Nog steeds verzet tegen komst voormalig daklozen naar Willem Dreeshuis in Den Haag

Het Willem Dreeshuis gaat onderdak bieden aan voormalig dak- en thuislozen
Het Willem Dreeshuis gaat onderdak bieden aan voormalig dak- en thuislozen © Omroep West
DEN HAAG - De omwonenden van het Willem Dreeshuis in Den Haag leggen zich niet neer bij de huisvesting van voormalig dak- en thuislozen in het voormalig verzorgingshuis. Zij hebben bij de gemeente een bezwaarprocedure aangespannen en ook de rechter gevraagd de plannen tegen te houden. 'Wij zijn niet tegen gepaste opvang. Maar dit is buitenproportioneel in deze kleine buurt', zegt de voorzitter van de nieuw opgerichte Vereniging Het Dreeskwartier, Erik Haver.
In het pand zijn nu al zestig voormalig dak- en thuislozen ondergebracht. De bedoeling is dat er uiteindelijk in totaal 119 zelfstandige huurwoningen worden gecreëerd. De bewoners moeten dan gaan bestaan uit 'een mix' van 'gewone' sociale huurders en voormalig dak- en thuislozen. Er zou verder plek zijn voor startende lokale ondernemers en buurtactiviteiten.
De buren van het Willem Dreeshuis vinden ook dat het Haagse stadsbestuur te optimistisch is bij het naar buiten brengen van de plannen 400 woningen voor statushouders en zorgdoelgroepen, als ex-daklozen, mensen met een psychiatrische achtergrond of tienermoeders, in de stad te realiseren. Bij de presentatie van de voorstellen daarvoor verklaarde wethouder Martijn Balster (PvdA, wonen) vorige week dat er inmiddels al 165 woonplekken zijn opgeleverd of op korte termijn klaar zijn. Hij noemde daarbij ook het Willem Dreeshuis aan de Morsestraat in Segbroek.

Stap te ver

De bewoners stellen dat hij daarmee een stap te ver gaat. Volgens hen kan onmogelijk vast staan dat in het oude verzorgingshuis grote groepen voormalig dak- en thuislozen worden ondergebracht, omdat er nog procedures lopen.
Haver benadrukt dat de buurt niet tegen de komst van de mensen is. 'Als omwonenden van het Willem Dreeshuis heten wij nieuwe bewoners welkom. Iedereen verdient een dak boven het hoofd in Nederland, een nieuwe start', stelt hij.

Te veel nieuwe buren

Maar de hoeveelheid past niet, vinden de omwonenden. Direct rond het Willem Dreeshuis staan dertig woningen. Nu zestig en later meer dan 120 nieuwe bewoners in het Willem Dreeshuis, is te veel. Daarbij speelt mee dat de afstand tussen het gebouw en de woningen aan de overkant van de straat gering is: elf meter. Door de vorm van het Willem Dreeshuis fungeert de straat als 'klankkast', waardoor elk geluid weerkaatst. 'Dan heb je al snel geluidsoverlast', zeggen ze.
Verder maken de bewoners zich zorgen over de begeleiding van de voormalig dak- en thuislozen. Volgens de plannen van de gemeente komt de huidige zorg na 1 januari te vervallen. Hoe het daarna verder gaat, is onduidelijk.

Geen participatie

Dertien van de bewoners spraken in mei van dit jaar tijdens een raadsvergadering over de toekomst van het Willem Dreeshuis al in. Zij maakten toen duidelijk niet tegen de komst van de voormalig thuis- en daklozen te zijn, maar tegen de voorgenomen aantallen en de manier waarop de gemeente de inspraak had vorm gegeven. Volgens hen was van daadwerkelijke 'participatie' geen sprake. Dat standpunt staat nog steeds, zegt Haver. 'Wij hebben telkens aangegeven dat je binnen het bejaardenhuis beter tien woningen beschikbaar kunt stellen voor noodbehoevende mensen en dat wij ook best buddy willen zijn voor de nieuwe bewoners. Dan geef je deze mensen pas een echte kans op een nieuwe start.'
De inspraak van de bewoners leidde niet tot wijziging van de plannen. Waarna de bewoners contact opnamen met de gemeentelijke ombudsman. De gemeente heeft volgens Haver veel informatie niet openbaar gemaakt, zoals het onderzoek naar de draagkracht van de buurt. 'Hieruit zou blijken dat dit buurtje deze aantallen aankan, maar wij hebben het onderzoek nooit gezien en ik heb ze ook niet aan de deur gehad om de draagkracht te meten', zegt de voorzitter van het Dreeskwartier. Volgens hem heeft de Ombudsman een maand geleden toegezegd een onderzoek in te stellen naar het handelen van de gemeente.

Te beperkt invloed

De bewoners vinden dat de gemeente hen nu ook te beperkt invloed geeft op wat er in hun buurt gebeurt. Ze mogen alleen meepraten over de invulling van de begane grond van het Dreeshuis en de tuin. Haver: 'En dat wordt dan participatie genoemd.'
Wel nemen ze samen met de gemeente, politie, de eigenaar van het pand Vestia en buurtvereniging deel aan een 'omgevingsoverleg'. Maar de hardnekkige indruk blijft dat met hun ideeën, voorstellen en vragen niets wordt gedaan. 'Er wordt niet geluisterd naar de omwonenden, ook inwoners van Den Haag. De overheid dendert wederom over haar burgers heen.'

Geen andere keuze

Gevolg is dat de omwonenden geen andere keuze rest juridische stappen te zetten, stellen ze. Een van de argumenten daarbij is dat de gemeente voorbij gaat aan de bestemming van het Willem Dreeshuis. Die staat 'maatschappelijk gebruik' (zorg) toe, maar niet 'wonen', zoals nu en straks wel gaat gebeuren als het aan de gemeente ligt.
Neemt niet weg dat de bewoners het liever anders hadden gezien. De weg naar de rechter zouden ze graag hebben vermeden. 'Maar de gemeente laat ons geen keus. De gemeente luistert niet en accepteert geen enkele inbreng van de omwonenden.'
De gemeente Den Haag worstelt met het onderbrengen van kwetsbare mensen, zoals daklozen, statushouders en mensen die nu nog in zorginstellingen wonen, maar weer op eigen benen willen staan. De komende tijd moeten daarom rond de 1300 woningen worden gevonden. Maar omdat er een groot gebrek is aan huizen in de stad, lukt het maar moeilijk om ook voor deze groep passende woonruimte te vinden. Twee weken geleden presenteerde de gemeente een 'doorbraakplan'. Dat moet ervoor zorgen dat mensen die acuut een woning nodig hebben worden geholpen, zonder dat dit leidt tot langere wachtlijsten voor 'gewone' woningzoekenden. Wethouder Martijn Balster (PvdA) verklaarde toen ook zorgen van buurtbewoners 'buitengewoon serieus' te nemen. 'Daarom gaan wij in gesprek met bewoners en bewonersorganisaties om alles zo goed mogelijk te laten verlopen. En als er toch iets gebeurt, zorgen wij ervoor dat er bij elke locatie een aanspreekpunt is.'