Corona is spelbreker voor leraar in opleiding: 'Die uitbraak was een soort wereldschok'

Arthur aan het werk in zijn werkkamer
Arthur aan het werk in zijn werkkamer © Arthur Boddéus
DEN HAAG - Arthur Boddéus (44) zegt in 2019 de journalistiek vaarwel voor een baan in het onderwijs. Als zij-instromer werkt hij nu op de Prins Willem Alexander School in Den Haag en volgt hij een opleiding tot basisschoolleraar. De Hagenaar is zijn nieuwe werkleven amper gestart of de corona-uitbraak zorgt voor een fikse kink in de kabel; de scholen gaan dicht en ook de opleiding van Boddéus zelf stagneert. 'Die corona-uitbraak was echt een soort wereldschok.'

Je belandt wel met je neus in de boter in je eerste jaar binnen het onderwijs

'Ik ben vorig jaar september gestart met de opleiding en begin maart van dit jaar gingen de scholen dicht vanwege het coronavirus. Je verliest ook meteen het contact met de leerlingen. We zijn digitaal les gaan geven. Ik ben nog niet bevoegd om fulltime les te geven, maar ik maakte wel deel uit van het digitale team. Ik heb me gestort op het maken van de presentaties voor alle vakken.'

Vanwaar de overstap van journalistiek naar basisonderwijs?

'Ik heb een rijk cv en al een aantal dingen gedaan in mijn leven met een baan als nieuwslezer als een van mijn laatste wapenfeiten, maar ik heb het gevoel dat ik hier écht nodig ben. Meer dan in de journalistiek.'

En, bevalt het?

'Ja, maar het was wel een enorme overstap. Voorheen was ik een nieuwslezer met talent en wat handigheidjes. Dit voelt echt als een ambacht. Ik sta weer helemaal aan het begin en nu ook een beetje op achterstand; door corona is alles ineens anders. Voor mijn opleiding aan de Pabo bij Hogeschool Inholland betekende het stagnatie; lesgeven in de praktijk hield op en de tentamens die ik dit jaar moet halen zijn ook opgeschoven. Dat hoop ik uiterlijk in de herfst alsnog af te ronden.'

Hoe gaan jullie dat organiseren, die anderhalve meter-regels als op 11 mei de scholen weer opengaan?

'Er zijn verschillende richtlijnen om leerlingen weer in de klas les te kunnen geven. Oneerbiedig gezegd houdt het in dat wie niets in de school te zoeken heeft ook niet binnenkomt. En het is belangrijk dat de kinderen en de leraren afstand tot elkaar bewaren. Bovendien vertrouw ik op de koepel Haagse Scholen, die zich daar intensief mee bezighoudt, en mijn directie. Zij staan al sinds de sluiting van de scholen in nauw in contact met elkaar over mogelijke scenario’s. Ik hoef daar niet de hele tijd mee bezig te zijn. Bang voor besmetting? Nee, ik niet.'

Hoe ziet dit 'nieuwe normaal' er voor jou straks uit?

'Iedereen heeft zin om het werk weer zo gewoon mogelijk op te pakken, maar de eerste dagen zullen vooral in het teken staan van wat de leerlingen de afgelopen periode hebben meegemaakt. We zullen ons niet meteen storten op taal en rekenen. Misschien zijn er zelfs kinderen die iemand hebben verloren. Of iemand kennen die iemand heeft verloren. Daar moet aandacht voor zijn, in de vorm van kringgesprekken bijvoorbeeld. Digitaal beleef je alles toch anders. De kinderen missen nu ook structuur en niet iedereen ontwikkelt zich op dezelfde manier. De kinderen hebben elkaar ook extreem lang niet gezien, dat is best heftig. Dat is waarom wij er zijn. Ik heb echt bewondering voor alle collega’s die al zo lang voor de klas staan en ook in deze situatie precies weten wat ze moeten doen.'

Wel een goed leerproces dan, zo'n coronacrisis...

'Een overstap naar het onderwijs, daar moet je sowieso niet lichtzinnig over denken. Het runnen van een klas is echt managen, waarbij je alles tegelijk moet kunnen. Wat dat betreft is het als autorijden, dat leer je ook pas in de praktijk, als je eenmaal geslaagd bent. Dat geldt tevens voor lesgeven. In dat opzicht is twee jaar Pabo best kort. Ik hoop dan ook na de zomervakantie weer volledig aan de slag te kunnen, want ik heb nog flink wat te doen om uiteindelijk fulltime voor de klas te mogen staan.'