Instellingen

Grote steden willen afschaffing slavernij als landelijke feestdag

Herdenking slavernijverleden in Den Haag
Herdenking slavernijverleden in Den Haag © Omroep West

DEN HAAG - Nederland moet jaarlijks een feestdag krijgen waarop het slavernijverleden wordt herdacht. Op die dag moet de samenleving verantwoording afleggen en laten zien dat er 'geen ruimte is voor racisme en kansenongelijkheid'. Daarvoor pleiten de grote steden in een brief aan de Tweede Kamer. De brief is medeondertekend door de Haagse wethouder Bert van Alphen (GroenLinks).

Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht zien 1 juli als geschikte dag, het is dan Keti Koti. Dan wordt ook de afschaffing van de trans-Atlantische slavernij herdacht. Maar ook een andere dag is bespreekbaar. 'Het zou een dag moeten zijn om te rouwen en te vieren, om naar geleerde lessen uit het verleden en een gedeelde toekomst te kijken. Een nationale feestdag is daarvoor een passende vorm', zeggen de wethouders.

De steden pleiten verder voor een landelijk onderzoek naar het koloniaal verleden en een bureau dat racisme en discriminatie bestrijdt.

Rekening houden met alle inwoners

De steden roepen de Kamer op bij de wederopbouw na de coronapandemie rekening te houden met alle inwoners. 'Waar de crisisaanpak vroeg om een sterke en eenduidige overheid, vraagt de wederopbouw juist om het omgekeerde: een overheid die luistert, een overheid die plek maakt voor haar inwoners. Een overheid die vertrouwen geeft in plaats van vraagt', schrijven de wethouders.

Een belangrijke voorwaarde daarvoor is dat de overheid 'inclusief handelt'. Dit kan door oog te hebben voor alle groepen in onze samenleving. 'Juist groepen die zich niet automatisch vertegenwoordigd voelen, hebben het meest belang bij de wederopbouw en dienen centraal te staan', vinden ze. Daarom moet een nieuw kabinet veel aandacht besteden aan bijvoorbeeld discriminatie.

Naar de geschiedenis kijken

Belangrijk is daarbij om ook naar de geschiedenis te kijken. De steden hopen daarom dat er een nationaal onderzoek komt naar het koloniale en slavernijverleden. De verhalen daarover 'moeten in openheid besproken worden', stellen de wethouders. 'De 'verborgen en ongemakkelijke geschiedenis' moet uit de schaduw worden gehaald, om uiteindelijk een eigen, vaste plek in het collectief geheugen te verwerven.'

Het delen van die geschiedenis kan ervoor zorgen dat we leren van elkaar en elkaar beter begrijpen, stellen de steden. 'Op deze wijze dient een gedeelde geschiedenis als fundament om te werken aan een gezamenlijke toekomst.' Bovendien kan zo'n onderzoek ook bijdragen aan een antwoord op de vraag of de regering excuses wil aanbieden voor de rol van Nederland in het slavernijverleden.

Sancties bij discriminatie

De steden vinden verder dat er een Nationaal Bureau Discriminatie en Racisme moet komen. Dat moet beleid gaan ontwikkelen om discriminatie tegen te gaan. Het moet ook gaan adviseren. Sterker: bij overheden of organisaties gefinancierd door de overheid, moet het mogelijk worden sancties op te leggen wanneer sprake is van discriminatie of racisme.