Nieuws

Na misstanden gynaecoloog blijft de telefoon rinkelen: 'Mensen moeten dit verwerken'

Foto ter illustratie
Foto ter illustratie © ANP
LEIDERDORP - Bij de verschillende instanties melden zich nog steeds mensen die vragen hebben na het bekend worden van misstanden bij vruchtbaarheidsbehandelingen van gynaecoloog Jos Beek in Leiderdorp. Bij het Alrijne Ziekenhuis neemt het aantal meldingen per dag wel iets af, maar dat is niet vreemd zeggen deskundigen. 'Mensen moeten het nieuws eerst even verwerken.'
Het speciale meldnummer van het Alrijne Ziekenhuis waar mensen terechtkunnen met vragen over behandelingen door gynaecoloog Jos Beek, rinkelt niet meer zo vaak als dindag en woensdag. Maar de vragen blijven wel komen. Dat zegt het ziekenhuis.
Dinsdag werd bekend dat de in 2019 overleden Beek tussen 1973 en 1986 ten minste 21 maal zijn eigen zaad gebruikte bij vruchtbaarheidsbehandelingen. Omdat er geen dossiers meer zijn uit die tijd, roept het ziekenhuis mensen op om zich te melden met vragen. Die komen dus ook na enkele dagen nog altijd binnen.

'Kan soms lang doorgaan'

Dat er na een paar dagen nog steeds telefoontjes binnenkomen verbaast voorzitter Ties van der Meer van de stichting Donorkind niets. 'Vaak zie je dat mensen het ook moeten verwerken. Artsen zeiden tegen ouders dat ze er maar niets over moeten zeggen. Vaak zie je dat mensen soms pas naar enkele maanden of zelfs na een jaar contact gaan zoeken.'
Van der Meer deed woensdag de oproep voor een onafhankelijk landelijk onderzoek naar de praktijken van artsen en gynaecologen tot 2004. Sindsdien is anonieme donatie verboden. Daar heeft de Hagenaar veel reacties op gekregen. 'Niet direct vanuit het ministerie van VWS, maar wel van mensen die bijvoorbeeld de wet uit 2004 hebben geëvalueerd in 2019. Zij hebben goede ideeën over hoe je zo'n onderzoek moet opzetten. Met hun expertise kunnen wij met een veel concreter voorstel naar het ministerie.'

Contact met elkaar

Ook de Stichting Donorkind krijgt telefoontjes naar aanleiding van de zaak Beek. Het maakt veel los bij mensen die zelf donorkind zijn en bij hun ouders. De stichting verwijst mensen dan door naar hun eigen - verborgen - Facebookpagina. 'Contact onderling is erg belangrijk', zegt Van der Meer.
De organisatie Fiom, die mensen helpt bij afstammingsvraagstukken, merkt ook dat de zaak enorm leeft. 'Dinsdag en woensdag hebben zich ook acht voormalige donoren gemeld', zegt Fred Gundlach van Fiom. 'Zoveel in zo weinig tijd hebben we eigenlijk nog niet eerder meegemaakt.' Het DNA van deze donoren wordt in de databank van Fiom opgenomen, zodat donorkinderen mogelijk geholpen kunnen worden met hun zoektocht naar de biologische vader.