Haagse wethouders moeten dienstauto vaker laten staan

Wethouder Robert van Asten oefent op verkeersparcours
Wethouder Robert van Asten oefent op verkeersparcours © Martijn Beekman
DEN HAAG - De Haagse wethouders en burgemeester Jan van Zanen moeten het aantal korte ritjes met de dienstauto aan banden leggen. Een motie van de Haagse Stadspartij hierover werd donderdagavond door een raadsmeerderheid aangenomen. Volgens de partij blijkt uit de rittenstaten, waarin het gebruik van de dienstauto's per wethouder wordt bijgehouden, dat de bestuurders veel korte ritjes maken. Daar moet paal en perk aan gesteld worden.
Een aanzienlijk deel van de auto's in de stad legt minder dan vijf kilometer af. Dat zorgt ervoor dat de bereikbaarheid van de stad slechter wordt en daar wil het college wat aan doen. In de 'Strategie mobiliteitstransitie' heeft het college beschreven dat het autogebruik teruggedrongen moet worden en dat mensen zich meer lopend, met de fiets of het openbaar vervoer zullen gaan verplaatsen.
Onderdeel van het plan is het terugbrengen van het aantal korte ritjes in de stad. Maar ook de burgemeester en de wethouders lijken soms gemakkelijk de auto te pakken. 'Het is bizar dat een groot deel van het college de dienstauto ook voor korte ritjes zo vaak gebruikt', stelde Peter Bos van de Haagse Stadspartij. Hij vindt dat het college het goede voorbeeld moet geven.

Dienstauto

Wethouder Robert van Asten (D66) erkent dat, alhoewel Van Asten juist weinig korte ritten maakt met zijn dienstauto en regelmatig de fiets pakt. Maar hij begrijpt zijn collega-wethouders wel. Sommige werkdagen eindigen pas laat in de avond en dan is het gebruik van de auto erg fijn', zei hij. 'Maar duidelijk is dat we regels en kaders hebben voor het gebruik van de dienstauto en daar houdt iedereen zich aan.'
Volgens Van Asten gaat het wel de goede kant op met het college. 'Het fietsgebruik neemt flink toe', zei hij. 'We doen ons best om vaker de dienstauto te laten staan. Wij zijn ons ervan bewust dat wij een voorbeeldfunctie hebben. Daar hebben we deze motie niet voor nodig.'

Haagse Stadspartij

Toch diende de Haagse Stadspartij de motie in die met 22 stemmen voor en 19 tegen werd aangenomen. Het CDA, Hart voor Den Haag/Groep de Mos, de Islam Democraten, Nida en de VVD stemden tegen.