Instellingen

Slachtoffer bootongeluk: 'Ik open mijn ogen maar mijn hersenen ontwaken veel later'

Hulpdiensten slepen een rubberboot weg na het ongeval.
Hulpdiensten slepen een rubberboot weg na het ongeval. © ANP
DEN HAAG - 'Gebroken ribben, snijwonden en permanente hoofdpijn.' Een van de slachtoffers van het bootongeluk tijdens de Volvo Ocean Race beschrijft in de rechtszaal zijn verwondingen. Een andere opvarende die bij hem in de boot zat, overleed bij het ongeluk, nadat hun rubberboot in botsing kwam met een stalen motorboot. Uiteindelijk werd het slachtoffer dat zijn verhaal deed in de rechtbank arbeidsongeschikt verklaard. 'Ik heb het gevoel dat ik de dans ben ontsprongen.'
In de rechtszaal staan de schippers van beide vaartuigen terecht. Volgens het Openbaar Ministerie (OM) zijn beiden schuldig aan het ongeval, waarbij niet alleen een 56-jarige man uit Drenthe om het leven kwam, maar ook drie personen zwaargewond zijn geraakt.
De vraag die tijdens de zaak centraal staat, is wat er precies op 28 juni 2018 is gebeurd. Beide boten voeren in de haven van Scheveningen en maakten onderdeel uit van de festiviteiten die er op Scheveningen waren rond de finish van de Volvo Ocean Race. De motorboot voer over de snelle rubberboot heen. De vier slachtoffers zaten allemaal op deze boot.

Pislink

Twee van de zwaargewonde mannen vertellen in de rechtbank hun verhaal. 'Ik heb het gevoel dat ik de dans ben ontsprongen', vertelt een van hen. Hij hield naast gebroken ribben een snijwond over aan het ongeluk. Deze wond ging ontsteken, waardoor hij later terug moest naar het ziekenhuis. Omdat hij constant hoofdpijn heeft, is hij arbeidsongeschikt verklaard. 'Ik ben niet boos, maar als ik dan twee dagen voor de zitting een briefje krijg dat mijn schade in twijfel wordt getrokken, dan ben ik pislink.'
Het andere slachtoffer is niet bij de rechtszaak aanwezig, maar kijkt mee via een videoverbinding. Wel werd zijn verklaring voorgelezen. 'Van het eerste moment van het ongeluk weet ik niets meer', zo luidde de verklaring. 'Opeens opende ik mijn ogen en was ik onder water en werd ik eruit getakeld.' Het blijkt dat de man hersenletsel aan het ongeval heeft overgehouden.

Schedel gelicht

'De eerste weken na het ongeluk was ik constant in levensgevaar', zo vervolgt hij. De artsen hebben een deel van zijn schedel gelicht. 'Ik kon op geen enkele manier pijnvrij zitten of liggen. Ik ben erg lang van huis geweest. Toch probeer ik het dagelijkse leven weer op te pakken, maar mijn lichaam kan niet meer wat ik voor het ongeluk kon. Dat lichaam krijg ik niet meer terug. Alle sportieve activiteiten zitten er niet meer in. In de ochtend open ik mijn ogen, maar mijn hersenen ontwaken veel later.'
Voor een van de slachtoffers is het duidelijk waar de schuld van het ongeval ligt. 'Ik ben een watersportliefhebber. Wat is goed zeemanschap? Dat je overal rekening mee houdt. Dat heb ik gemist bij de schipper van de stalen boot.' De schipper van deze stalen boot is Jan de J. 'Dit is hartverscheurend en dit raakt mij', zo reageert hij op de slachtofferverklaringen.

Planeren

Tijdens de zitting wordt veel gesproken over wat er nu die avond is gebeurd. De rubberboot (RIB-boot) voer voor de stalen motorboot uit. Tussen de Scheveningse havenhoofden waren de beide vaartuigen op weg naar zee. Volgens het OM gingen beide vaartuigen veel sneller dan de 7 kilometer per uur die in de haven is toegestaan. 'Ik had gas gegeven en de RIB-boot lag een meter of twintig voor me', zo verklaart De J. Hij kwam op dat moment los van het water. Dit planeren gebeurt vanaf een snelheid van 29 kilometer per uur.
Volgens het OM had de motorboot een snelheid van 60 kilometer per uur. Stanislav G., de schipper van de RIB-boot, verklaarde in ieder geval tussen de 30 en 40 kilometer per uur te hebben gevaren. 'In het begin heb je deze kracht nodig om weg te komen', zo legde hij de rechters uit. Volgens hem hield hij steeds rechts aan, zodat andere boten hem links in konden halen.'

Ongeluk niet meer voorkomen

De stalen motorboot kiest er echter voor om de RIB-boot aan de rechterkant in te halen. De rubberboot was echter niet van plan de zee op te gaan en maakte op het laatste moment een bocht naar rechts om in de haven te blijven. 'Ik zag niemand, ik kon die bocht veilig nemen', zo verklaart de schipper. In de bocht ziet hij de romp van de motorboot op tien tot vijftien meter afstand ineens opduiken. Hij gaf nog gas, maar kon het ongeluk niet meer voorkomen en de motorboot voer over de rubberboot heen. 'Ik heb natuurlijk al tientallen keren gekeken wat ik anders had kunnen doen. Ik heb op dat moment naar eer en geweten gehandeld.'
Het OM is van mening dat beide schippers schuld hebben aan het ongeval, door veel te hard te hebben gevaren in de haven. De officier van justitie komt vrijdag met de strafeis tegen de twee mannen. De rechter heeft al aangegeven langer dan normaal nodig te zullen hebben voor een oordeel en dat de uitspraak in deze zaak op 18 december wordt gedaan.