Instellingen

Voetganger en fietser staan straks op nummer één in Den Haag

Fietsers in Den Haag
Fietsers in Den Haag © ANP
DEN HAAG - Een veiliger verkeer, meer gebruik van deelauto's, -fietsen en -scooters, veel meer ruimte voor de fietser én een betaalbaar, goed openbaar vervoer. Dat is het ideale beeld van meer dan duizend mensen die de afgelopen tijd mee dachten over de toekomst van de mobiliteit in Den Haag. Maar ze realiseren zich ook dat daarmee de ruimte in de stad onder druk komt te staan. Dus het is bijna onvermijdelijk dat de auto in de toekomst een minder prominente rol krijgt. 'Een grote verandering staat Den Haag te wachten', is de conclusie van wethouder Robert van Asten (D66, verkeer) dan ook.
Sinds afgelopen zomer werden overal in de stad gesprekken gevoerd met bewoners, belangenorganisaties, deskundigen en ondernemers. Want als de stad nu al dicht slibt vanwege het vele verkeer, hoe moet dat straks met nóg meer inwoners? De komende jaren komen er nog eens - zo is de verwachting - 100.000 mensen bij. Dat betekent dat Den Haag in 2040 ongeveer 629.000 inwoners telt. Als die ook allemaal achter het stuur van een auto kruipen, is er geen doorkomen meer aan. Als er niets verandert, zou er alleen al een hoeveelheid parkeerplaatsen moeten bijkomen dat in oppervlakte gelijk is aan tachtig voetbalvelden.
Dus móet er iets veranderen, schreef Van Asten daarom in mei vorig jaar al in een brief over de in vaktermen 'mobiliteitstransitie'. Daarin staan ook een aantal doelen. Zo streeft hij naar nul verkeersslachtoffers, een efficiënt gebruik van de beschikbare ruimte, een schoon en betaalbaar vervoer op maat en goede verbindingen met andere delen van het land en buitenland. Een toekomst die hij heel helder voor zich ziet.
Tekst gaat verder na de video
Wethouder Robert van Asten denkt na over mobiliteit in de stad

Niet één groot plan

De gesprekken in de stad zijn bedoeld om ideeën op te doen bij het uitwerken van de eerste plannen uit die brief én om steun te vinden. Een van de belangrijke dingen die hij heeft geleerd, vertelt de wethouder aan het einde van de avond, is dat er niet één groot plan voor de hele stad moet komen. Iedere wijk heeft z’n eigen problemen en opvattingen en dus zijn er ook verschillende oplossingen nodig. 'Iemand uit Loosduinen denkt net iets anders over mobiliteit – omdat bijvoorbeeld het centrum net iets verder weg ligt – dan iemand uit Segbroek', aldus de wethouder.
'En dat betekent dat we dus met een aanpak moeten komen die voor elk stadsdeel een eigen verhaal heeft. We gaan echt voor maatwerk, al zullen er natuurlijk algemene regels gaan komen.' Volgens Van Asten is een van die algemene regels dat straks de wandelaar en fietser op plek één staan in de rangorde van belangrijkheid. Daarna komt het openbaar vervoer en dan pas de auto.

Nodig

Dat betekent niet dat de auto helemaal gaat verdwijnen. 'Die zal zeker een plek houden. Sommige mensen hebben hem gewoon nodig. Maar we zullen wel naar nieuwe vormen toe gaan.' Een van die nieuwe vormen is, aldus de wethouder, deelmobiliteit. Niet meer zelf een auto hebben alleen voor eigen gebruik, maar die delen met anderen. 'Dat is ook vaak nog goedkoper. Dus ook nog eens goed voor je portemonnee.'