'De muzikant Robert-Jan Stips zou in de Verenigde Staten tot de groten behoren'

DELFT - 'Geliefd bij collega’s, onbekend bij het publiek.' Zo omschrijft Freek de Jonge de ruim vijftigjarige muzikale carrière van muzikant Robert Jan Stips (71) in de documentaire De Tovenaar van de Nederpop, die zondag 7 maart te zien is bij TV West. De sympathieke Delftenaar zou volgens de cabaretier in de Verenigde Staten tot de groten horen: 'Zeker instrumentaal, als begeleider, maar ook als componist. En dan zou het voor hem ook anders zijn gegaan.'

Stips krijgt eind jaren zestig, begin jaren zeventig meteen naamsbekendheid als frontman van de progrockband Supersister. Als de band uiteenvalt, staan bassist Rinus Gerritsen en drummer Cesar Zuiderwijk meteen voor de deur om samen met de Haagse band Golden Earring door de Verenigde Staten te toeren. Een groot succes. Om echt door te breken, wordt zelfs overwogen om zich met de band daar te vestigen.

'Dat is een discussiepunt geweest in de band', aldus de toetsenist. 'Ik heb me aangemeld om daar te blijven, maar een paar andere bandleden wilden dat niet. Daar is dat gestrand. Ja, wie weet wat er gebeurd was als...?'

Meerwaarde

Maar als bestaat niet en uiteindelijk komt Stips zelf tot de conclusie dat hij geen meerwaarde meer heeft voor de Earring. 'Op een gegeven moment begon ik bij mezelf te ontdekken waarom ik ook vaak weg ben gegaan bij een groep. Dat was op het moment dat ik mezelf vervangbaar vond. Ik denk dat ik mijn hele leven iets heb bijgedragen, wat een ander nooit bijgedragen zou kunnen hebben. Zodra ik merkte, het wordt nu wel heel gewoontjes, was ik weg.'

Na Golden Earring duikt Stips op bij onder meer Sweet D'Buster, Gruppo Sportivo, NITS en Freek de Jonge. Zijn invloed is onmiskenbaar: 'Ik denk niet in popmuziekclichés. Ik vind het leuk om moderne klassieke muziek, Franse muziek als Debussy en Ravel, om dat soort klanken in popmuziek te integreren. Dat gaat heel erg vanzelf. Ik ga niet heel erg moeilijk zitten doen, want popmuziek mag niet moeilijk zijn.'

Vader

Stips is de nazaat van een muzikale familie die rondtrok door Nederland, België en Duitsland. Tijdens zijn jeugdjaren schitterde zijn vader vaak door afwezigheid. Toch zwengelde deze onbedoeld de liefde voor muziek aan: 'Mijn vader kwam, toen ik een jaar of zes was, thuis met een pianovleugel op een moment dat het financieel helemaal niet uitkwam. Achteraf waren dat ook de eerste verschijnselen van een bipolaire ziekte.'

Maar geluk bij een ongeluk: er stond wel opeens een vleugel thuis: 'Door zijn daad is mijn leven bepaald. Als klein jongetje kroop ik onder die vleugel, terwijl hij heel goed bleek te kunnen spelen. Dat wisten we allemaal niet. Dus dat is echt het begin geweest van de muziek in mijn leven.'

Brede horizon

Als kleine jongen droomt Stips van een carrière als concertpianist. Maar later ontdekt hij ook de popmuziek en de jazz. 'Toen bleken er veel meer mogelijkheden te zijn. Toen heb ik mijzelf heel erg voorgenomen om mijn horizon heel breed te houden.'

Zo vindt hij het nog steeds leuk om klassieke muziek te spelen, samen met violiste Marieke Brokamp, met wie hij in maart en april livestreams verzorgt. Momenteel werkt hij samen met de NITS aan een nieuw album, hun 24ste al weer inmiddels. In het najaar hoopt hij weer met de muziek van Supersister op toernee te gaan. En afgelopen week verscheen ook de tweede druk van de vuistdikke Supersister-biografie Looking Back, Naked (zo'n 1000 pagina's) door Fred Baggen.

De documentaire De Tovenaar van de Nederpop is zondag 7 maart te zien vanaf 17.00 uur op TV West.