Museum De Lakenhal stopt met extreem dure exposities

LEIDEN - Ondanks het grote succes van 'De Jonge Rembrandt' stopt het Leidse museum De Lakenhal met dit soort grote tentoonstellingen. 'Te kostbaar', zegt museumdirecteur Meta Knol in een opiniestuk in NRC. Met name de kosten voor de verzekering van de wereldberoemde werken rijzen de pan uit. En dus moet het roer om.

De expositie 'De Jonge Rembrandt' liet de afgelopen maanden de ontwikkeling van Rembrandt zien als jonge schilder in Leiden. De unieke tentoonstelling trok 55.000 bezoekers. En dat is veel. Maar zonder een extra toeslag van 7,50 euro op een regulier kaartje zou een relatief klein museum als de Lakenhal niet uit de kosten zijn gekomen.

'Laat ik voorop stellen dat "De Jonge Rembrandt" echt een succes was', zegt Knol. 'Maar wij hebben net berekend dat dat de tentoonstelling uiteindelijk 22 euro per bezoeker heeft gekost. En dat is eigenlijk te veel. Dat komt met name door de hoge verzekeringskosten.' Volgens Knol betaalde het museum bijna 300.000 euro aan de verzekeraar. 'Dat is ongeveer een kwart van onze begroting.'

Lokale verhalen

En dus telt het museum nu de knopen, want voor dat geld kun je heel veel andere leuke dingen doen. 'Stel je voor dat we ons ook hadden moeten richten op scholen, educatieve programma's of nog meer doen met de collecties die we hebben.' In de toekomst wil Knol dan ook meer gaan doen aan de lokale verhalen met een landelijke uitstraling.

Knol kreeg veel reacties uit de museumwereld op haar stuk in NRC. 'Mijn artikel heeft echt wel een snaar geraakt, omdat veel museumdirecteuren met hetzelfde worstelen. Die moeten ook hun aandacht en geld verdelen. Of je kiest voor dure exposities of je kiest voor je basis waar je eigenlijk ook voor bent.'

Meer over dit onderwerp:
MUSEUM DE LAKENHAL MUSEUM LEIDEN REMBRANDT
Deel dit artikel: