OM eist 20 maanden cel tegen verdachte in zaak-Orlando: 'Wat houdt je tegen om 112 te bellen?'

DEN HAAG - Het Openbaar Ministerie heeft donderdag een celstraf van 20 maanden geëist tegen Roy B. De 29-jarige Hagenaar staat terecht, omdat hij Orlando Boldewijn niet hielp toen hij in februari 2018 in het ijskoude water belandde in de Haagse wijk Ypenburg. Volgens de officier van justitie was er een kans geweest dat als B. 112 had gebeld dat Orlando gered kon worden. 'Het overlijden van Orlando kan redelijkerwijs toegerekend worden aan de verdachte.'

De twee hadden op 18 februari 2018 een date op het bootje van de verdachte. De Hagenaar pikte de tiener vlak bij zijn boot op. De twee waren daar een aantal uur en net voor middernacht zette de verdachte Orlando af bij een basisschool in de buurt. B. zei dat hij is teruggevaren en dat Orlando de laatste trein naar huis zou pakken.

Na een dagenlange zoektocht werd het lichaam van Orlando gevonden. Dat gebeurde na een anonieme tip. De tipgever wees ook naar verdachte Roy B. De Hagenaar werd niet aangehouden. Zijn boot en huis werden volgehangen met afluisterapparatuur. ‘Het oplossen van deze zaak zou nog weleens buitengewoon ingewikkeld kunnen worden’, dacht de recherche. B. werd niet aangehouden in de hoop dat hij gaat praten, terwijl zijn huis werd afgeluisterd.

Hoe kwam Orlando in het water?

In april werd hij alsnog aangehouden voor moord of doodslag, maar een paar dagen later stond hij weer op straat. Er was niet genoeg bewijs om hem vast te houden. Ook werd er geen dna van B. gevonden op het lichaam van Orlando.

Maar hoe kwam Orlando in het water? ‘Het is moeilijk voorstelbaar dat iemand vrijwillig te water gaat’, zegt de OvJ. Het scenario misdrijf bleef over. ‘Waarbij Orlando in het water is gegooid en heeft geprobeerd terug te zwemmen. Onderzoek had alleen geen aanwijzingen voor een misdrijf opgeleverd.’

Onbevredigend

De officier van justitie noemde het donderdag 'onbevredigend' dat er nooit een antwoord komt op de vraag hoe Orlando in het water is gekomen. Wel had B. volgend de officier daderkennis. Zo weest hij de plek aan waar Orlando lag voordat het bekend was.

De verklaring dat B. Orlando in het water zag en hoorde is volgens de officier geloofwaardig. B. vertelde tegen een getuige: 'Ik zag zijn verkrampte handen.’ Ook vond B. dat het de schuld van Orlando was. ‘Dan had hij maar niet moeten gaan zwemmen.’ Volgens de Hagenaar had Orlando ook gewoon kunnen bellen, omdat hij zijn ov-kaart was vergeten. Tegen een andere getuige zei B.: 'De palingen eten zijn lichaam wel op.'En: 'Ik kan goed mijn mond houden.'

Toneelstukje

'B. heeft ruim drie weken een toneelstukje opgevoerd', bepleit het OM. Tegen de politie zei hij: 'Ik help graag met het onderzoek.’ Maar: ‘Hij vist boven de plek waar Orlando ligt en wist app-gesprekken. Als Orlando is gevonden, appt B. dat hij het erg vindt dat Orlando is gevonden.' OvJ gaat verder: 'Alles wat B. heeft gezegd wijst op een harde, koude onverschilligheid. De enige fout die hij maakte, was dat hij het verhaal aan vrienden heeft verteld.'

B. zei maandag ook tegen de rechter dat hij 'die jongen niets heeft aangedaan.' Op de vraag waarom hij 112 niet heeft gebeld, vertelde de Hagenaar: 'Ik raakte in paniek. Ik wist niet wat ik moest doen. Ik dacht: het kan niet waar zijn. Ik bevroor.' Officier van justitie: 'U verplaatste wel uw bootje. Dat is niet bevriezen.'

'Geen straf goed genoeg'

Maandag las de moeder van Orlando een verklaring voor en richtte zich tot B. 'Geen straf gaat voor mij goed genoeg zijn en geen straf zal Orlando terugbrengen. Maar voor wat jij hebt gedaan moet jij verantwoordelijk worden gehouden. Een kind zo laten sterven en achterlaten als een stuk vuil en vervolgens verzwijgen dat je weet waar zijn lichaam ligt mag niet ongestraft blijven.'

Meer over dit onderwerp:
ORLANDO BOLDEWIJN DEN HAAG RECHTBANK
Deel dit artikel: