Korten van grote Haagse culturele instellingen om kleintjes te helpen is 'rampzalig voor de sector'

DEN HAAG - Directeuren van elf grote Haagse culturele instellingen roepen de gemeenteraad op om niet een deel van hun subsidies naar kleine gezelschappen over te hevelen. In een gezamenlijke brief stellen onder meer het Paard, het Nationale Theater en het Residentie Orkest dat dit voornemen namelijk rampzalig zou zijn voor de continuïteit en kwaliteit van gezichtsbepalende instellingen in de stad en voor de hele Haagse culturele infrastructuur. 'Deze situatie vraagt om investeringen, niet om kortingen.'

De culturele instellingen - naast het Paard, het Nationale Theater en het Residentie Orkest gaat het om de Cultuurschakel, het Museon, Korzo, het Nederlands Dans Theater, Stroom Den Haag, het Kunstmuseum, het Haags Historisch Museum en het Zuiderstrandtheater/Amare - benadrukken in de brief dat het een absolute misvatting is, dat de grote instellingen een extra korting kunnen opvangen zonder grote gevolgen.

Traject: Op 7 oktober zal het Kunstenplan 2021-2024, waarin staat welke culturele instellingen subsidie krijgen, door de Haagse gemeenteraad worden vastgesteld. Dit vierjaarlijkse traject werd in juni 2019 afgetrapt met de presentatie van het beleidsplan 'Een zee aan mogelijkheden'. Voor de definitieve vaststelling van de subsidies is nog een aantal commissievergaderingen. Op 24 september is een hoorzitting van de commissie Samenleving. Vooruitlopend op die hoorzitting willen de grote culturele sectoren aan de gemeenteraad duidelijk maken waarom geen gelden overgeheveld moeten worden.

Volgens de elf verkeren de grote Haagse instellingen sowieso al in een 'financieel precaire situatie' omdat 8 procent van het gevraagde subsidiebedrag - 3,684 miljoen - niet werd gehonoreerd binnen het Kunstenplanadvies.

'Beeld klopt niet'

De instellingen wijzen erop dat het beeld dat ze duur zijn en al veel subsidie ontvangen niet klopt. De kosten zijn hoog omdat onder andere de gebouwen waarin ze zetelen vaak groter en duurder in onderhoud zijn. Het beheren van collecties, wat veel bij veel instellingen een taak is, kost veel geld. Ook zijn ze vaak opdrachtgever aan kleinere culturele instellingen en creatieve ondernemers in Den Haag en spelen zo een cruciale rol op het culturele veld.

Citaat uit de brief: 'Grotere instellingen hebben naast hun grote culturele waarde en publieksbereik een breder maatschappelijk belang. Ons doel is maatschappelijke, culturele en economische waardecreatie en dat toegankelijk maken voor een zo groot mogelijk publiek. Dat betekent niet alleen dat toegangsprijzen relatief laag zijn, maar ook dat we investeren in talentontwikkeling, educatie, citymarketing, inclusie-beleid, fair practice, publiek debat en andere opgaven om Den Haag als stad en samenleving aantrekkelijker, duurzamer en sterker te maken. Een bezuiniging, hoe klein die ook lijkt, heeft dus niet alleen impact op onze organisaties, maar ook op de stad.'

LEES OOK: Theaters programmeren creatief coronaproof, maar zien toekomst niet rooskleurig

Meer over dit onderwerp:
DEN HAAG CULTUUR
Deel dit artikel: