Instellingen

De trein dendert dwars door het onderlijf, maar de tuin van Huygens blijft uniek voor Nederland

De tuin van Hofwijck anno 2021
De tuin van Hofwijck anno 2021 © Ramon Sewberath Misser
VOORBURG - 'De sleutel van mijn hart is die van deze tuin', schreef dichter Constantijn Huygens over de tuin die hij rond 1640 ontwierp bij zijn Buitenplaats Hofwijck in Voorburg. Huygens was niet alleen dichter, maar ook musicus, kunstkenner en secretaris van de prinsen van Oranje. Hofwijck was de plek waar de familie Huygens zich kon terugtrekken. De tuin moest iets bijzonders worden; iets dat nog nergens op de wereld bestond. En dus ontwierp Huygens een tuin die van bovenaf exact de vorm heeft van het menselijk lichaam en waarin geheimen verstopt zijn. Deze zomer kom je daar van alles over te weten in de tentoonstelling 'Hofwijck Buiten'.
Als je tegenwoordig met de trein langs Hofwijck rijdt, is het menselijk lichaam niet meer precies te herkennen. In 1870 werd de tuin klakkeloos gehalveerd, omdat op de plek van het onderlijf Station Voorburg moest aangelegd. 'Ja, wij zijn de enige buitenplaats in Nederland met een eigen NS-station', zegt directeur Peter van der Ploeg. 'Doodzonde, maar eind negentiende eeuw was het spoor alles. Daar moest veel voor wijken.'
De plattegrond die Huygens tekende volgde de contouren en maatverhoudingen van het menselijk lichaam precies. De plek waar het museum staat is het hoofd, de lange lanen zijn de armen, de boomgaard met fruitbomen vormt de buik en het Westeinde is het middel. Het onderlichaam is verdwenen, want daar ligt nu het station. De inspiratiebron voor deze 'menstuin' vond Huygens bij de Romeinse architect Vitruvius.

Boekje van Constantijn

Het gedeelte van de tuin dat nog bestaat wordt nu gekoesterd en is twintig jaar geleden volledig gereconstrueerd. Dat bleek niet eens zo ingewikkeld, omdat Constantijn exact had opgeschreven welke bomen en planten hij destijds gekozen heeft. Het was allemaal keurig genoteerd in een handboek over tuinieren uit zijn tijd, dat nog altijd deel uitmaakt van de collectie van Museum Hofwijck. 'Ze hoefden dus alleen maar dat boekje erbij te pakken', vertelt directeur Van der Ploeg. 'En te kijken of die rassen nog bestonden. Dat was niet altijd het geval, maar bijvoorbeeld de fruitrassen waren er nog. Dus dat is allemaal herplant. De grond is toen bovendien bewerkt en gedraineerd, zodat het allemaal optimaal kan groeien'.
Niet alleen het originele groenplan is er te vinden, maar ook de imposante details. Zoals de door Huygens ontworpen stoa: een ‘Atheense galerij’, met zuilen in de vorm van zilversparren. Net als de 'uitzit' in de Vliet, waar Constantijn graag een praatje maakte met passerende schippers. 'Je ziet de trein weliswaar langsrijden, maar je bent toch echt in een zeventiende-eeuwse tuin', vertelt de directeur.
Huygensmuseum Hofwijck I
Huygensmuseum Hofwijck I © Charles Groeneveld
Hofwijck is tegenwoordig een museum, waar het verhaal van de familie Huygens wordt verteld. En net als alle musea worstelden de medewerkers met de corona-maatregelen. Het is geen groot museum, dus helaas mogen er maar vijf bezoekers per kwartier naar binnen. Dat is weinig, dus zo ontstond het idee om deze zomer vooral die bijzondere tuin een centrale plek te geven.
Het werd een tentoonstelling over de tuin, in de tuin. Met een uitgebreide audiotour, een plattegrond en brochure en een grote kas waar je omheen kunt lopen en waar van alles te zien en te lezen is. De bezoeker maakt een wandeling van een uur, met op zijn koptelefoon de stem van Constantijns eigen huisbaas. Maar ook zijn collega van 2021 komt aan het woord. Zij vertellen van alles over zeventiende-eeuws tuinieren.

Leven in een lager tempo

Tuinieren ging in de zeventiende eeuw een stuk langzamer dan tegenwoordig. De huidige planten, bomen en struiken zijn om economische redenen zo doorgekweekt, dat ze veel sneller groeien dan in de tijd van Huygens. 'Dus als je zo'n zeventiende-eeuwse tuin wil hebben met alle originele bomen en planten erin, dan betekent dat ook dat je een beetje geduld moet hebben. Maar daardoor ga je zien dat het tempo van het tuinieren en eigenlijk van het hele leven vroeger een stuk lager lag.'