Politiek teleurgesteld na afblazen plannen voormalige Amerikaanse ambassade

DEN HAAG - De Haagse politiek is teleurgesteld na het afblazen van de plannen voor het vestigen van een Eschermuseum en -hotel in de voormalige Amerikaanse ambassade op het Lange Voorhout in Den Haag. Wat er nu met het monumentale pand moet gebeuren is voor de meeste partijen nog een grote vraag. 'Welk bedrijf kan nu in deze tijd op korte termijn veel geld vrijmaken om het over te nemen?', is de bijna retorische vraag van raadslid Bülent Aydin van de PvdA, die door veel collega’s wordt gedeeld.

Net als Aydin noemt Mariëlle Vavier van GroenLinks het afketsen van het verplaatsen van het museum jammer. Maar wat nu? 'We willen in ieder geval geen grote toekan op het gebouw', stelt zij. 'We willen het liefst dat er een culturele functie in komt. Zo kan het ook bijdragen aan de ontwikkeling van een museumkwartier. Maar het is natuurlijk ook een duur gebouw. Dus misschien moet er wel een commercieel deel bij.'

Aydin heeft ook begrip voor het besluit van de wethouder. Volgens hem is het terecht dat zij geen jarenlange subsidie wil garanderen. 'Dat kun je ook niet maken naar andere culturele organisaties.' Op de vraag wat er nu in het gebouw moet komen, heeft ook hij 'geen pasklaar' antwoord. Maar net als GroenLinks is ook de PvdA niet voor alleen een commerciële invulling.

Gebrek aan visie en daadkracht

De grootste oppositiepartij in de raad, Hart voor Den Haag/Groep de Mos, is teleurgesteld. Volgens fractieleider Richard de Mos had wethouder Saskia Bruines de komst van het Eschermuseum en -hotel wel degelijk mogelijk kunnen maken door de subsidies voor tien jaar te garanderen. Dat zij dit niet doet 'getuigt van een schromelijk gebrek aan visie en daadkracht', stelt De Mos. Hij verwijt de wethouder 'risicomijdend gedrag' en een 'totaal gebrek aan creativiteit'.

Volgens De Mos krijgt het Eschermuseum nu al jaarlijks 400.000 euro van de gemeente en zou het museum kunnen verhuizen als de stad garandeert die subsidie ook de komende tien jaar te blijven geven. Andere steden zouden ook zulke beloften doen aan musea. Een andere optie is volgens hem geld eisen van het Rijk in verband met de sluiting van het Binnenhof.

Economische ontwikkeling

'We waren zo dichtbij om van het Museumkwartier een plek van internationale allure te maken, met Escher in de voormalige Amerikaanse ambassade, het Literatuur- en Kinderboekenmuseum in het pand van Staalbankiers en een Oranje- of Delfsblauwmuseum of een combinatie daarvan in het huidige pand van Escher', zegt De Mos. 'Dit was zo ontzettend goed geweest voor zowel de culturele sector en het toerisme als de economische ontwikkeling van de stad. Zeker met het oog op een jarenlange sluiting van het Binnenhof, hadden we met een bruisend Museumkwartier de loop in het gebied kunnen houden. Goed voor de stad, goed voor ondernemers.'

Opgelucht

De Haagse Stadspartij - ook in de oppositie - is een van de weinige fracties die opgelucht reageert. 'Onze voorkeur had het niet om er een Eschermuseum en -hotel in te vestigen', zegt raadslid Peter Bos. 'Zo'n gebouw zou eigenlijk in publieke handen moeten blijven.'

Hij pleit nu voor een 'nieuwe ronde' van plannen ophalen en uitwerken. Het liefst zou Bos er dan zelf meer hedendaagse kunst in willen zien. 'Een museum is vaak een beetje terugblikken, terwijl Den Haag op dit moment een heel bruisend cultureel leven heeft.'

Deel dit artikel: