Boete geëist tegen Haagse imam die andersgelovigen vergeleek met varkens

DEN HAAG - De imam die tijdens een herdenkingsdienst in augustus 2017 in de Haagse moskee Al Madinah andersgelovigen voor 'varkens' zou hebben uitgemaakt, moet een boete van duizend euro krijgen. Dat eiste het Openbaar Ministerie (OM) dinsdag bij de Haagse rechtbank. Het OM acht imam Mohamed M. (52) schuldig aan 'groepsbelediging'.

De imam had het over een groep moslims die aanhangers zijn van de zogenoemde Ahmadiyya-stroming. De soennitische imam zou hebben gezegd dat de Ahmadiyya-aanhangers nog 'slechter zijn dan dieren' zouden zijn. Onder Islamieten wordt het woord 'varken' als scheldwoord gezien. Drie bezoekers van de dienst stapten naderhand naar de politie om aangifte te doen van groepsbelediging. Dat deden ze anoniem, omdat ze bang zijn voor represailles.

Mohamed M. gaf toe dat hij moeite heeft met andere moslimgroepen. Hij ontkent zijn uitspraken dan ook niet, maar zegt in de rechtbank dat zijn woorden verkeerd zijn begrepen. 'Ik heb niemand "varken" genoemd. Ik heb een vergelijking gemaakt tussen schapen en varkens. Die staan niet samen in één stal. Wij en de Ahmadiyya gaan niet samen.'

De huisregels van de moskee

Volgens Maurits Berger, hoogleraar Islam en het Westen aan de universiteit Leiden, zien de Ahmadiyya zichzelf als een beweging binnen de Islam. Zij geloven dat Mohammed niet de laatste profeet is, in tegenstelling tot andere moslims. Die andere moslims vinden zelfs dat je je niet eens moslim mag noemen als je daarin gelooft. De hoogleraar meent verder dat 'varken' voor alle moslims een extra beledigend woord is. 'Het is een onrein dier. Een schaap niet, daarom wordt deze ook geofferd.'

Al sinds zijn aanstelling als imam in 1992 laat M. zijn gemeenschap weten hoe hij tegenover de Ahmadiyya-aanhangers staat. 'Een deel van mijn toespraken ging altijd over de Ahmadiyya's. Ik waarschuwde dat je geloof zo kon weggaan. Bijvoorbeeld als je een ongelovige groet.' Volgens hem zijn zij dan ook niet welkom in de moskee en staat dat in de huisregels. Behalve tijdens herdenkingsdiensten, dan staan de deuren voor iedereen open om afscheid te nemen.

'Ahmadiyya's in thuisland vervolgd'

M. beweerde dat de Ahmadiyya's tijdens de dienst opmerkingen maakten en hun hoofden afwendden. Toen voelde hij zich geroepen harde woorden te gebruiken. 'Het was niet mijn intentie om ze te kwetsen of pijnigen. Ik wilde waarschuwen voor deze sekte.' De bezoekers die aangifte deden, waren volgens de Officier van Justitie in negatieve zin diep geraakt door de woorden van de imam. 'Hij heeft hen als minderwaardig neergezet, terwijl verdachte wist dat die mensen er ook bij waren.' De Officier van Justitie vertelde dat Ahmadiyya's naar Nederland komen voor asiel, omdat ze in hun thuisland vervolgd worden vanwege hun religie. 'Door dit soort uitlatingen dreigt een sneeuwbaleffect. Zeker als een imam dat doet. Het kan gevaarlijke situaties opleveren als mensen hun afkeer omzetten in daden.'

De aanklaagster was van mening dat M. voorbij de vrijheid van godsdienst is gegaan. Daarom eiste ze een boete tegen hem. 'Bij de politie was u bijvoorbeeld heel goed in staat om in neutrale woorden uit te leggen waarom volgens u aanhangers van Ahmadiyya-stroming geen echte moslims zijn. Toen had u geen scheldwoorden nodig. U koos er dus voor om die scheldwoorden in de moskee te gebruiken. Terwijl u wist dat u daarmee sommige aanwezigen ernstig beledigde.'

De uitspraak is op 30 maart.

LEES OOK: Omstreden imam Fawaz mag Haagse wijken weer in: 'Ik voel me als winnaar'

Meer over dit onderwerp:
DEN HAAG MOSKEE RECHTSZAAK
Deel dit artikel: