Instellingen

Voorzitter Rekenkamer: 'Het college heeft niet zijn uiterste best gedaan om de raad te informeren'

Impressie Amare
Impressie Amare © Zuiderstrandtheater / Amare

DEN HAAG - De rode draad van het rapport van de Rekenkamer Den Haag is heel duidelijk, zegt voorzitter Manus Twisk zelf. 'Het college van burgemeester en wethouders heeft niet zijn uiterste beste gedaan om zaken transparant voor te stellen.'

De rekenmeesters van de Haagse gemeenteraad presenteerden vrijdag een vuistdik maar helder rapport over de totstandkoming van cultuurpaleis Amare op het Spuiplein in Den Haag. De conclusie is dat het stadsbestuur ‘onvoldoende transparant’ was over de kosten van het gebouw.

De raad trok in 2014 iets meer dan 177 miljoen euro uit voor de bouw. Dat wat later Amare ging heten, moest binnen dat bedrag worden gerealiseerd. Maar nu, in 2020, blijkt dat het 223,3 miljoen euro kost. Dat komt omdat het college een aantal delen uit andere potjes heeft betaald. Daarbij gaat het onder meer om de parkeergarage onder het plein en een fietsenstalling en de commerciële ruimtes in het gebouw. 'Volgens het raadsbesluit maakt dat onderdeel uit van het totale project’, zegt Twisk. ‘Het college heeft echter die kosten uit andere potjes betaald.'

Risico's

Dat betekent dus eigenlijk dat het hele project duurder werd, zonder dat de raad dat wist. Twisk: 'Wij vinden van wel. Want in het raadsvoorstel was het uitgangspunt dat deze aspecten uit het investeringskrediet moest worden betaald. En dat geldt ook voor het bedrag dat werd gereserveerd voor risico's. Het is heel normaal dat bij dit soort projecten een bedrag voor onvoorzien wordt gemaakt. En het college heeft dat gedaan vanuit een ander potje, terwijl dat ook onderdeel had moeten zijn van die 177 miljoen. Op die manier is dit project dus goedkoper voorgeschoteld dan het daadwerkelijk was. Dat is niet een kwestie van onrechtmatigheid, maar het is wel een kwestie dat de raad op z’n minst onvolledig was geïnformeerd.'

Twisk wil niet zo ver gaan dat hij dit 'misleiding' noemt. Want het is een ingewikkelde materie, erkent hij. 'Uiteindelijk moet de raad daar maar zelf een conclusie aan verbinden. Maar wij hebben op basis van de feiten geconstateerd dat het college de raad op dit punt onvoldoende heeft geïnformeerd.'

Andere potjes

De voorzitter benadrukt wel dat er geen geld ten onrechte is besteed aan zaken waaraan het niet had mogen worden uitgegeven. 'We hebben er wel een fietsenstalling en parkeergarage voor gekregen. Maar het is uit andere potjes betaald en dat is natuurlijk niet de bedoeling.'

De voorzitter van de Rekenkamer Den Haag, Manus Twisk. | Foto gemeente Den Haag
De voorzitter van de Rekenkamer Den Haag, Manus Twisk. | Foto gemeente Den Haag

Een tweede punt van kritiek van de Rekenkamer is hoe de relatie tussen de bouwer en de gemeente is vormgegeven. Dat heeft te maken met de manier waarop de contracten zijn gesloten. Het ontwerp, de bouw en het onderhoud werden in één keer aanbesteed. De bouwer zet daarbij dan voor een vast bedrag iets neer dat aan de eisen van de opdrachtgever – de gemeente in dit geval – moet voldoen.

Helder

Maar dan moeten die eisen wel helder zijn. In dit geval werden ze tijdens de bouw nog aangepast. Dat werd bijvoorbeeld in 2018 duidelijk. Toen sloot voormalig wethouder Boudewijn Revis een 'package deal' met de bouwer. Deze afspraak hield in dat geschillen uit het verleden werden afgesloten en het gebouw op een aantal punten werd verbeterd. Maar het betekende ook dat de gemeente moest bijbetalen. Ook in dit geval kreeg de raad niet precies het bedrag te horen dat het gebouw uiteindelijk zou gaan kosten. Twisk noemt ook de gebruikte contractvorm 'niet zo gelukkig gekozen'.

Centraal in het onderzoek, zegt de voorzitter, staat de vraag of de gemeenteraad alle informatie kreeg die nodig is om goede besluiten te kunnen nemen. 'Elk project kan meer gaan kosten. Maar dan is het aan het college om transparant te zijn waaraan dat ligt en waarom dat gebeurt.'

Moeilijk

Dat gebeurde hier niet, is de conclusie van de Rekenkamer. 'Bijna stelselmatig zien we dat het college de raad bij dit ingewikkelde project niet heeft meegenomen in de complexiteit. En als het college zegt: het is allemaal zo moeilijk, dan is dat juist een reden te meer om duidelijk te zijn. Zodat de raad op goede gronden een besluit kan nemen. Wij vinden dat dat nu onvoldoende is gebeurd.'

Een advies van de Rekenkamer is dan ook dat de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders om de tafel moeten om afspraken te maken over de informatievoorziening. 'Wat heeft de raad nodig? En wat kan dat het college bieden? Er moet een cultuurverandering komen. Het moet meer natuurlijk worden dat het college transparant is. Dan kan de raad met al die gegevens een goed besluit nemen.'

Wethouder Anne Mulder (VVD) is sinds een maand verantwoordelijk voor Amare. Hij ziet in het rapport twee belangrijke punten. Zo wil de wethouder de raad op een betere manier gaan informeren. De 'overzichtelijkheid' van de stukken die worden aangeboden moet anders. Het tweede is dat er meer aandacht komt voor de contractvorm. Mulder is het niet eens met de kritiek die de Rekenkamer levert op de wijze waarop de kosten zijn gepresenteerd. 'Die is niet juist'.