Instellingen

Haagse wethouder Bert van Alphen was eigenlijk te aardig voor de politiek

Wethouder Bert van Alphen
Wethouder Bert van Alphen © ANP

DEN HAAG - Hij heeft er slapeloze nachten van gehad, vertelde Bert van Alphen eerlijk tijdens een vergadering over de Energieacademie. 'Dat betekent dat het me raakt. Al meer dan een jaar houdt me dit enorm bezig.' Het is begin februari en de Haagse politiek praat de zoveelste keer over het ambitieuze, maar geflopte banenproject dat deze week leidt tot het vertrek van Van Alphen als wethouder in Den Haag.

Het is tijdens die vergadering, begin dit jaar, al duidelijk dat daar dingen helemaal niet goed zijn gegaan. Vooral jongeren die de hoop hadden om via het project aan een baan te komen, worden daarvan de dupe. 'Het idee was een gouden greep. De uitwerking niet', moet Van Alphen erkennen. 'We hebben de jongeren in de kou laten staan. Dat doet me het meeste pijn.'

De wethouder belooft ook er alles aan te doen om de jongeren alsnog aan werk te helpen. Op dat moment is echter ook al duidelijk dat er een onderzoek gaat komen naar wat er mis ging. Want de raad wil helderheid over hoe het kan dat een project dat in februari 2020 in aanwezigheid van een enthousiaste premier Mark Rutte met zoveel ambitie begint, een jaar later een compleet fiasco blijkt. En wat daarbij de rol is van het Haagse stadsbestuur.

Strategie was niet meer houdbaar

Van Alphen (GroenLinks) is politiek verantwoordelijk voor het project dat in de steigers is gezet door de dan al afgetreden wethouder Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Hij heeft het in de debatten met de raad zichtbaar moeilijk. Aanvankelijk probeert hij de rol van de gemeente klein te houden. Maar dat blijkt gaandeweg een strategie die niet meer houdbaar is. 'Als ik had geweten wat er was gebeurd, had ik achteraf anders gehandeld', moet hij dan ook bekennen.

Maandag wordt duidelijk dat Van Alphen recent nog meer slapeloze nachten moet hebben gehad. De resultaten van het onderzoek naar wat misging bij de Energieacedemie zijn naar buiten gekomen. Hij verbindt er zijn conclusies aan en stapt per direct op als wethouder. 'Voor het handelen van de gemeente als geheel voel ik mij als wethouder bestuurlijk verantwoordelijk.'

Het sociale zit in zijn DNA

Het sociale zit bijna in zijn DNA. Bert van Alphen (1954) groeit op in de Schilderswijk. Hij gaat naar de pedagogische academie en wordt vervolgens leerkracht op een basisschool. Vanaf 1990 gaat hij lesgeven op het Johan de Witt College. Hij geeft hier Nederlands aan vluchtelingen, wil het verhaal. In die jaren wordt hij ook politiek actief. In 1998 komt Van Alphen voor GroenLinks in de gemeenteraad, twee jaar later wordt hij fractievoorzitter.

In 2006 wordt volgt een plek als wethouder in een links-liberaal college met PvdA en VVD. 'Ik ben begonnen in het onderwijs en wilde leerlingen begeleiden bij hun ontwikkeling. Juist in achterstandswijken. Mijn hele leven sta ik voor gelijke kansen. Dat heb ik gedaan in actiegroepen, in het buurtwerk, gemeenteraad en als wethouder,' vertelt hij daarover later in een interview. In een ander gesprek: 'Het is gemakkelijk om tegen de bestaande orde te schoppen, maar je kunt er ook deel van uitmaken. Als wethouder kan ik in het algemeen iets betekenen voor anderen, dingen doen waar de stad beter van kan worden.'

Relatief nieuwe mensen

Van Alphen krijgt in die periode onder meer welzijn en volksgezondheid onder zijn hoede. Hij maakt onderdeel uit van een stadsbestuur met relatief nieuwe mensen. Bijvoorbeeld Frits Huffnagel wordt wethouder voor de VVD, evenals de jonge Pieter van Woensel, die later nog opstapt vanwege de problemen met RandstadRail. Voor de PvdA maken onder meer Marnix Norder, Rabin Baldewsingh en Henk Kool deel uit van het college.

Het zijn roerige jaren, want dit ambitieuze stadsbestuur wil het doorgaand verkeer weren uit het centrum van de stad. Daarom wordt een ambitieus plan gepresenteerd om pollers op bijvoorbeeld de Hofweg en het Spui te plaatsen.

Te goed van vertrouwen

Mensen die de politiek in die dagen van dichtbij volgen zien Van Alphen vooral als een linkse-GroenLinkser, een rustig iemand die zich niet snel gek laat maken en wars is van praatjes. 'Het is ook een ontzettend aardige man,' zegt iemand die hem van nabij meemaakte. Tegelijk kende hij ook een zwakte. Hij is soms te goed van vertrouwen. 'Sturen op geld en resultaat zat niet in hem. Voor Bert was soms een handdruk voldoende. Dat gaat vaak goed, maar soms ook niet.'

Van Alphen kent in die periode persoonlijk een zware tijd. Hij krijgt last van zijn hart en moet een operatie ondergaan.

GroenLinks niet terug in college

Ondertussen verandert het politieke klimaat in Nederland. De PVV doet mee aan de verkiezingen van 2010 en stormt de Haagse raad binnen met tien zetels. Hoewel GroenLinks een kleine winst boekt, keert die partij niet terug in het college. PvdA, VVD, D66 en CDA vormen het nieuwe stadsbestuur. 'Een bittere teleurstelling,' oordeelt Van Alphen, waarna hij afscheid neemt van de lokale politiek.

Twee jaar later duikt hij echter weer op in Pijnacker-Nootdorp om daar even tijdelijk wethouder te worden. In 2015 is dan toch ook opeens weer terug in de raadzaal in Den Haag. Nu om te worden benoemd tot jeugdombudsman, een dan nieuwe functie.

Liefde voor politiek lokt

Toch lokt de liefde voor de politiek. Nadat GroenLinks in 2018 een grote winst boekt en vijf zetels haalt bij de verkiezingen, kan de partij weer deelnemen aan het college. De partij plukt Liesbeth van Tongeren uit de Tweede Kamer en kiest daarnaast voor routinier Van Alphen. De man die nog aan de rand van de Schilderswijk woont en de stad op z'n duimpje kent. Hij wordt nu verantwoordelijk voor sociale zaken, werk en inkomen, armoede, sociale werkvoorziening, maatschappelijke opvang, emancipatie en stadsdeel Centrum.

De nóg grijzer geworden Van Alphen probeert de afgelopen jaren zo goed mogelijk een plek te vinden voor daklozen. Die worden vanwege de coronacrisis ondergebracht in hotels. Hij steunt de Straatkrant, presenteert een integratienota en probeert mensen aan een baan te helpen. Maar hij worstelt ook met een aantal dossiers. Zoals dat van tassenmaker Omar Munie, die hij ondanks kritiek toch niet helemaal wil laten vallen. Ook de inrichting van een 'coronadorp voor daklozen' bij het Cars Jeans Stadion verloopt niet helemaal vlekkeloos. En dan is er dus die Energieacademie, die hem maandag politiek fataal wordt.

Iedereen moet meedoen

Waarschijnlijk is het toch weer die 'handicap' die hem ook in de eerste periode werd toegedicht, die hem nu opnieuw parten speelt. Te goed van vertrouwen, te aardig.

Misschien illustreren zijn eigen woorden in de afscheidsbrief die hij aan de raad stuurt die eigenschappen wel het best. 'Het is mijn politieke en persoonlijke drijfveer geweest om op te komen voor degenen in onze samenleving die nét dat extra zetje nodig hebben. Iedereen moet meedoen en meetellen. Dat kan voor ieder op zijn eigen manier: als werkende, als vrijwilliger, of wanneer je hulp biedt aan een naaste. Soms gebeurt het in de maatschappij als de onze dat mensen tussen wal en schip vallen, door ongeluk of pech. Op zo'n moment moeten deze kwetsbare mensen kunnen rekenen op een overheid die ze helpt: dichtbij en menselijk. Daar waar het hen aan steun ontbeert, staan wij op.'