Instellingen

Jaloerse man gooit Feyenoord-collectie van huisgenoot in vuilcontainer

Schrijvers van de rubriek Bij de Politierechter | Tekening: Theresa Hartgers
Schrijvers van de rubriek Bij de Politierechter | Tekening: Theresa Hartgers

DEN HAAG - Albert heeft het volmondig toegegeven, die ene keer dat hij door de politie is verhoord. Ja, hij en zijn broer hebben spullen van Harry in een vuilniszak gestopt, en die vervolgens in de ondergrondse vuilcontainer gegooid. Omdat Albert boos was op Harry, want die zou achter Albert's rug om met zijn ex aan de haal zijn gegaan.

Dit is een verhaal in onze serie Bij de politierechter. Eerdere verhalen teruglezen kan hier.

Harry is de huisgenoot van Alberts broer. En ze wonen dan wel in Rijswijk, maar Harry is fervent Feyenoord-fan. Hij heeft een vitrinekast vol met memorabilia van de club van Rotterdam-Zuid: een kampioensschaal, een KNVB-beker, een sleutelhanger, een spaarpot met inmiddels 400 euro erin en een hele rits vaantjes. Uitgestalde clubtrots.

Albert woont sinds kort ook bij zijn broer in huis, sinds het uit is met zijn vriendin. Hij is recent geopereerd, kan daardoor niet werken en zit dus zonder inkomen. Omdat hij ook schulden heeft kan hij zelf niks huren.

Wraak

Albert heeft iets ontdekt waar hij niet blij van wordt, sterker nog, hij is er boos over, en jaloers. Harry blijkt namelijk te chatten met zijn ex. Achter Alberts rug om. Dat roept om wraak. En dus heeft de verdachte in een boze bui, samen met zijn broer, Harry's vitrine met Feyenoord-spullen leeggehaald, alles kapot gemaakt, en de boel vervolgens bij het vuil gemikt. Daarbij is de vitrinekast ook gesneuveld. Ja, en toen was Harry natuurlijk ook boos, dus die deed aangifte.

Het openbaar ministerie heeft Albert in eerste instantie een beschikking opgelegd, een straf zonder tussenkomst van de rechtbank: de verdachte zou een werkstraf van 16 uur moeten doen. Maar Albert is daarvoor niet komen opdagen, en is ook onvindbaar gebleken. Daarom wordt de zaak nu alsnog aan de politierechter voorgelegd.

Wel of geen diefstal

De officier van justitie vindt dat de verdachte in plaats van de taakstraf nu de cel in moet: acht dagen, als vervanging voor de 16 uur werken. 'Verdachte en zijn broer hebben zich de spullen toegeëigend. Dat is diefstal. Daarna hebben ze alles in de vuilcontainer gegooid. Ook is de vitrinekast vernield, dus ik vind diefstal en vernieling bewezen.' Ook het feit dat Albert niet is komen opdagen voor zijn taakstraf rekent ze hem aan.

De rechter ziet het net iets anders. Ze vindt het wegnemen van de spullen geen diefstal, omdat er geen bewijs in het dossier is dat Albert zich de spullen wilde toe-eigenen. 'Hij was boos en wilde wraak, en heeft de spullen weggegooid. Hij had dus niet het oogmerk om de memorabilia te stelen voor zichzelf', legt de rechter uit. Vandaar dat ze alleen het weghalen van de verzameling en de vernieling van de vitrinekast bewezen vindt.

Waarschuwing

Dat de verdachte spoorloos is maakt de zaak er niet makkelijker op: 'Het feit is lang geleden, uit augustus 2018, en ik weet niks van meneer, ook niet hoe het nu zit met zijn ex. Maar vernieling is nooit de oplossing, hij had van die spullen af moeten blijven.' De rechter veroordeelt Albert tot een voorwaardelijke celstraf van acht dagen met een proeftijd van twee jaar als waarschuwing. De vraag is wel of de onvindbare verdachte dat zelf te horen zal krijgen.

De namen van Albert en Harry zijn gefingeerd om privacyredenen