deze vijf momenten moeten in de toekomst onder de coördinatie van een nieuw lokaal herdenkingscomité komen te vallen, die ook de herdenking van de slavernij en de viering van de afschaffing organiseren. De voorzitter van het comité zou standaard de burgemeester van Den Haag moeten zijn.

Geschiedenislessen op scholen over slavernijverleden

Om zoveel mogelijk mensen bij de herdenking en de viering te betrekken, wordt voorgesteld om 'een breed en goed opgezet educatief en cultureel programma' te bedenken, 'dat met name, maar zeker niet exclusief, is gericht op jongeren', schrijft de adviescommissie. 'In dit programma zou het verhaal van het slavernijverleden en de koloniale geschiedenis in openheid moeten en kunnen groeien en als 'verborgen en ongemakkelijke geschiedenis' uit de schaduw worden gehaald, om uiteindelijk een eigen en niet beladen, vaste plek in het collectief geheugen te verwerven. Het gaat om het gedeelde verleden, maar vooral ook om de gezamenlijke toekomst.'
Hierbij moeten alle openbare bibliotheken in Den Haag en alle Haagse scholen van het primair, voortgezet en hoger onderwijs meedoen. Op de Haagse scholen moeten scholieren en studenten tijdens de geschiedenislessen kennismaken met de geschiedenis van de slavernij. Om dat voor elkaar te krijgen moeten er lesbrieven worden ontwikkeld. Ook Haagse musea en erfgoedinstellingen, zoals het Haags Historisch Museum, het Haags Gemeentearchief en het Museon, moeten hierin een rol van betekenis vervullen.

Nationale aandacht

De hoop is dat met al deze aanbevelingen - als deze door het stadsbestuur worden overgenomen - het programma rondom de herdenking en de viering een landelijke uitstraling krijgt, 'waaraan ook in de nationale media aandacht wordt gegeven'. Volgens de commissie is hier een structureel budget voor nodig, dat een groei kent naar het jaar 2023, want dan is het 160 jaar geleden dat de slavernij is afgeschaft. De commissie denkt aan een structureel bedrag van een kwart miljoen euro. Dat is overigens exclusief de kosten voor het herdenkingsmonument. Wat het kunstwerk mag kosten, heeft de commissie niet aan het stadsbestuur voorgeschreven.
Het eindadvies wordt binnenkort aangeboden aan wethouder Bert van Alphen (GroenLinks, Emancipatie).