De ADO-jaren van Aad de Mos: 'Het Zuiderpark was voor mij het paradijs'

DEN HAAG - ADO Den Haag bestaat 1 februari 115 jaar. In al die jaren heeft de club grote successen gekend, maar is ook door diepe dalen gegaan. Wij blikken in vijf verhalen terug op de roemruchte geschiedenis van ADO. In aflevering 3: Aad de Mos. 'Vroeger was er niets anders dan ADO voor mij.'

Hij is inmiddels 72 jaar, maar De Mos oogt vitaler dan de meeste gepensioneerden van zijn leeftijd. De analist is in een net pak gestoken en draagt daaronder hippe sneakers die bij de huidige jeugdspelers op trainingscomplex de Aftrap niet zouden misstaan. Op de Aftrap liggen ook de ADO-roots van de oud-trainer van onder meer Ajax, PSV, KV Mechelen en Anderlecht. 'Ik ben aan de overkant van het Zuiderpark geboren', zegt hij met gepaste trots. 'Mijn wieg stond vlak bij ADO.'

De familie De Mos had begin jaren vijftig eigenlijk twee huizen. Het huis aan de Moerweg waar Aad en zijn familie woonde en het Zuiderpark. 'Mijn vader was oud-eerste elftal-speler. Hij zat bij de selectie die in de oorlogsjaren twee keer landskampioen werd. Hij zat toen ik lid werd ook in het bestuur van ADO. De club was voor mij automatisme. De hele familie was daar. Mijn opa en oma deden de was. Toen ik drie jaar was ging ik al met mijn vader naar ADO. Het is wel eens voorgekomen dat mijn vader zonder mij thuiskwam. Dan liep ik daar nog te voetballen of keek ik naar Mick Clavan, George van Rosmalen en Rinus Loof in het eerste elftal.'

Het hoogste jeugdelftal van ADO in 1966 met De Mos, staand tweede van rechts | Foto: Privécollectie Aad de Mos

Spijbelen om spelerstassen te dragen

Er doemen meteen jeugdherinneringen op bij de trainer in ruste. 'Toen ik twaalf, dertien jaar was, spijbelde ik. Dan kon ik als eerste de tassen tillen van de spelers die meededen aan het bekende internationale jeugdtoernooi van ADO. Dan waren er op woensdag al spelers van bijvoorbeeld AS Moncao of Tottenham Hotspur. Ze hadden dan de speldjes in hun jas zitten en die gaven ze dan. Voor het toernooi begon, had ik alle speldjes al.'

Officieel heeft De Mos geen speelminuten gemaakt op het hoofdveld, officieus wel. 'In de jaren vijftig hadden de we in de pupillen tien, vijftien elftallen met dierennamen', begint hij de volgende anekdote uit het theater van sentiment. 'De leeuwen, de tijgers, de buffalo's, noem het maar op. Uit die selecties werden er jongetjes gekozen die een voorwedstrijd mochten spelen op zondagmiddag, voordat het eerste elftal in actie kwam. In 1957 had ik een voorwedstrijd gespeeld en daarna werd ADO kampioen van de eerste divisie. Toen mochten wij de bloemen aan de spelers overhandigen.'

Dick Advocaat en Lex Schoenmaker

Het doel van De Mos was natuurlijk zelf in het eerste spelen op het hoofdveld. Lang zag het er ook naar uit dat hij zijn debuut ging maken op het Zuiderpark. 'Ik behoorde tot de beste spelers van mijn lichting', zegt hij decennia later trots. 'Ik was aanvoerder in een team met Dick Advocaat, Lex Schoenmaker en Harry Vos. Wij hebben in 1966 bijvoorbeeld als eerste thuisteam het beroemde internationale jeugdtoernooi van ADO gewonnen in een finale tegen Tottenham Hotspur. Dat was iets bijzonders. De finale werd door Studio Sport uitgezonden.'

Aad, was willst du, mein Junge?
Ernst Happel

In de jaren dat De Mos tegen het eerste team van ADO aan schurkte, was de Oostenrijker Ernst Happel de trainer van de eredivisieclub. Hij regeerde met ijzeren hand en dat ondervond ook het jonge talent De Mos. 'We kregen met vier mensen uit ons jeugdteam een contract', zegt hij jaren later. 'Stond ik op de loonlijst voor iets meer dan 160 gulden per maand. Toen kwamen we in het tweede elftal te spelen. Soms kwam je dan bij het eerste elftal als reserve. Ik heb daar wel een paar keer op de bank gezeten. Maar ik had in die tijd een enorme concurrent met Aad Mansveld. Die ging nog wel tien, vijftien jaar mee. Daarnaast had ik niet echt een goede relatie met Happel.'

Het eerste contract van Aad de Mos bij ADO | Afbeelding: Privécollectie Aad de Mos

Op de transferlijst

De relatie met de stugge trainer uit het Alpenland is waarschijnlijk de reden dat De Mos nooit in de officiële analen van de Haagse club is opgenomen. 'Ik was natuurlijk nooit gewezen op mindere sterke punten bij mijzelf', vertelt De Mos. 'Ik was bijvoorbeeld op een sterk bezet jeugdtoernooi in Cannes de beste speler geworden. Dat toernooi wonnen we ook met Bert Jacobs als trainer en Theo Timmermans als elftalbegeleider.'

'Toen ik bij de selectie kwam, kreeg ik in een keer van Happel dingen te horen die beter konden. Dat beviel mij niet. Dat was ik niet gewend. Het tastte mijn zelfvertrouwen aan. Alles was daarvoor vanzelf gegaan. Die andere jongens zoals Dick Advocaat en Lex Schoenmaker kregen wel de kans om in het eerste elftal te spelen. En ik als aanvoerder niet. Dat ging zo wringen bij mij. Toen ben ik naar hem toegegaan en heb ik gezegd dat ik op de transferlijst wilde.'

'Hoger spelen'

Sowieso hadden Happel en De Mos al eerder conflicten gehad. Bij het talent in de dop zaten de frustraties op een gegeven moment zo hoog dat hij het op de deur van het kantoortje van de Oostenrijker tikte. 'Manager Eddy Hartman had mij nog gewaarschuwd om het niet te doen, omdat Happel niet in goede doen was. Toen zei ik tegen Eddy: 'Ik moet hem nu hebben'. Toen ben ik toch naar binnen gegaan.'

Aad de Mos en Johan Cruijff tijdens een wedstrijd tussen ADO-II en Ajax-II | Foto: Privécollectie Aad de Mos

'Ik wilde het toentertijd op mijn manier forceren', zegt De Mos. 'Ik zei tegen Happel: 'Waarom speelt die speler wel en ik niet'. Toen kreeg ik als antwoord: 'Was willst du, mein Junge?'. Ik antwoordde toen: 'Hoger spelen'. Toen zei hij ga dan maar op de tribune voetballen.'

Profclub Rijswijk

'Ik had wel het idee dat Happel het goed met mij voorhad', overdenkt De Mos zijn vlegeljaren. 'De instructies die hij mij gaf, heb ik niet goed kunnen verwerken. Ik heb later begrepen dat als trainers met je praten, dat ze iets met je willen. Als ze niet meer met je praten, dan tel je niet meer mee. Ik heb dat toen niet goed ingeschat.'

De Mos vertrok uiteindelijk bij ADO en kwam zodoende terecht bij de VVCS, de voetballersvakbond. Daar zat Karel Jansen, de vader van de bekende zaakwaarnemer Rob Jansen. Hij deed De Mos een voorstel: 'Waarom kom je niet bij mij in Rijswijk bij de amateurs van RVC voetballen?' Daar zaten alleen maar oud-profs', weet De Mos een halve eeuw later nog. 'Het bestuur van ADO zei altijd denigrerend tegen mij: 'Ben je vertrokken naar profclub Rijswijk?'

De Mos met een prijs als speler van RVC | Foto: Privécollectie Aad de Mos

Basisschool Schilderswijk

De eerste dagen dat De Mos naar RVC ging, was hij gedesoriënteerd. 'Mijn hele leven was ik via de Moerweg, de brug over, naar ADO gegaan. Dan zo naar beneden richting het Zuiderpark. Dat was voor mij het paradijs. Toen ging ik voor de eerste keer de andere kant op naar RVC. Dat kon helemaal niet. Ik was elke dag dáár.'

Uiteindelijk zou de blonde jongeling nog drie jaar als semiprof spelen bij het Rotterdamse Excelsior. Een zware liesblessure noopte hem om te stoppen. Ondertussen gaf hij ook les op een basisschool in Schilderswijk. Doceren deed De Mos sowieso al op vroege leeftijd. Als jeugdspeler van ADO trainde hij al een jeugdteam van HBS. Met het trainerschap zou hij later zijn geld verdienen. Eerst nog bij de amateurs van Wilhelmus, de Valkeniers en uiteindelijk RVC in de jaren zeventig. Daarna kwam Ajax op zijn pad. Al werd hij tussendoor nog wel met ADO in verband gebracht.

Vijf wedstrijden voor het einde ontslagen

In de periode 1978-1980 trainde hij RVC. 'Toen had ik net mijn hoogste trainersdiploma gehaald en haalde ik grote successen met die club in de Hoofdklasse', lepelt De Mos een gedeelte van zijn trainerscarrière op. 'Toen werd er gezegd: "Hij is nu wel klaar om ADO Den Haag te pakken". Maar dat is er op de een of andere manier niet van gekomen.'

Aad de Mos als leraar in de Schilderswijk begin jaren zeventig | Foto: NOS

Uiteindelijk stelde Ajax hem aan als jeugdtrainer. Zo ambitieus als De Mos was, werd hij binnen twee jaar hoofdtrainer van de Amsterdammers. Twee keer werd de Hagenaar landskampioen met Ajax. Al was die laatste landstitel cru. Vijf wedstrijden voor het einde stond Ajax bovenaan in de eredivisie, maar toch werd De Mos ontslagen.

'Ik weet het meeste over het ADO van vroeger'

Door dat ontslag bij de hoofdstedelingen besefte De Mos hoeveel het toenmalige FC Den Haag voor hem betekende. 'Ik kom graag naar Den Haag. Dat doe ik met heel veel plezier. Ik wil er mijn leven lang blijven komen', mijmert hij. 'Als trainer word je altijd een keer ontslagen. Dan heb ik toch een wrang gevoel. Dan denk ik bijvoorbeeld aan Maurice Steijn, hoe hij bij ADO weg moest. Je wordt met bloemen onthaald en gaat met brandnetels weg. Dat mag mij overal gebeuren, maar niet bij ADO.'

Maar zijn betoog over waarom hij nooit het trainerschap in de residentie heeft opgepakt gaat verder. 'Ik heb de lijnen op het veld gezet', zegt hij met een nostalgische gevoel. 'Als er een reünie is of er moet worden gesproken over ADO, dan halen ze mij erbij. Omdat ik het meeste weet over het ADO van vroeger. Ik ken alle namen, ik heb alles in mijn hoofd zitten. Ik heb de oude terreinknechten meegemaakt. Ik heb op het veld geslapen als het ware. Mijn hele leven ligt daar.'

LEES OOK:

Meer over dit onderwerp:
AAD DE MOS ADO DEN HAAG ERNST HAPPEL ADO
Deel dit artikel: