LUMC roept andere ministers te hulp in strijd voor behoud kinderhartchirurgie

Foto ter illustratie | Bron: ANP
Foto ter illustratie | Bron: ANP
LEIDEN - In de strijd om de afdeling kinderhartchirurgie te behouden in het LUMC roept het Leidse ziekenhuis nu ook de hulp in van andere ministeries. De Raad van Bestuur vraagt hulp bij Economische Zaken en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 'Sluiting treft de hele regio Den Haag-Leiden', schrijft het ziekenhuis in brieven aan het kabinet.
De afdeling kinderhartchirurgie staat op de nominatie om gesloten te worden, omdat voormalig minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid de zorg wil centreren. Het specialisme kinderhartchirurgie verplaatst dan van Leiden naar het universitair ziekenhuis in Utrecht. De behandeling van aangeboren hartafwijkingen zou dan alleen nog in Rotterdam en Utrecht gedaan mogen worden.
De discussie over het concentreren van de centra loopt al dertig jaar. Omdat het zeer gespecialiseerde zorg is, zijn er niet genoeg patiënten voor vier of vijf centra. Artsen bouwen dan namelijk te weinig ervaring op. Uit eerdere studies kwam naar voren dat in Nederland eigenlijk alleen het LUMC en het Erasmus MC voldeden aan alle criteria. Dat is de reden dat het Leidse ziekenhuis niet begrijpt waarom het afvalt in de keuze.
Dit besluit leidde tot heftige reacties in Leiden en Groningen. Het LUMC werkt samen met de universitaire ziekenhuizen in Amsterdam in het centrum CAHAL. Het ziekenhuis staat bekend om zijn hoogspecialistische zorg en de afdeling heeft alle erkenningen en certificeringen.

Gevolgen voor regio Den Haag-Leiden

In een brief aan minister Micky Adriaansens van Economische Zaken schrijft de Raad van Bestuur nu dat het grote gevolgen heeft voor bijvoorbeeld het Leiden Bio Science Park (LBSP) als de afdeling verdwijnt. Het voortbestaan van het LBSP zou zelfs in het geding zijn omdat het ziekenhuis zichzelf ziet als motor voor innovaties en onderzoek.
Ook kan het ziekenhuis minder 'getalenteerde mensen aantrekken' als deze hoogspecialistische zorg verdwijnt, vreest de Raad van Bestuur. Als de afdeling verhuist naar Utrecht 'wordt de hele onderzoeksportfolio - dus breder dan dit ene specialisme - geraakt', staat in de brief.

'Opleidingen getroffen'

Het ziekenhuis schrijft ook minister Robbert Dijkgraaf van Onderwijs aan. In die brief gaat de Raad van Bestuur met name in op de gevolgen voor de opleidingen die in het LUMC worden geboden. 'Wanneer de afdeling kinderhartchirurgie verdwijnt, heeft dat een groot effect op de instroom van studenten. De aantrekkelijkheid om te kiezen voor de regio Leiden om breed opgeleid te kunnen worden, neemt af.'
In de brief gaat de Raad van Bestuur nog een stapje verder. Omdat Leiden dan ook minder opleidingsplaatsen krijgt toebedeeld en voor studenten minder interessant wordt, voorspelt het ziekenhuis dat er op den duur minder gespecialiseerde kinderartsen en kinderverpleegkundigen zullen zijn in de regio.

Minder innovatie

Het verdwijnen van opleidingsplekken heeft volgens de briefschrijvers ook weer gevolgen voor het onderzoek dat wordt gedaan. In de brief aan de minister wijst het LUMC erop dat het een lange staat van dienst heeft en veel belangrijke uitvinden en innovaties op zijn naam heeft staan. Daar komt volgens de brief ook een eind aan als het plan van het ministerie van Volksgezondheid doorgaat.
Dit alles staat ook nog eens in een derde brief die het LUMC heeft gestuurd aan de nu verantwoordelijke minister van Volksgezondheid, Ernst Kuipers. Kuipers wordt uitgenodigd om over dit alles te gaan praten met het universitair ziekenhuis in Leiden.

Kamer: binnen een maand duidelijkheid

Het stuit het ziekenhuis vooral tegen de borst dat al deze gevolgen bij de keuze om alles te concentreren in Rotterdam en Utrecht niet lijkt te zijn meegenomen. Het staat in ieder geval niet in de brief die De Jonge hierover aan de kamer stuurde.
De Tweede Kamer heeft woensdag een vragenronde gepland staan. De antwoorden moeten meer duidelijkheid geven over de argumenten voor de concentratie van de kinderhartchirurgie in Utrecht en Rotterdam. Vervolgens wordt er een 'ronde-tafelgesprek' georganiseerd, en uiteindelijk is er een debat in de kamer met minister Kuipers. Dit alles zou voor eind februari afgerond moeten zijn.