Duizenden kaarsjes op Malieveld voor daklozen

Op het Malieveld staan duizenden lichtjes voor daklozen
Op het Malieveld staan duizenden lichtjes voor daklozen © Omroep West
DEN HAAG - Duizenden lichtjes verlichten dinsdagochtend vroeg het Malieveld in Den Haag. Het Leger des Heils vraagt op deze manier aandacht voor de 32.000 daklozen in ons land. 'Uiteindelijk moet het getal op nul daklozen staan.'
De ledkaarsjes vormen in grote cijfers het getal 32.000, erboven een dakje dat een huis moet uitbeelden. Woordvoerder Robert Fennema van het Leger des Heils was al vroeg in touw. 'Sinds 4.00 uur ben ik hier, we zijn een tijdje bezig geweest om de lampjes aan te steken', zegt hij in het radioprogramma West Wordt Wakker.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) publiceerde dinsdag nieuwe cijfers over daklozen in Nederland. De groep daklozen is in 2021 voor het tweede jaar op rij gekrompen, terwijl in de jaren daarvoor juist een jarenlange stijging te zien was. Onderzoekers van het CBS zien vooral het aantal jongere daklozen van 18 tot 27 jaar afnemen. Op 1 januari van dit jaar waren 32.000 Nederlanders van 18 tot 65 jaar dakloos, tegen ruim 36.000 in 2020. Zij sliepen op straat, bij de daklozenopvang of bij familie of vrienden. In de jaren hiervoor was een lange tijd een stijgende trend gaande, van zo'n 18.000 mensen zonder vaste woon- of verblijfplaats in 2009, naar een piek van meer dan 39.000 in 2018. In 2020 was voor het eerst in jaren een duidelijke daling te zien.
Het aantal daklozen is de laatste tijd flink gedaald (zie kader). 'Dat is prachtig, maar het is nog altijd een voetbalstadion vol', zegt Fennema. 'De agenda is nog niet klaar. Er is veel werk verzet, ook in de afgelopen coronaperiode, maar er moet ook nog heel veel gebeuren. Uiteindelijk moeten we hier terugkomen en dan moet er het getal nul staan.'

Daklozen in Den Haag

In Den Haag hoeven daklozen en thuislozen deze winter niet buiten te slapen, berichtte de gemeente vorige week. De opvang in voormalig verpleeghuis De Lozerhof blijft de hele winter open.
Fennema is daar blij mee. 'Men heeft ingezien - en daar heeft corona aan bijgedragen - dat er een oplossing nodig is. Dat het niet kan dat mensen op straat verblijven en dat mensen niet in grote zalen kunnen slapen, maar dat je een eigen plek creëert.' Den Haag heeft hierin, samen met andere grote steden, volgens Fennema het voortouw genomen. 'En ik denk dat ze bij Den Haag de versnelling hebben gevonden. Ze doen het nu goed, nu moeten ze het waarmaken.'

'Niet verslappen, maar doorpakken'

Hij hoopt dat de dalende trend voortzet. 'We moeten nu niet verslappen, maar doorpakken. Wat er uiteindelijk nodig is, is woonplekken. Niet in een zaal, maar een eigen plek. Het liefst een eigen huis, of studio, om te wonen.'