Marianne zorgt voor gehandicapte kleuters in Oekraïne, maar twijfelt of ze kan blijven

Foto ter illustratie
Foto ter illustratie © ANP
RIJNSBURG - Het zijn onzekere tijden voor mensen in Oekraïne. Ook voor de Zoetermeerse Marianne Janse. Ze werkt sinds vijf jaar in het westen van Oekraïne voor de christelijke stichting Kimon die twaalf kinderen met een handicap opvangt. Ze twijfelt wat ze moet doen: de kinderen achterlaten in handen van de Oekraïense medewerkers of blijven. 'Ik ben best wel bang voor hoe het verder moet', vertelt ze terwijl de twijfel in haar stem hoorbaar is. Ook bij andere stichtingen uit de regio slaat de twijfel toe.
De gevechten vinden nog niet plaats in het gebied waar Marianne zit. 'Ik zit helemaal in het westen tegen de Hongaarse grens', vertelt ze. Toch brengt de situatie onzekerheid met zich mee. 'Donderdag was er best paniek. Iedereen ging naar de bank en naar de winkel. De Oekraïners zeggen allemaal tegen mij: ga terug naar Nederland, jij hebt de kans.'
Dat zou betekenen dat ze de twaalf kinderen die ze verzorgt, achter moet laten. 'Ik zorg nu al vijf jaar voor die kinderen, ik geef ze de aandacht en liefde die ze verdienen. Er zijn wel wat Oekraïense medewerkers, maar voordat onze stichting hier kwam, lagen de kinderen alleen maar in bed.' De kinderen hebben de hulp van Marianne dus hard nodig.

'Ik weet niet of ik de kinderen ooit nog ga zien'

De Zoetermeerse neigt er echter toch naar terug te keren naar Nederland. 'Daar denk ik wel sterk over na. Maar al vijf jaar staat mijn leven in het teken van deze kinderen, mijn toekomstplannen stonden in het teken van deze kinderen. Als ik weg ga, weet ik niet hoe het afloopt en voor hoe lang ik weg moet blijven. Ik weet niet wat dat betekent voor het leven van deze twaalf kinderen', zegt ze vertwijfeld. 'Ik weet niet of ik de kinderen dan ooit nog ga zien.'
De kinderen zelf merken niet veel van de conflicten. 'Ze zijn allemaal onder de zes jaar oud en kunnen niet praten. Het is niet duidelijk wat ze precies begrijpen. Ze merken natuurlijk wel dat er iets met ons aan de hand is, dat we gestrest zijn. Verder zijn ze jaloersmakend vrolijk', lacht Marianne. 'Soms is het maar fijner om niet alles te weten.'

Twijfel bij andere stichtingen

Ook andere stichtingen die hulp verlenen in Oekraïne twijfelen wat ze kunnen en wat verstandig is. Sinds Rusland Oekraïne binnenviel, staat de telefoon van Jaap de Mooij uit Rijnsburg niet stil. Via Stichtingen Werkgroep De Ruyter en Oekroe heeft hij al tientallen jaren nauw contact met veel mensen in het land. De stichtingen zetten zich in voor kinderen en de allerarmsten in onder meer Oekraïne en Roemenië.
De Mooij noemt de oorlog 'een volstrekt drama'. 'We hoopten dat het niet zou gebeuren maar eigenlijk kon het niet anders. Het liefste zou ik ernaartoe gaan, maar dat kan natuurlijk niet.'

'Dramatische situatie'

Al meteen na de inval kreeg de Rijnsburger het eerste telefoontje. 'We hebben vrijwilligers in Oekraïne die me meldden dat ze hun spullen in een auto met aanhanger hadden geladen en dat ze hoopten naar het westen van het land te kunnen rijden. Maar ze weten natuurlijk niet wat ze op weg daarnaartoe tegen zullen komen.'
Omdat de twee stichtingen op verschillende plekken in het land actief zijn, kent De Mooij er heel veel mensen. 'Het is een dramatische situatie, maar deze mensen zijn wel wat gewend. Ze leven er al jaren in spanning, sinds 2014.' In dat jaar annexeerde de Russische president Poetin de Krim. 'En nu gebeurt het echt.'

Geen transport met hulpgoederen

Tot nu toe lukt het nog om via berichten en telefoontjes contact te houden met de vrienden en bekenden die De Mooij in Oekraïne heeft. Heel veel meer dan op die manier contact houden, kan hij niet doen. 'Ik zou graag met meneer Poetin bellen en vragen waar hij mee bezig is. En ernaartoe gaan.'
De transporten met hulpgoederen die stichting Werkgroep De Ruyter op regelmatige basis laat rijden naar Oekraïne liggen voorlopig stil. Ook de speciale ziekenhuisbedden die de stichting er naartoe zou brengen, blijven nog even in Nederland.