Geheimhouding van geheime stukken door Haags stadsbestuur kan beter

DEN HAAG - Het stadsbestuur van Den Haag volgt de regels voor het geheimhouden van geheime informatie over het algemeen goed, maar het moet op een aantal punten beter. Dat is de conclusie van de Rekenkamer Den Haag, die onderzoek deed naar geheimhouding op het stadhuis. Zo wordt niet altijd goed aangegeven waarom informatie geheim is en worden de procedures rond besloten vergaderingen niet goed nageleefd.

De Rekenkamer Den Haag, die onafhankelijk onderzoek doet naar het functioneren van het gemeentebestuur, is in 2019 begonnen met het onder de loep nemen van de Haagse geheimhouding. Aanleiding hiervoor is het feit dat 'geheimhouding' regelmatig onderdeel van discussie is in de Haagse gemeenteraad. 'Met enige regelmaat staat de noodzaak tot geheimhouding ter discussie', stelt de rekenkamer in het rapport 'Openheid over geheimhouding' dat donderdag is gepresenteerd.

Openbaarheid van informatie is de norm bij het openbaar bestuur, zo staat in het rapport van de rekenkamer. Maar er kunnen gegronde redenen zijn om informatie niet openbaar te maken. Door geheimhouding op te leggen, kan de gemeente specifieke - in de wet vastgelegde - belangen van de gemeente, bedrijven of personen beschermen. Het opleggen van geheimhouding mag echter niet misbruikt worden om vanuit andere belangen informatie uit de openbaarheid te houden.

Vonkenregen

Als voorbeelden noemt de rekenkamer het verkopen van de aandelen van energiebedrijf Eneco waarbij een discussie ontstond over het geheim verklaren van de informatie rond het verkoopproces. Ook de nasleep van de vonkenregen op Scheveningen en het wel of niet openbaar maken van de afspraken die de autoriteiten met de bouwers van de vreugdevuren hadden gemaakt, wordt door de rekenkamer genoemd. Net als het debat over de geheime informatie rond het vertrek van een topambtenaar.

Uit het onderzoek van de rekenkamer blijkt dat de gemeente Den Haag geheimhouding van informatie 'ten dele' op orde heeft. Maar op een aantal punten wijkt het gemeentebestuur af van de wet en dat kan bijvoorbeeld betekenen dat geheime informatie onbedoeld toch openbaar wordt als het aangevochten zou worden.

Besloten vergaderingen

Dat geldt bijvoorbeeld voor besloten vergaderingen. De gemeenteraad en raadscommissies volgen de procedure uit de wet niet goed omdat de raadsleden aan het einde van de besloten vergadering niet expliciet uitspreken dat alles wat in de vergadering ter tafel is gekomen, geheim is. 'Daardoor ontstaat het risico dat informatie waarvan de intentie is dat die geheim is, onbedoeld openbaar wordt of openbaar gemaakt moet worden', stelt de rekenkamer.

Verder laat het college van burgemeester en wethouders vaak een uitleg achterwege over de reden van het geheim blijven van informatie. 'Het noemen van alleen de relevante wetsartikelen (zijnde de juridische grondslag) kan niet gezien worden als een motivering van het besluit', staat in het rapport. Dat moet dus anders. 'Door middel van een nadere motivering kan de raad beter beoordelen of de geheimhouding terecht wordt opgelegd en of geheimhouding bekrachtigd moet worden.'

Opheffen geheimhouding

Ook schiet Den Haag te kort als het gaat om het weer opheffen van de geheimhouding. Meestal is er bij geheime informatie geen datum gegeven waarop de informatie weer vrij kan komen. Als deze vervaldatum wel wordt vermeld, dan variëren die data van 2016 tot rond het jaar 2050 en zelfs 2110. Dat betekent dat sommige informatie langer dan noodzakelijk geheim blijft, terwijl andere informatie juist 'vanzelf' vrijkomt. Beter zou het volgens de rekenkamer zijn als er een 'evaluatiedatum' vastgesteld wordt waarop de raad opnieuw beoordeelt of de geheimhouding opgeheven kan worden.

Het college van burgemeester en wethouders neemt het grootste deel van de adviezen van de rekenkamer over. En ook het presidium van de gemeenteraad dat de dagelijkse gang van zaken van de raad regelt, ziet aanknopingspunten voor verbetering.

Veel ruimte voor verbetering

Robert Barker van oppositiepartij Partij voor de Dieren is kritisch. 'De rekenkamer laat met het onderzoek zien dat Den Haag transparanter moet zijn', zegt hij. 'Stukken moeten niet meer zonder motivering tot in de oneindigheid geheim blijven. Het principe is: openbaar, tenzij. Maar in de Haagse praktijk blijven hele stukken geheim, ook als er maar een paar gevoelige dingen in staan. Die stukken worden nooit meer openbaar gemaakt. Er is veel ruimte voor verbetering om van de gemeente Den Haag een open overheid te maken.'

'Goed dat de Rekenkamer dit onderzocht heeft', reageert Ralf Sluijs van Hart voor Den Haag/Groep de Mos. 'Den Haag heeft er namelijk een handje van om geheimhouding toe te passen op onwelgevallige dossiers.' Sluijs wijst op 'de schimmigheid' rondom de vertrokken topambtenaar en de deal met tassenontwerper Omar Munie. Sluijs: 'Het uitgangspunt moet zoveel mogelijk transparantie zijn. Dat dit niet het geval is zegt iets over de cultuur op het stadhuis en de manier waarop het stadsbestuur naar de inwoners, democratie en journalistiek kijkt. De raad moet het college kunnen controleren op basis van de informatie die er is en niet op de weergave die het college ervan geeft. Te vaak belanden rapporten in de kluis en dat moet wat Hart voor Den Haag betreft, heel snel afgelopen zijn. De schijn dat er zaken te verbergen zijn, wordt wel erg vaak gewekt.'

Deel dit artikel: