Instellingen

Den Haag gaat onderzoek doen naar mogelijke voorkeur voor bouwers in de stad

De Haagse wethouder Anne Mulder.
De Haagse wethouder Anne Mulder. © gemeente Den Haag/Martijn Beekman

DEN HAAG - De gemeente Den Haag laat onderzoeken of sommige bouwers of projectontwikkelaars vaker in de stad opereren dan andere, en zo ja waarom. Zo moet duidelijk worden of bepaalde bedrijven een voorkeurspositie hebben.

Dat schrijft wethouder Anne Mulder (VVD) aan de gemeenteraad. Mulder wil daarmee duidelijkheid scheppen over de vraag of het klopt dat sommige partijen 'onevenredig dominant' zijn in de stad. Die vraag leeft in de gemeenteraad en daarbuiten, heeft hij de afgelopen tijd gemerkt.

Daarnaast proeft hij dat er een gevoel heerst dat bouwers of ontwikkelaars een project krijgen toegewezen als een soort gunst. 'Een bepaalde ontwikkelaar of bouwbedrijf zou in die gedachte dan mogelijk een voorkeurspositie genieten bij een toekomstig project om een huidig project door te kunnen laten gaan', aldus de wethouder.

Welke bouwers zijn hier actief en waarom?

Omdat hij, naar eigen zeggen, hecht het college aan onafhankelijk en behoorlijk bestuur laat de wethouder nu een onderzoek doen naar de bouw- en ontwikkelmarkt in Den Haag. Daarbij wordt inzichtelijk gemaakt hoe die is verdeeld onder bouwbedrijven en projectontwikkelaars, of er bepaalde bouwers en ontwikkelaars onevenredig veel klussen krijgen en waarom. Verder moet duidelijk worden of er partijen zijn die niet of nauwelijks in Den Haag zijn vertegenwoordigd.

Dat zou, stelt hij, ook in het belang van de bouwers en ontwikkelaars zelf zijn omdat de stad een groot belang heeft bij een goede samenwerking. 'Er is een woningtekort. De gemeente kan dat niet alleen oplossen. En door hun investeringen hebben bouwers en projectontwikkelaars zelf ook belang bij het ontwikkelen en behouden van een goede en duurzame leefomgeving. We moeten het samen doen.'

In de gemeenteraad leeft onvrede

Mulder, die in september Boudewijn Revis opvolgde als wethouder stadsontwikkeling, wil daarmee onder meer tegemoet komen aan een onvrede die in de gemeenteraad leeft over de ondoorzichtigheid van grote bouwprojecten.

Al twee maanden na zijn aantreden, voelde hij dat er iets niet lekker zat in de politiek. 'Je merkt als je daarover praat in de gemeenteraad dat er iets hangt, er heerst ongemak', zei hij bijvoorbeeld in een debat over de bouw van twee torens op het Koningin Julianaplein bij het Centraal Station. 'We moeten daarom lessen leren uit beeldbepalende projecten. Daar ben ik nu mee bezig.' Dat schrijft hij nu ook weer aan de gemeenteraad. 'In de debatten met uw raad de afgelopen maanden heeft het college duidelijk gemerkt dat er behoefte is om beter meegenomen te worden in grote besluiten over projecten in het ruimtelijk domein.'

Wethouder gaat politiek beter informeren

Daarom wil hij zijn best gaan doen om de politiek 'tijdig en toegankelijk' te informeren als er grote beslissingen worden genomen, wat daarvoor de redenen zijn en welke afspraken zijn gemaakt. 'Er is het college veel aan gelegen om een goede relatie met uw raad te hebben. De raad mag van het college verwachten dat zij in staat wordt gesteld haar controlerende taak goed uit te voeren. Niet alleen zijn wij als college verantwoordelijk voor onze eigen beslissingen, maar wij dragen die verantwoordelijkheid ook voor beslissingen die in het verleden zijn genomen en nu nog effect hebben op lopende projecten. Ook daarover willen wij zo goed mogelijk verantwoording afleggen.'

Als voorbeelden van projecten waarbij hij dat 'ongemak of zorgen' herkende, noemt de wethouder de bouw van het cultuurcomplex Amare, de torens bij CS, het vertrek van een topambtenaar en de verkoop van het pand van tassenmaker Omar Munie aan het Noordeinde.

Betere greep op grote projecten

Bovendien wil de wethouder beter greep krijgen op grote ontwikkelingen, zoals in de Binckhorst en Zuidwest. Die krijgen een eigen directeur.

Volgens Mulder voelt hij net als de raad de 'noodzaak en urgentie' om deze verbeteringen door te voeren. 'Doel is een constructieve relatie met de raad die gestoeld is op onderling vertrouwen en respect voor de wederzijdse rollen.'