Wie is Atilla Akyol: zakenman en verdachte in corruptiezaak rond Groep de Mos

DEN HAAG - Goudeerlijke en loyale horecaondernemer of gewiekste zakenman die gemeentepolitici voor zijn karretje spant? Atilla Akyol geldt naast de twee ex-wethouders Richard de Mos en Rachid Guernaoui en gemeenteraadslid Nino Davituliani als de voornaamste verdachte in een groot corruptieonderzoek rond Hart voor Den Haag/Groep de Mos. Wie is hij?

Atilla Hüngar Akyol wordt op 5 juli 1967 geboren in Igdir, een stad in het verre Oosten van Turkije. Ook zijn twee jongere broers Erdinç en Sinasi en oudere zus Feyhan komen in de Turkse stad nabij de Armeense grens ter wereld. Begin jaren '70 vertrekt Mehmet Akyol als gastarbeider naar Nederland, waar hij aan de slag gaat bij de Gazelle-fabriek in Arnhem. Als Atilla een paar jaar oud is voegt de rest van het gezin zich in 1973 vanuit Turkije bij vader Akyol, die inmiddels naar Den Haag is verhuisd.

Aan de Van der Vennestraat begint Mehmet Akyol in 1974 'het eerste Turkse koffiehuis' van Nederland, zegt jongere broer Erdinç ('Ernst'), die ook verdachte is in het corruptieonderzoek rond Groep de Mos. 'Het was van begin af aan echt een buurthuis, veel mensen hadden na werktijd niets te doen. Hier konden ze in hun eigen taal met mensen praten die in hetzelfde schuitje zaten.' Al gauw komen er een horecazaak aan het Noordeinde en een goedlopende souvenirwinkel op de Scheveningse Pier bij. 'Mijn vader had een hekel aan mensen die niet werken en hij heeft nooit een uitkering gehad. Ook mijn moeder heeft altijd gewerkt, ruim 30 jaar als schoonmaker in ziekenhuis Westeinde.'

Iedereen komt er, van straatvegers tot de grootste pooiers. Wij kennen iedereen in Den Haag en iedereen kent ons - Broer Erdinç over het café van zijn familie in de Schilderswijk

Bekende familie in Schilderswijk

In 1979 opent vader Mehmet Akyol café Chantant aan de Vaillantlaan, een zaak die inmiddels decennia in de familie is, tegenwoordig onder de naam 'Grand Café Le Palet' even verderop aan de Hobbemastraat. Lange tijd runt Erdinç de zaak, de laatste jaren heeft jongste broer en voormalig gemeenteambtenaar Sinasi de leiding in handen. Dankzij dit café geniet de familie Akyol de nodige bekendheid in de Schilderswijk en omliggende wijken, zeker in de Turks-Nederlandse gemeenschap. Erdinç: 'Iedereen komt er, van straatvegers tot de grootste pooiers. Wij kennen iedereen in Den Haag en iedereen kent ons.'

In 1977 verhuist het gezin naar een koophuis aan de Volendamlaan in Leyenburg, in die tijd een 'keurige ambtenarenwijk', zegt Marcel 'Bo' Bodrij. Hij kan het weten, want Bodrij groeit op in dezelfde buurt. ‘Toen was een Turkse familie in de wijk nog echt een tropische verrassing’, zegt Bodrij, die net als Akyol later horecaondernemer zou worden. Hij leert Atilla Akyol kennen als 'ontwapenend eerlijke, lieve en slimme jongen'. Bodrij en Akyol gaan in 1982 samen naar het vwo op de Dalton aan de Aronskelkweg. 'Ook daar was hij de enige Turkse jongen in de brugklas, maar hij maakte altijd het beste dictee van de school. Atilla was echt het wonderkind van de familie, zijn broertjes waren meer de schoffies.'

'Perfect geïntegreerde allochtoon'

Al op jonge leeftijd is Akyol bezig met handeltjes en werkt mee in het bedrijf van zijn vader. Bodrij: 'Hij was ook de eerste op school met een brommer en auto.' Een andere schoolgenoot herinnert zich dat Akyol zijn auto graag naast die van de rector parkeerde. 'En die van de rector was niet de mooiste van de twee auto's.'

Ook Michel Zaadhof, die volgens NRC samen met Akyol betrokken is bij een verdachte vastgoeddeal, kent Akyol van de Dalton. Van de schuchtere Zaadhof krijgen zijn schoolgenoten echter minder hoogte dan van de flamboyante en ontwapenende Akyol. Bodrij: 'Je zou kunnen zeggen dat Atilla het schoolvoorbeeld is van de perfect geïntegreerde allochtoon. Hij voelde zich zowel in de Schilderswijk als aan deze kant van de stad perfect thuis. Al moet ik wel bekennen dat ik altijd weinig heb geweten van zijn leven in de Schilderswijk, dat hield hij toch wel gescheiden.'

Belwinkels

Akyol gaat rechten studeren aan de Erasmus Universiteit, maar komt er al snel achter dat zijn hart toch vooral ligt bij het ondernemen. Hij breekt de rechtenstudie af, probeert kortstondig nog een nieuwe studie, werkt een tijdje als bijstandsambtenaar tot hij zijn eerste eigen zaak begint. Op vakantie in Israël vallen hem de vele winkels waar mensen naar huis bellen op. 'Hij dacht: Dat moet ik thuis ook gaan doen, in een wijk vol met allochtonen van over de hele wereld', vertelt broer Erdinç.

Gek genoeg is Atilla helemaal niet geïnteresseerd in geld. Hij wil altijd avontuur, nieuwe dingen opzetten en daar een succes van maken - Erdinç Akyol over zijn oudere broer Atilla

Volgens Erdinç opent Atilla met 'International Telephone Center' (ITC) aan de Hobbemastraat 'de eerste internationale belwinkel’ van Nederland. Het blijkt een gat in de markt. Erdinç: 'Op een gegeven moment draaide hij in een winkel met 24 cellen een gigantische omzet. En altijd keurig 40 procent belasting betalen, hè. Ik zei tegen hem: Je bent gek dat je zoveel afdraagt. Maar Atilla is altijd goudeerlijk geweest.'

Liever avontuur dan geld

Al snel opent Akyol nog twee zaken. Na een serie overvallen op zijn winkels en concurrenten die het kunstje beginnen te kopiëren, besluit Akyol de belwinkels te verkopen. Zijn broer vindt dat nog altijd jammer. 'Hij had nu net zo groot als Ortel (een succesvolle Haagse telecomonderneming red.) kunnen zijn, maar Atilla wilde liever wat anders gaan doen.'

Ook dat blijkt een constante in het leven van de Haagse ondernemer: hij is altijd op zoek naar uitdagingen. 'Gek genoeg is Atilla helemaal niet geïnteresseerd in geld. Hij wil altijd avontuur, nieuwe dingen opzetten en daar een succes van maken', zegt Erdinç. De winst die hij maakt met de belwinkels besluit Akyol in 1996 deels te investeren in een café in de Reinkenstraat – De Barock.

Markant pand in de binnenstad

Niet veel later opent Akyol in dezelfde straat café-restaurant Augustus, dat van begin af aan goed draait en uitgroeit tot een begrip in de wijk. Ruim tien jaar geleden deed hij de zaak over aan jeugdvriend Oktay Soysal, die al jarenlang in het restaurant werkte. 'De zaak liep goed, hij had 'm niet aan mij hoeven verkopen. Maar hij deed het wel, dat is een kwestie van gunnen', zegt Soysal. Akyol woont nog altijd boven het restaurant en komt regelmatig een 'bakkie doen'. Soysal: 'Het steekt hem vooral dat hij in de pers al veroordeeld is. Er wordt een klopjacht op hem gehouden, maar dat verdient hij niet. Misschien heeft hij niet alles even handig aangepakt, maar ik weet zeker dat hij niets verkeerds heeft gedaan.'

Pand aan Kalvermarkt waar Akyol in investeerde | Bron: Google Streetview, foto uit 2009

In de loop der jaren runt Akyol nog diverse horecazaken verspreid over de stad, onder meer op het Noordeinde en op de Zoutmanstraat. Ook investeert Akyol begin jaren 2000 in een markant pand in de Haagse binnenstad op de hoek van de Kalvermarkt en het Spui, waar nu 'de Amadeus' staat en vooral bekend is vanwege een vestiging van modeketen Primark. Na een conflict met de makelaar besluit Akyol het pand te kopen, maar hij slaagt er ondanks eerdere toezeggingen niet in om de financiering rond te krijgen. 'Het moest 1,7 miljoen gulden kosten, dat vond ik niet veel voor zo’n groot pand op zo’n plek in de stad. Maar de bank wilde me er uiteindelijk toch geen geld voor lenen’, zegt Akyol er zelf over.

Zakenpartner van Victor 't Hooft

Daarom klopt hij aan bij de bekende Haagse vastgoedondernemer Victor 't Hooft, die in 2007 voor de ogen van zijn vrouw bij zijn woning aan de Bezuidenhoutseweg wordt geliquideerd. De twee ondernemers willen graag samen met een projectontwikkelaar op deze locatie nieuwbouw realiseren, maar worden volgens Akyol daarbij jarenlang 'tegengewerkt' door de gemeente. 'Dan was er weer wat met de bouwhoogte, dan weer andere problemen met het bestemmingsplan. Uiteindelijk heeft het project dankzij de gemeente jarenlang stilgelegen.' Na de dood van 't Hooft doet Akyol het gebouw volledig over aan de weduwe van de vermoorde vastgoedondernemer. 'Ik heb uit piëteit niet de hoofdprijs gevraagd, dat doe je niet bij iemand die in rouw is.'

In de tussentijd voert Akyol een 'jarenlange strijd' met de gemeente over het zalencentrum dat hij aan de Fruitweg wil beginnen: Opera. Hoewel Akyol al in 2004 een huurcontract – à 200.000 euro per jaar – afsluit, krijgt Akyol pas in 2007 groen licht van de gemeente om de deuren te openen. 'Al die jaren ben ik aan het lijntje gehouden. Ook dát is de gemeente Den Haag.' In deze jaren klopt hij meermaals aan bij zijn vriend 't Hooft voor financiële ondersteuning. 'Ik moest wel jaarlijks twee ton huur ophoesten, terwijl ik niet kon ondernemen.'

Zalencentrum Opera

Als Opera dan uiteindelijk mag gaan draaien, groeit het in ruim een decennium uit tot het grootste zalencentrum van Den Haag. Inmiddels trekt de locatie aan de Fruitweg jaarlijks zo'n 400.000 tot 500.000 bezoekers. Opera is onder meer een zeer populaire trouwlocatie voor mensen van Turkse, Marokkaanse en Hindoestaanse afkomst. Atilla runt het zalencentrum als een familiebedrijf: zus en voormalig gemeenteambtenaar Feyhan is algemeen directeur, broer Erdinç salesmanager.

Zalencentrum biedt veel moeilijke jongeren uit de wijk een werkplek - Erdinç Akyol over de 'buurtfunctie' van Opera

Ook diverse zoons, dochters, neven en nichten werken in de loop der jaren korte of langere tijd voor Opera. Daarnaast biedt het zalencentrum 'veel moeilijke jongeren uit de wijk' een werkplek, zegt Erdinç Akyol. 'Dan hebben ze weer 100 euro voor het weekend, zijn ze hun ouders niet tot last en hangen ze niet op straat rond. Soms stelen ze weleens wat bij ons, maar daar spreken we de ouders dan weer op aan. Ik durf wel te stellen dat veel jongens door ons niet afglijden in de criminaliteit.'

Loyale vriend

Volgens vrienden en familie is Akyol enorm betrokken en staat hij in moeilijke momenten altijd voor iedereen klaar. 'Ras-Hagenees' Jeffrey Huf onderschrijft dat. Hij organiseert door de jaren heen samen met Akyol diverse feesten in Opera. Ook doet hij wat losse klussen, onder meer als dj, voor de ondernemer. In 2015 raakt Huf zowel financieel als fysiek in zwaar weer. Zo moet zijn voet geamputeerd worden vanwege een ontsteking aan zijn been door suikerziekte. Omdat hij zijn eigen huurhuis heeft moeten opzeggen, trekt Huf na de operatie noodgedwongen in bij zijn op leeftijd zijnde ouders.

Al snel staan Atilla en Erdinç Akyol voor de deur om Huf een hart onder de riem steken. 'Ze hadden voor twee weken een mooie suite in een hotel voor me geregeld. Kun je lekker uitrusten, zeiden ze tegen me.' Huf wordt er nog altijd emotioneel van als hij eraan terugdenkt. 'Atilla is zó loyaal, een gouden gozer. Hij is net als ik een creatieve, vrije jongen. Ik heb in mijn leven genoeg échte boeven ontmoet, maar Atilla is daar geen van. Ik steek beide handen voor 'm in het vuur.'

Richard de Mos

In 2013 leert Akyol op een bijeenkomst van Haagse ondernemers in evenementenlocatie De Uithof de bij de PVV vertrokken politicus Richard de Mos kennen. Hij is bezig een lokale partij op te zetten die zich hard maakt voor ondernemers én een bruisend uitgaansleven in Den Haag, dat volgens De Mos het niveau van een doorsnee plattelandsgemeente niet overstijgt. Aanvankelijk stuit De Mos op scepsis in de familie, herinnert broer Erdinç zich. 'Wij dachten: "Wat moet je als Turkse ondernemer nou met een PVV'er?" Maar volgens Atilla heeft Richard goede ideeën voor de stad die bovendien gunstig zijn voor Opera.'

Akyol besluit de partij te gaan steunen, onder meer als donateur. Volgens De Mos gaat het daarbij 'niet om schokkende bedragen', al wil hij over de precieze hoogte van donaties niets zeggen. Wel ontvangt de partij veel steun in 'natura', bijvoorbeeld van donateurs die reclamecampagnes betalen of een verkiezingsbus beschikbaar stellen. 'En Atilla geeft ons altijd een mooie korting als we een zaal willen huren voor een partijbijeenkomst. Maar zijn steun zit 'm vooral in zijn goede ideeën, onder meer tijdens de verkiezingscampagnes. Atilla liep als ondernemer tegen allerlei regels van de gemeente op. En net als onze partij pleit hij voor een levendig nachtleven, daarin hebben we elkaar gevonden.'

Honderden voorkeursstemmen

Zo ziet Akyol, die de verdenkingen tegen hem verwerpt, het zelf ook: 'Het nachtleven in Den Haag stelt al jaren niets meer voor. Na de Asta hebben we nooit meer een discotheek met enige landelijke bekendheid in de stad gehad. Ik vind het belachelijk dat jongeren altijd naar een andere stad moeten om fatsoenlijk uit te gaan. Groep de Mos wilde daar echt wat aan doen, dat had ik nog niet eerder meegemaakt. Hij helpt mij, dus ik help hem met stemmen, zo simpel is het.'

In 2014 krijgt Akyol bij de gemeenteraadsverkiezingen 460 voorkeursstemmen. Daarmee haalt hij als nummer 28 op de verkiezingslijst na lijsttrekker Richard de Mos het hoogste aantal stemmen van de partij binnen. Zonder die stemmen had Groep de Mos, die dan nog samen optrekt met de Ouderen Partij, het met twee in plaats van drie zetels in de gemeenteraad moeten doen. Toch was Atilla volgens broer Erdinç niet tevreden. 'Hij verontschuldigde zich tegenover Richard dat hij niet meer stemmen had binnengehaald. Ik denk dat het komt omdat veel mensen in de wijk niet goed weten wat voor partij het is. Als hij op de lijst had gestaan van de PvdA of het CDA had hij zo een paar duizend stemmen binnengehaald.'

Verdacht van belangenverstrengeling

In 2018 is Akyol als nummer 35 op de lijst goed voor bijna 700 voorkeursstemmen. De Mos: 'Atilla heeft ervoor gezorgd dat we ook in de Schilderswijk en Transvaal flink wat stemmen hebben binnengehaald, want daar hadden we nog geen achterban.' Hart voor Den Haag/Groep de Mos wordt bij de verkiezingen de grootste partij van de stad en vormt samen met de VVD, D66 en GroenLinks het college. Richard de Mos wordt wethouder en locoburgemeester.

De banden tussen de partijman De Mos, de wethouder De Mos, de partijfinancier Akyol en de ondernemer Akyol zijn volgens het Openbaar Ministerie op een gegeven moment door elkaar gaan lopen. Zo is Akyol er eerder dit jaar als de kippen bij om een van de omstreden nachtvergunningen bij de gemeente aan te vragen. De Mos heeft altijd gezegd dat er wat hem betreft niets onoorbaars is gebeurd bij de toekenning van de nachtontheffingen. 'Er zijn vijf aanvragen gedaan en er zijn vijf vergunningen toegekend door de burgemeester. Niemand is dus gedupeerd.'

Voormalige Philipsfabriek

En dat de voorwaarden voor de vergunningen - onder meer dat het moest gaan om gelegenheden van minimaal 1.000 vierkante meter buiten de bestaande uitgaansgebieden - wel erg toegesneden waren op Opera vindt De Mos ook geen bezwaar. 'We hebben dit allemaal in de campagne beloofd en vervolgens is het beleid geworden van het hele college. De wethouders van de andere partijen hebben er gewoon mee ingestemd, daar is niets geheimzinnigs aan.'

Volgens NRC heeft De Mos Akyol ook bevoordeeld bij de ontwikkeling van een gemeentelijk pand tegenover zalencentrum Opera. In de voormalige Philipsfabriek 'De Schilde' zou Akyol arbeidsmigranten en horeca willen huisvesten. De eigenaar van Opera trekt daarbij op met jeugdvriend Michel Zaadhof, inmiddels bestuurslid van Hart voor Den Haag/Groep de Mos. Richard de Mos ontkent niet dat hij Akyol heeft gesproken over De Schilde. 'Maar ik heb ook nog veel andere mensen gebeld, de telefoon stond steeds roodgloeiend. Ik heb tijdens mijn wethouderschap met honderden mensen gesproken, en echt niet steeds dezelfde ondernemers gebeld. Ik ben een doener en wil wat voor elkaar krijgen in de stad.'

Schoonzus Akyol hoog op verkiezingslijst

Op de kieslijst voor de raadsverkiezingen van 2018 komt op nummer vier een relatief onbekende nieuwkomer, Nino Davituliani, de partner van Erdinç Akyol. De hoge notering van Davituliani zorgt voor scheve gezichten bij een groep oudgedienden van Groep de Mos die zich jarenlang hebben ingezet voor de partij. Zij vragen zich af waarom een nieuwkomer zonder politieke ervaring zo'n hoge plek op de lijst krijgt.

Nino Davituliani | Foto: Gemeente Den Haag

Erdinç Akyol meent dat goed uit te kunnen leggen. 'Nino wilde altijd al de politiek in. Nadat ze eerst kort met een andere partij had gesproken, zei Atilla tegen haar: "Waarom ga je niet bij Groep de Mos?" Richard wilde graag een paar powervrouwen hoog op de lijst en mijn vriendin is een powervrouw.' Davituliani is net als haar partner verdachte in het corruptieonderzoek, al zegt zij nog altijd niet te weten waar ze precies van verdacht wordt.

Vuurwapen in woning Akyol

Richard de Mos en Rachid Guernaoui worden door het Openbaar Ministerie verdacht van ambtelijke corruptie, omkoping en het schenden van het ambtsgeheim. De inmiddels ex-wethouders zijn maandenlang afgeluisterd door de rijksrecherche en ook de werkkamers en de woningen van De Mos en Guernaoui zijn doorzocht.

Bij Atilla Akyol thuis wordt op 1 oktober een vuurwapen gevonden. 'Dat is absoluut waar. Maar dat ding lag in een kluis en er kon niets mee gebeuren', zegt hij er zelf over. Alle verdachten in het corruptieonderzoek wachten nog altijd op hun dossier. Erdinç Akyol heeft begrepen dat hij verdacht wordt van het 'omkopen van een ambtenaar'. 'Maar ik weet echt niet om wie het gaat. Ik heb niet eens een advocaat, want ik heb niets gedaan.'

Witwassen

In 2017 is Atilla Akyol ook verdachte in een groot onderzoek naar witwassen en illegaal gokken, maar dat stelt volgens zijn broer niet veel voor. 'Ik denk dat zijn naam naar voren is gekomen omdat hij regelmatig contact had met de andere verdachten, waardoor het OM een link is gaan leggen. Maar Atilla heeft er echt niets mee te maken, hij is ook niet veroordeeld.'

'Niemand in onze familie heeft een strafblad. We hebben het financieel goed en rijden rond in Porsches en Mercedessen. We werken om te leven, daar is niet crimineels aan.' Atilla Akyol zelf zegt verrast te zijn over de verdenking aan zijn adres. 'Ik wist echt niet dat ik verdachte ben geweest en ik ben ook nog nooit verhoord.'

Online gokken en Polenhotels

Wel registreert Atilla Akyol volgens zijn broer 20 jaar geleden al de domeinnaam gokken.nl. Vanaf volgend jaar wordt online gokken legaal in Nederland. Erdinç: 'Alle grote partijen in de gokwereld willen die naam nu van hem kopen, daar gaat hij weer flink mee verdienen.' Onder zijn 'Akyol Holding BV' hangt nog een waaiertje aan andere horeca- en (financiële) dienstverleningsbedrijven, maar volgens zijn broer Erdinç houdt Atilla zich eigenlijk vooral met zalencentrum Opera bezig. 'Hij heeft wel wat vastgoed, maar dat interesseert ‘m niet echt. Met Opera is Atilla druk genoeg.'

Akyol geeft wel vaker blijk van een vooruitziende zakelijke blik, zeggen mensen uit zijn omgeving. Volgens jeugdvriend Bo Bodrij ziet Akyol een kleine tien jaar geleden juist een kans in de toestroom Oost-Europese migranten, terwijl toenmalig wethouder Norder (PvdA) nog spreekt van een 'tsunami'. 'Hij was toen al bezig met het opzetten van Polenhotels.' Zo opent Akyol in het complex van Opera een accommodatie voor Oost-Europese arbeidsmigranten, een onderneming die hij inmiddels van de hand heeft gedaan.

Plopsaland

Ook in de voormalige Philipsfabriek tegenover het zalencentrum zou Akyol dus kansen zien voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Die zouden nodig weg moeten bij evenementencentrum De Uithof waar Eugène de la Croix – ook financier van de Groep de Mos – liever een toeristische attractie, een vestiging van Plopsaland, ziet komen. Volgens De Mos heeft De la Croix daar 'helemaal niets mee te maken'. 'Het is allemaal op mijn initiatief gebeurd. Ik ben zelf naar België gegaan om de eigenaar van Plopsaland lekker te maken. En ik heb hem ook meerdere locaties in de stad aangeboden.'

De Mos en Akyol zijn ervan overtuigd dat de beschuldigingen tegen hen niet hard gemaakt kunnen worden. Ondertussen is de publicitaire schade al wel gigantisch, zegt Erdinç Akyol. 'Atilla kan zijn gezicht op de tennisvereniging niet meer vertonen en bij Opera hebben we al verschrikkelijk veel annuleringen binnengekregen. De meeste mensen denken toch dat waar rook is ook vuur is. Voor velen zijn wij al lang veroordeeld.'

LEES OOK: Sponsors blijven achter Hart voor Den Haag/Groep de Mos staan