Instellingen

Actieplan: melden straatintimidatie moet makkelijker in Den Haag

Het stadhuis in Den Haag kleurt oranje om aandacht te vragen voor geweld tegen vrouwen | Foto Omroep West
Het stadhuis in Den Haag kleurt oranje om aandacht te vragen voor geweld tegen vrouwen | Foto Omroep West
DEN HAAG - Den Haag wil het voor slachtoffers van straatintimidatie makkelijker maken om een melding te doen. Nu stapt slechts 18 procent van de slachtoffers naar de politie of een andere instantie. Maar het stadsbestuur wil de meldingsbereidheid omhoog brengen, zodat de gemeente beter inzicht krijgt in de omvang en de aard van de problemen. Ondertussen blijft de gemeente worstelen met het feit dat straatintimidatie nog niet strafbaar is.
Dat blijkt uit het actieplan 'Samen tegen straatintimidatie' dat wethouder Arjen Kapteijns (GroenLinks) donderdag heeft gepresenteerd. Daarin staat een aantal maatregelen die de gemeente wil nemen om straatintimidatie aan te pakken. Zo komen er sociale kaarten met daarin informatie over de plek waar slachtoffers een melding kunnen maken en start de gemeente bewustwordingscampagnes, trainingen en onderwijsprogramma's.
Straatintimidatie komt volgens de gemeente in Den Haag in veel vormen voor: nastaren, ongewenst aanraken, hinderlijk achternalopen, bespugen of in het nauw drijven. Ook naroepen met seksuele of beledigende opmerkingen, het vragen om seks, betasten, nasissen of nafluiten schaart het stadsbestuur onder de term ‘straatintimidatie’.
Probleem blijft dat straatintimidatie nu niet strafbaar is. 'Handhaven en strafbaarstelling van straatintimidatie is op dit moment nog niet mogelijk', beschrijft Kapteijns in het actieplan. Wel is er in maart van dit jaar het wetsvoorstel 'seksuele misdrijven' in behandeling genomen. Kapteijns: 'Door het wetsvoorstel wordt seksuele intimidatie niet langer afhankelijk van uitsluitend de beleving van het slachtoffer, maar kan dit ook meer objectief geconstateerd worden door opsporingsambtenaren. Ondanks de wetswijziging zal handhaven lastig blijven, omdat het op heterdaad betrappen lastig zal zijn. We blijven er bij het ministerie van Justitie en Veiligheid op aandringen dat de wetswijziging er zo snel mogelijk komt.'

Strafbaar

Ondertussen wil de gemeente proberen om meer slachtoffers van straatintimidatie over te halen om dit te melden. 'Omdat straatintimidatie nog niet strafbaar is, draagt de melding vooral bij aan het in kaart brengen van de plekken in de stad waar straatintimidatie plaatsvindt', aldus Kapteijns. 'De uitkomsten van de melding kunnen belangrijke informatie geven bij het verder vormen van beleid tegen straatintimidatie en voor de inrichting van de openbare ruimte.'
Uit onderzoek van de gemeente Den Haag blijkt dat straatintimidatie voorkomt op straat, in het openbaar vervoer, in het uitgaansleven of in openbare gebouwen. Bijna de helft (45%) van de inwoners in Den Haag heeft in 2020 een voorval van straatintimidatie meegemaakt. Dit gaat vooral om jongere inwoners tussen de 18 en 34 jaar, vrouwen en queer personen. Vooral jongens en mannen zijn daders en vertonen het intimiderende gedrag.
Volgens de gemeente besluit 82 procent van de slachtoffers om geen melding te maken, omdat zij de stap naar de politie te groot vinden of de weg naar andere meldpunten zoals het COC Haaglanden of slachtofferhulp niet weten te vinden. Daarom wil de gemeente beter inzichtelijk maken waar slachtoffers meldingen kunnen doen en welke organisaties er zijn 'om mee in gesprek te gaan'.

Sociale kaart

Hiervoor wordt een sociale kaart gemaakt waarin staat waar slachtoffers terecht kunnen. Ook komt er op de website van de gemeente misschien een mogelijkheid om 'straatintimidatie' te melden. Dat kan nu al op het meldpunt Scheveningen. Wanneer het op dit meldpunt aanslaat, bekijkt het stadsbestuur of de mogelijkheid ook op denhaag.nl kan komen.
Straatintimidatie heeft soms flinke impact op slachtoffers. Zij voelen zich minder veilig en zijn op hun hoede op straat en in de openbare ruimte. Een deel van de slachtoffers is zich bewust van hun gedrag en uiterlijk en past zich hierop aan. Zo proberen ze sociaal contact met onbekenden op straat te voorkomen en bepaalde plekken zoveel mogelijk te vermijden. 'Kortom, ze beperken zichzelf in hun vrijheid en uiten zich minder vrijelijk, om zo mogelijke confrontaties uit de weg te gaan', staat in het actieplan.
Verder wil Den Haag de openbare ruimte veiliger maken met bijvoorbeeld straatverlichting en boa’s en cameratoezicht inzetten. Kapteijns: 'Vooral op plekken waarvan het bekend is dat straatintimidatie veel voorkomt, wordt verwacht dat dit kan bijdragen aan zowel het veiligheidsgevoel als het ontmoedigen van bepaald gedrag. In 2022 kunnen daarom alle boa's van de gemeente de training Stand Up van Fairspace volgen. Deze training biedt praktische tools en kennis om straatintimidatie te herkennen en te voorkomen en mensen hierop aan te spreken.'