'Ik stond alleen op de uitkijk en ik wist niet waarvoor'

DEN HAAG - Het is de eerste keer dat Kevin moet voorkomen. Hij wordt verdacht van een inbraak en is zichtbaar nerveus. Wat niet helpt tegen de zenuwen zijn de dertig paar ogen van een schoolklas die vanaf de publieke tribune in zijn rug priemen. Bij de eerste vraag van de rechter komt hij moeilijk uit zijn woorden. Zijn advocaat schiet te hulp: 'Het is geen makkelijke prater. Hij vindt het heel spannend.' Met toestemming van de rechter stelt de advocaat Kevin de vraag of hij op de uitkijk heeft gestaan. 'Ja', is zijn antwoord.

Het is mei 2018 als Kevin wordt aangehouden, midden in de nacht in Waddinxveen. Een vrouw ziet hem met drie anderen op het erf bij de buren. Even daarvoor is ze wakker geworden van een klap en belt 112. Ze ziet de jongens teruglopen richting het huis. Eén van hen, een lange jongen in een donkere jas, staat onder een lantaarnpaal. Hij heeft een tas in zijn hand.

Even later wordt Kevin aangehouden. De tas heeft hij dan al weggegooid. Er blijkt een kussensloop en een draadloze speaker in te zitten, afkomstig uit het huis. Als hij gefouilleerd wordt vinden agenten plastic handschoentjes in zijn broekzak. Dezelfde soort handschoentjes vinden ze later ook in het huis. 'Bent u binnen geweest?', wil de rechter weten. 'Nee', antwoordt Kevin. Volgens eigen zeggen wist hij niet eens waarom hij op de uitkijk stond.

Op de uitkijk

'Ze vroegen of ik wilde helpen', zegt Kevin. 'Waarmee?', wil de officier van justitie weten. 'Dat heb ik niet gevraagd', antwoordt hij. 'Je vraagt toch waarmee je moet helpen?', probeert ze nog een keer. Maar Kevin blijft bij zijn verhaal. De officier gelooft niks van het verhaal. Zij denkt dat Kevin een grotere rol heeft gespeeld bij de inbraak en dat hij in het huis is geweest. 'Alles wijst op grotere betrokkenheid.'

De advocaat van Kevin ziet daar geen bewijs voor. 'Hij moest alleen maar op de uitkijk staan en roepen als er iemand aankwam.' Dat er handschoenen zijn gevonden zegt volgens hem ook niet zoveel, omdat die handschoenen overal te koop zijn.

'Inbraak is een naar strafbaar feit'

Zijn lege strafblad is voor de officier van justitie geen reden om Kevin te ontzien. 'Het is naar als mensen door je spullen hebben gesnuffeld', zegt ze tegen de verdachte die aandachtig zit te luisteren. 'Je voelt je daarna niet meer veilig in je eigen woning.' De officier vindt dat Kevin terug de cel in moet. Ze eist vier maanden cel, waarvan drie voorwaardelijk en een taakstraf van 120 uur.

Als Kevin de gevangenis in zou moeten raakt hij mogelijk zijn baan kwijt. Hij hoopt er daarom met een lichtere straf vanaf te komen. Verder gaat het goed met Kevin. Hij heeft geen schulden en geen strafblad. Alleen kreeg hij ooit een boete voor wildplassen. Daar naar gevraagd, antwoordt hij: 'Ja sorry, ik moest heel nodig'.

Niet naar de gevangenis

Net als de officier denkt ook de rechter dat Kevin in het huis is geweest, toch is ze hem gunstig gezind. 'Ik ga u niet terugsturen naar de gevangenis', maar ze waarschuwt hem nog wel: 'Dat kan de volgende keer heel anders zijn.' Kevin krijgt een voorwaardelijke celstraf van een maand en een werkstraf van 150 uur.

In het kader van de privacy zijn de namen gefingeerd.

Dit is een artikel in de reeks 'Bij de politierechter'. Meer verhalen lezen?

Meer over dit onderwerp:
BIJ DE POLITIERECHTER
Deel dit artikel: