Hoog oplopende emoties bij broers Bram en Paul na brand met dodelijke afloop

LEIDEN - 'Het is een slechte film en er zijn alleen maar verliezers', zo besluit één van de verdachten zijn betoog tegen de politierechter. 'Daar heeft u misschien wel gelijk in', zegt de rechter, 'het is een uiterst ongelukkige zaak.' Een zaak die begint met een fatale brand en die voor twee broers voor de rechtbank eindigt. Maar dat ze hier vandaag zijn vinden ze een groot onrecht.

Het verhaal begint op een vrijdag in januari 2019. In een verzorgingstehuis in Leiden komt de moeder van de broers, ze zijn in totaal met zijn vieren, om het leven bij een brand in haar kamer. Ze heeft nog geprobeerd aan de vlammen te ontkomen. Op camerabeelden van de gang van het tehuis is te zien dat de kamerdeur open gaat, zo vertellen de broers, en dat er rook naar buiten komt, maar de vrouw van 93 redt het niet. Ze wordt gevonden in de deuropening, maar het is al te laat.

'Ze was er zo erg aan toe dat we haar niet eens meer mochten zien van de begrafenisondernemer', vertelt Bram, de een-na-oudste, een stoere vijftiger die twee jaar na de brand opnieuw in tranen uitbarst als hij het vertelt. Hij was net die vrijdagochtend met zijn vereniging naar Oostenrijk vertrokken, in het kader van zijn vrijwilligerswerk. De dag ervoor had hij nog een kopje thee bij zijn moeder gedronken.

Recherche

In Oostenrijk krijgt hij vrijdagnacht het telefoontje dat zijn leven verandert. Terug in Nederland willen Bram en zijn broers, als ze dan hun moeder niet meer mogen zien, in elk geval de plek des onheils bezoeken. Op maandag gaan ze alle vier naar het verzorgingstehuis. Bij de trap staat een agent die ze tegenhoudt, maar ze weten langs hem heen te glippen. Boven worden ze opnieuw tegengehouden.

'We mochten er niet in omdat de recherche nog bezig zou zijn,' vertelt Paul, de oudste. 'Maar die was er nog helemaal niet, want die was nog bezig in Hillegom.' Hij doelt op de brand waarbij de 27-jarige Maolin Zhang om het leven kwam. Die was twee dagen voor de fatale brand in Leiden. 'We wilden alleen maar even door de deur kijken', zegt Bram.

Discussie bij de deur

De agenten bij die deur zijn onverbiddelijk. De deur mag niet open. Dan lopen de emoties bij de vier broers hoog op. Er ontstaat een verhitte discussie, die vijf, misschien tien minuten duurt, zo denken ze. 'We waren emotioneel en strijdlustig', zeggen ze later tegen de politie. Zo emotioneel dat er gedreigd zou zijn naar de agenten, maar dat ontkennen de broers.

Uiteindelijk beseffen ze dat ze het niet gaan winnen en ze gaan weg. Alleen hebben de agenten bij de kamerdeur inmiddels versterking opgeroepen, en die versterking komen de vier mannen tegen op de trap. Over wat er daarna gebeurt hebben de vijf agenten en de vier broers heel verschillende verhalen, en de rechter vraagt zich af wat hij moet geloven.

Ruzie op de trap

Volgens de agenten worden ze op de trap opzij geduwd, neemt Paul één van hen, we noemen hem agent A., in een houdgreep, en geeft één van de andere broers agent A. een stomp. Bram zou agenten B. en C. hebben bedreigd met teksten als 'ik maak je helemaal dood'. Het kost de politiemensen veel moeite om agent A. te ontzetten, en Paul en Bram in de boeien te krijgen.

Maar volgens de broers verspert agent A. ze de weg op de trap en wordt Bram in een houdgreep genomen en meerdere keren hard tegen de muur geduwd. Hij heeft nog steeds last van een pijnlijke schouder. Paul wordt op de grond gekwakt als hij er tussen springt om zijn broer te ontzetten. Dat de agenten hen de schuld geven vinden ze nog het ergst. 'Er zat één rotte appel bij, agent A., en die heeft die andere vier in hun verklaringen laten liegen om zijn wangedrag te dekken. Die man is een schande voor de politie', aldus Paul.

Geen eerlijk proces

De broers zijn ervan overtuigd dat ze geen eerlijk proces krijgen. Hun advocaat mocht de agenten niet horen als getuige, en daarom moet de zaak het doen met de processen-verbaal die de politiemensen hebben opgesteld. Volgens Paul en Bram zijn die op elkaar afgestemd, maar de officier van justitie bestrijdt dat. Ook het feit dat agent A. niet openstond voor mediation voedt het wantrouwen bij de broers.

Bram had agent A. graag in zijn ogen kunnen kijken. 'Ik heb een grote bek gehad, dat was fout, dat geef ik toe. En ik had graag mijn excuses willen aanbieden, maar hij wilde niet.' De advocaat van de broers vraagt zich wat de zin van deze zaak is. 'Twee keurige mannen van middelbare leeftijd die hierdoor nog elke dag herinnerd worden aan de treurige dood van hun moeder. Ze lijken wel stoer maar het is heel zwaar.' Beide broers hebben al twee jaar last van extreem hoge bloeddruk en slikken daar pillen voor. De advocaat vraagt om vrijspraak.

Emotioneel voor iedereen

De officier van justitie begrijpt dat de zaak emotioneel is voor iedereen. Ook voor de politiemensen. Agent A. heeft gezegd: 'Ik begrijp de emoties, maar niet het geweld.' Volgens de officier is dat de spijker op zijn kop. Dat de vijf dienders allemaal hebben gelogen wil er bij de officier niet in. 'Ik heb niet één proces-verbaal, ik heb er vijf die op ambtseed bevestigen dat agent A. met geweld moest worden ontzet.' Ook de bedreiging door Bram vindt ze bewezen. Ze eist tegen beide broers een werkstraf van dertig uur. Bram ontploft: 'straks heeft dit ook nog gevolgen voor mijn VOG en mijn vrijwilligerswerk met verstandelijk gehandicapten.'

De rechter ziet ook de emoties in deze zaak, emoties die nog niet zijn weggeëbd. Hij probeert zich voor te stellen hoe het gebeurd is. 'De agenten weten nog niet zoveel van u, die zien u van de trap af denderen, en misschien heeft agent A. u even de weg versperd, maar ik heb geen reden om te twijfelen aan hun verklaringen. Ik geloof niet dat ze die hebben afgestemd alleen om u te pesten.'

Strafbaar, maar...

De rechter is het met de officier eens dat de broers een strafbaar feit hebben gepleegd. De vijf processen-verbaal kan hij niet omheen. Wat daar in staat kan gebeurd zijn. 'Hoe nu verder?' vraagt hij zich af. 'Uw gesprek met de politie is nog niet afgerond. Het is ruim twee jaar geleden, het zit u hoog, bij de politie misschien ook nog wel en u vindt dat u onschuldig bent.' De rechter wacht heel even voor hij verder gaat: 'U krijgt geen straf. Dat heeft ook geen gevolgen voor uw VOG. Dit is de enige manier waarop we enig recht kunnen doen aan ieders gevoel.'

Bram wil nog wat zeggen, maar de rechter is hem voor: 'Nee, u mag niks meer zeggen. Het is klaar.' Buiten de zaal moeten Bram en Paul het oordeel even laten bezinken. Hun advocaat legt ze uit dat dit het beste is waar ze op hadden kunnen hopen. En nee, een hoger beroep is geen goed idee. Paul zegt: 'Kom op Bram, we gaan wat drinken.' Ze lopen naar de trap. Je zou zweren dat hun bloeddruk wat is gezakt.

De namen van Bram, Paul en de agenten zijn in verband met de privacy gefingeerd.

Dit is een verhaal in onze serie Bij de politierechter. Meer lezen? Klik hier

Meer over dit onderwerp:
BIJ DE POLITIERECHTER LEIDEN BRAND GEWELD
Deel dit artikel: