Is die rookpaal nou gejat of niet?

Verslaggevers politie en justitie | Tekening: Theresa Hartgers
Verslaggevers politie en justitie | Tekening: Theresa Hartgers
DEN HAAG - Wilt u nog iets zeggen meneer? De rechter kijkt naar Piet die in de verdachtenbank zit. Hij heeft zijn dikke gewatteerde winterjas niet uitgedaan, en zit vrij ontspannen naast zijn advocaat. Zijn kruin komt net boven de kraag uit. 'Ik heb hem niet gestolen', klinkt het in onvervalst Haags door de rechtszaal bij de politierechter.
Piet is net 55 jaar oud geworden. Geboren en getogen in Den Haag. Hij is afgekeurd vanwege problemen met zijn rug en is herstellende van een zware hartoperatie. Piet woont alleen, kan goed rondkomen van zijn uitkering en heeft ook een hobby: hij is grofvuilrijder.
's Nachts struint hij de straten van zijn stad af op zoek naar stapels grof vuil die al buiten zijn gezet. Als daar wat bruikbaars bijzit neemt hij het mee naar huis, en hij vindt nog heel wat. 'U mag bij mij thuis komen kijken', zegt hij tegen de rechter. 'De meeste spullen komen van het grofvuil.' Maar nu staat hij voor de rechter omdat hij een rookpaal zou hebben gestolen bij een restaurant op Scheveningen.

'Dacht dat het grofvuil was'

Op een van zijn tochten door Den Haag ziet Piet middenin de nacht bij een restaurant de rookpaal staan. 'Ik dacht dat het grofvuil was. Eerst zat er een Chinees in dat pand, die is failliet gegaan en nu waren de ruiten nog dichtgeplakt en stond er allerlei rommel op straat. Dus ik dacht echt dat de paal weggegooid zou worden', legt hij de rechter uit.
Piet laadt de paal in en zet hem thuis naast zijn bed. Maar het restaurant is niet dicht. Het wordt verbouwd en de huidige eigenaar mist zijn rookpaal. Hij kijkt beelden van een bewakingscamera terug en ziet hoe Piet het ding in zijn auto legt. Er volgt een aangifte voor diefstal. Piet wordt opgeroepen op het bureau en daar wordt hij geconfronteerd met zijn daden.

Opgehaald en teruggegeven

'Ik heb tegen de rechercheur gezegd: 'ik rij nu naar huis en ga hem halen' en dat heb ik gedaan', legt Piet de rechter uit. 'Het was echt niet de bedoeling iets te stelen, zo'n ding kost drie knaken. Als ik iets steel ... euh ... nou het is heel lang geleden.' Piet begint een beetje besmuikt te lachen om zijn eigen opmerking. De rechter heeft het wel gehoord: 'Oh, u hebt dus wel eens iets gestolen? Maar het is lang geleden?' Ze gaat er verder niet op in.
Piet denkt dat de kous af is nu hij de paal heeft teruggegeven, maar toch krijgt hij een 'beschikking'. Hij moet 200 euro betalen, en daar is hij het niet mee eens. Dat schikkingsvoorstel vecht hij nu aan bij de rechter. 'De hele Dr. Lelykade staat vol met camera's. Als je iets wilt stelen doe je dat niet met je auto inclusief kentekenplaten, dan pak je het en ren je snel weg', verduidelijkt hij nogmaals zijn standpunt.

'Waarom rij je 's nachts?'

De advocaat van Piet vindt het raadzaam om ter verduidelijking zelf nog een paar vragen aan zijn cliënt te stellen. 'Waarom doe je dat 's nachts?', vraagt hij. De rookpaal is om tien minuten voor drie in de ochtend meegenomen namelijk. Dat kan Piet goed uitleggen, want hij speurt al dertig jaar naar grofvuil op straat. 'Van de gemeente mag je je spullen vanaf tien uur 's avonds op straat zetten, de meeste mensen doen dat om negen uur. Ik weet precies in welke wijk, wanneer het grofvuil wordt opgehaald, dus dan ga ik daar 's nachts rondrijden en dan pak ik wat mij nog bruikbaar lijkt', zegt hij.
De officier van justitie heeft de hele zitting vriendelijk geglimlacht. Ze vindt dat Piet toch echt had kunnen weten dat de rookpaal van het restaurant was: 'Een rookpaal of asbak staat per definitie buiten en de naam van het restaurant staat erop'. Maar ze wil de grofvuilrijder wel iets tegemoet komen. De 200 euro boete blijft gehandhaafd wat haar betreft, maar wordt wel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Piet hoeft dus pas te betalen als hij nog eens iets meeneemt van straat wat niet de bedoeling is.

Principe kwestie

Piet en zijn advocaat kunnen hierin niet meegaan. 'Het is een principekwestie', zegt zijn advocaat. 'Meneer is grofvuilrijder, dat moet 's nachts, hij geeft een tweede leven aan weggegooide spullen en de rookpaal stond los voor de deur van een restaurant met dichtgeplakte ramen. Bovendien stond de rookpaal niet voor de deur maar een eindje verderop voor de gevel tussen plantenbakken en vuilniszakken.' Hij stelt voor om, als de rechter niet tot vrijspraak komt, de zaak aan te houden en nader onderzoek te doen. Bijvoorbeeld door de bewakingsbeelden op te vragen en te bestuderen.
Zover komt het niet. 'Wat een zaak is dit!', verzucht de rechter terwijl ze achterover leunt. 'Het is een grensgeval. Als u een fiets had zien staan had u hem ook niet meegenomen. Toch geef ik u het voordeel van de twijfel en spreek u vrij. Maar let nou wel op meneer, met wat u meeneemt.' Piet kan gaan en mag de 200 euro in zijn eigen portemonnee houden. 'Ik heb mijn les geleerd mevrouw', zegt Piet nog.
In het kader van de privacy zijn de namen gefingeerd.
Dit is een artikel in de reeks 'Bij de politierechter'. Meer verhalen lezen?