Instellingen

66 jaar geleden: Niet een virus, maar geld zorgde voor het einde van de voetbalcompetitie

Beeld uit de wedstrijd Franse Profs - Nederlandse Profs
Beeld uit de wedstrijd Franse Profs - Nederlandse Profs © ANP
DEN HAAG - Door het coronavirus is er een kans dat de eredivisie dit seizoen niet wordt uitgespeeld. De laatste keer dat een competitie op het hoogste Nederlandse voetbalniveau niet werd afgemaakt, was 66 jaar geleden. In 1954 lag er geen besmettelijk virus aan ten grondslag, maar geld. De Nederlandse competitie was nog volledig amateuristisch, maar profvoetbal klopte met harde vuist op de deur. Den Haag speelde in die tweestrijd een belangrijke rol.
'ADO - Bleyerheide 0-0, NOAD - DHC 0-2, Feijenoord - Limburgia 2-0', het zijn zomaar wat uitslagen die op zondag 25 januari 1953 in de Nederlandse huiskamers te horen waren. Eindstanden van voetbalwedstrijden kwamen via de radio het snelst bij de voetbalvolgers. Spelers hadden nog namen alsof ze uit een braaf Nederlands jongensboek zomaar het veld op waren gelopen. Aad de Jong, Jan van Beek en Piet van der Harst waren in de winter van 1953 belangrijke spelers van ADO. De spruitjeslucht wemelt je tegemoet.
De winter van 1953 was de vooravond van de grootste verandering die het Nederlandse voetbal ooit heeft gekend. Sinds de jaren twintig waren er al geluiden dat voetballers zich wilden laten betalen voor geleverde diensten. Clubs streken al het entreegeld op en de spelers bleven met lege handen achter. Vooral Ajacied Jan de Natris liet meermaals blijken wel wat te voelen voor betaald voetbal. Sinds zijn debuut in Oranje in 1920 was hij bij de KNVB, die amateurisme predikte, een doorn in het oog.

Spelers trekken landgrenzen over

In de loop der jaren kregen steeds meer landen een profcompetitie. In Engeland en Schotland werden voetballers eind negentiende eeuw al betaald. Maar ook landen als Oostenrijk (1924), Italië (1926) en Argentinië (1931) kenden al relatief vroeg profvoetbal. Nederlandse voetballers konden niet achterblijven. Spelers trokken de landsgrenzen over.
De eerste Nederlander die betaald kreeg voor zijn voetbaldiensten, was Gerrit Visser. In 1926 trok hij naar het Noord-Oosten van de Verenigde Staten om te gaan voetballen bij fabrieksclub Bethlehem Steel. Meerdere landgenoten volgden zijn voorbeeld om profvoetballer te worden. De Hagenaars Joep Brandes (o.a. oud-speler van DUNO), Jan van Geen (Scheveningen) en Gerrit Vreken (ADO) volgden in de loop der jaren. Alle drie voetbalden ze vlak na de Tweede Wereldoorlog in het op dat moment beloofde voetballand voor Nederlandse profs: Frankrijk.
Het Nederlands Elftal dat het opnam tegen Frankrijk in de Watersnoodwedstrijd
Het Nederlands Elftal dat het opnam tegen Frankrijk in de Watersnoodwedstrijd © ANP

Schrikbewind KNVB

De KNVB voerde ondertussen een schrikbewind tegen de professionele voetballers. Mannen die in het buitenland gingen spelen, werden voor maanden of jaren geschorst en mochten ook niet voor Oranje uitkomen.
Bondscoach Jaap van der Leck won in zijn tijd als bondscoach (1949-1954) maar vijf van de 29 interlands. Alle Nederlandse topspelers zaten in Italië of Frankrijk. Het was zelfs zo erg met Oranje gesteld, dat in 1952 een interland tegen Frankrijk werd afgezegd, omdat de KNVB het niet aandurfde tegen de Franse profvoetballers.

Watersnoodramp

Na de watersnoodramp van 1 februari 1953 werd de eerste stap gezet naar acceptatie van betaald voetbal in Nederland. Meer dan 1800 mensen en 150.000 dieren vonden de dood door het wassende water. De wereld leefde mee met het kleine polderland aan de Noordzee en vanuit heel Europa werden acties opgezet om Nederland te helpen. Ook twee oud-ADO-spelers die in Frankrijk bivakkeerden, wilden hun landgenoten helpen. De voormalig internationals Theo Timmermans en Bram Appel benaderden de Franse voetbalbond om met een team van Nederlandse profs een benefietwedstrijd te spelen tegen de Fransen.
Profvoetballer Theo Timmermans liggend in een tandartsstoel in Nîmes
Profvoetballer Theo Timmermans liggend in een tandartsstoel in Nîmes © Nationaal Archief
En zo geschiedde. Op 12 maart 1953 won Nederland in Parijs van het onverslaanbaar geachte Frankrijk. Het werd 2-1 voor het team van Appel en Timmermans. Spits Appel scoorde zelf de winnende, nadat Hagenaar Bertus de Harder voor een 1-1 stand zorgde. De achtduizend aanwezige Nederlanders raakten enthousiast over de prestatie, evenals de kranten. Het Nederlandse voetbal kreeg op die donderdag in maart het laatste duwtje richting professioneel voetbal.

Luxe villa KNVB

De KNVB zetelde op dat moment in een luxe villa aan de Verlengde Tolweg in Den Haag. Ze moesten daar op de burelen van de voetbalbond nog steeds niets weten van professioneel voetbal. KNVB-voorzitter Hans Hopster was duidelijk: 'Er is geenszins reden om het roer om te gooien.'
De geest ging echter niet meer in de fles. In december 1953 werd vervolgens in Amsterdam de NBVB opgericht, oftewel de Nederlandse Beroeps Voetbal Bond. Een tegenhanger van de KNVB. Voorzitter werd oud-scheidsrechter Piet Swart, de eerder genoemde Jan de Natris werd de technisch leider. De nieuwe 'wilde bond' vond tien clubs die mee wilden doen aan de competitie. Al lang vergeten verenigingen met namen als Twentse Profs, Fortuna '54 en BVC Rotterdam stonden daarmee aan de wieg van het Nederlandse profvoetbal. Op 27 juli 1954 ging de eerste Nederlandse profclub trainen. Die eer was weggelegd voor een vereniging met een simpele maar duidelijke naam; Den Haag. Een halve maand later werd de eerste oefenwedstrijd tussen twee clubs gespeeld. Op 14 augustus stonden in Noord-Holland Alkmaar '54 en Sportclub Venlo '54 tegenover elkaar.

Twee betaalde voetbalcompetities

In de Haagse villa zat de KNVB ondertussen niet stil. De voetbalbond zag in dat een profcompetitie niet te stoppen was. Op het moment dat in Alkmaar het eerste doelpunt viel, ging de KNVB overstag. Het voetbalbolwerk liet toe dat ook in hun competities werd betaald. Daardoor ontstonden er twee betaalde voetbalcompetities naast elkaar. ADO nam het in die competitie op tegen teams die we nu nog steeds kennen zoals Feijenoord (nog zonder de bekende y), Sparta en Eindhoven. Maar ook de niet meer bestaande Tilburgse clubs zoals LONGA en NOAD. Frappant is dat de KNVB-competitie een week eerder begon dan die van de 'wilde bond'.
Spelers worden gehuldigd na de overwinning op Frankrijk
Spelers worden gehuldigd na de overwinning op Frankrijk © Nationaal Archief
Profclub Den Haag zat niet stil en haalde enkele toppers naar de residentie. De bekendste naam was die van De Harder. De aanvaller had furore gemaakt in Frankrijk en schoot in het seizoen 1949/1950 eigenhandig Girondins de Bordeaux naar de titel. Het leverde hem in Frankrijk de bijnaam 'De Goddelijke Kale' op. Ook de gelouterde Oranje-doelman Piet Kraak kwam de Haagse gelederen versterken. Opmerkelijk was de overstap van Toon Bauman. Na een profavontuur in Frankrijk, kwam hij in 1953 terug naar Nederland om voor zijn geliefde ADO te spelen. Hij moest daar wel een jaar op wachten omdat de KNVB hem schorste. Na een jaar in het Zuiderpark te hebben gespeeld, waagde hij zich weer aan een profavontuur. Dit keer bleef hij dichter bij huis. Hij zag bij zijn nieuwe club, oude bekenden op het veld. Voormalig teamgenoten van ADO, maar ook spelers van gerenommeerde Haagse clubs als Postduiven en VUC.

Sportpark Duinhorst

Op 11 september was sportpark Duinhorst in Wassenaar het decor voor de eerste officiële wedstrijd van Den Haag. Achtduizend mensen zagen hoe tegenstander Alkmaar met 2-3 te sterk was voor de mannen van de Hongaarse trainer Vilmos Halpern. Sowieso beleefde Den Haag geen topseizoen. Na een 2-1 nederlaag tegen Amsterdam stonden de Hagenaars op de achtste plaats. De ploeg had toen elf wedstrijden gespeeld. Alleen Utrecht en de Twentse Profs kon Den Haag onder zich houden.
Krantenverslag van de eerste competitiewedstrijd van Profclub Den Haag | Bron: Dagblad De Tijd 13-09-1954
Krantenverslag van de eerste competitiewedstrijd van Profclub Den Haag | Bron: Dagblad De Tijd 13-09-1954
ADO deed het ondertussen beter bij de concurrent. In de KNVB-competitie had de club na acht wedstrijden evenveel verliespunten als koploper Feijenoord. Vooral de doelpuntenproductie viel op bij de hofstedelingen. Maar liefst 28 doelpunten scoorde de ploeg, 3,5 gemiddeld per wedstrijd. Vooral aanvallers Jan Verhoek (10 goals) en Lex Rijnvis (5 doelpunten) waren op dreef in de Hofstad. Echter, op het moment dat ADO zich voor de kampioenstrijd meldde, werd de competitie gestopt.

Thuiswedstrijd in Drenthe

Al snel na de start van de beide competities gingen de bonden met elkaar in conclaaf. In eerste instantie kwamen ze steeds verder van elkaar af te staan. De KNVB verbood haar eigen clubs hun veld uit te lenen aan verenigingen van de 'wilde bond'. Dat zorgde voor problemen bij de NBVB. Profclub Rotterdam moest voor een van haar thuiswedstrijden zelfs uitwijken naar Drenthe. Dat probleem had profclub Den Haag niet. Als een van de weinige profclubs had de vereniging een eigen stadion. Tweewekelijks kwamen er duizenden supporters naar Sportpark Duinhorst.
Veel clubs bij de KNVB waren ondertussen niet ingesteld op het profvoetbal. Sommige verenigingen hingen op het rand van een faillissement. Dat noopte de KNVB om in november weer contact te zoeken met de NBVB. Dit keer verscheen er witte rook boven de Verlengde Tolweg. Op 25 november werd er een overeenkomst gesloten. Beide profcompetities werden per direct gestopt. Een nieuwe competitie ziet het levenslicht en de NBVB ging op in de KNVB.
Hans Hopster (KNVB) en Gied Joosten (NBVB) proosten op de samensmelting van beide profbonden
Hans Hopster (KNVB) en Gied Joosten (NBVB) proosten op de samensmelting van beide profbonden © Nationaal Archief

Holland Sport

De meeste van de tien 'wilde clubs' verdwenen. Meer dan 65 jaar later is alleen De Graafschap nog overgebleven van die roemruchte vier maanden in 1954. Profclub Den Haag ging samen met profclub Rotterdam. Samen vormden ze de Flamingo's. Een naam die geen lang leven was beschoren. Omdat er al een amateurclub was met die naam werd in januari 1955 de naam veranderd in Holland Sport.
Alle profclubs werden onderverdeeld in vier poules, met veertien clubs waarvan de winnaars doorstromen naar een kampioenspoule. Holland Sport deed het goed in de nieuwe profcompetitie. Spitsen Bertus de Harder (16 goals) en vooral Henk Schouten (23) goals toonden zich productief. Holland Sport kwam een punt te kort om de kampioenspoule te bereiken. NAC uit Breda was degene die namens poule B mocht strijden om het landskampioenschap.

Middenmoter

ADO was op zijn beurt een middenmoter in poule C. De Haagse club zag dat Willem II heer en meester was. Samen met de Eindhoven, PSV en het eerdergenoemde NAC mochten de Tilburgers spelen om het landskampioenschap van Nederland. In juli 1955 is Willem II de eerste club profclub die zich kampioen van Nederland mocht noemen.