Geen megaschool bij kinderboerderij, wel in de wijk: vier vragen en antwoorden

De kinderboerderij in de Delftse wijk Tanthof
De kinderboerderij in de Delftse wijk Tanthof © Omroep Delft
DELFT - Het is al sinds 2014 een punt van discussie, maar de gemeenteraad van Delft heeft eindelijk een besluit genomen over de 'scholenschuif'. Geen 'megaschool' op de plek van de kinderboerderij, maar drie scholen in twee gebouwen. Deze nieuwe gebouwen moeten de verouderde basisscholen in de wijk Tanthof vervangen. Vier vragen en antwoorden over het veelbesproken project.

Waarom duurde het zo lang om plannen te maken?

De eerste gesprekken dateren al van 2014. Na een lang keuzetraject kwam de blik vorig jaar uiteindelijk op de locatie van de huidige kinderboerderij, tot verbazing van veel inwoners in Tanthof. Bewoners protesteerden tegen de plannen om de kinderboerderij te verkleinen en te verplaatsen. 'We vinden dat zo'n groot scholencomplex niet op de plek van de kinderboerderij en kindertuin past. Daarom pleiten we voor betere alternatieven', vertelde Geert van Poelgeest van Stichting Behoud Kinderboerderij en Kindertuin Tanthof toen.
Er werd door Onafhankelijk Delft en de SP zelfs een motie van wantrouwen ingediend tegen het stadsbestuur vanwege het ‘compleet mislukte participatieproces’. Iets dat de beide verantwoordelijke wethouders overleefden. Uiteindelijk werd het plan voor de megaschool op de plek van de kinderboerderij toch afgeschoten. Het zou financieel en juridisch onhaalbaar zijn. De gemeente en de scholen kwamen met lege handen te staan, zij moesten opnieuw verder zoeken naar een alternatief.

Wat willen de gemeenten en de schoolbesturen nu?

De schoolbesturen van Stichting Christelijk Onderwijs Delft, de Laurentius Stichting en Stichting Librijn hebben de voorkeur uitgesproken voor twee nieuwe schoolgebouwen op twee bestaande locaties. Een gebouw met daarin twee scholen aan de Bikolaan en een gebouw met één school aan de Lepelaarstraat in Tanthof. In Tanthof-Oost komt er één school, puur omdat dat deel van de wijk meer vergrijst volgens de gemeente.
De plannen voor de gebouwen moeten nog worden vormgegeven, daar wil de gemeente de bewoners nu wél actief bij betrekken. Ook worden de leerlingen én de ouders uitgenodigd om mee te denken over de nieuwe scholen. In oktober moet een ruimtelijk plan klaar liggen. Uiteindelijk willen de gemeente en de schoolbesturen dat er in 2024 gestart wordt met de bouw van de scholen.

Wat betekent het voor de bewoners en leerlingen?

2024 klinkt nog ver weg. Maar bewoners, leerlingen en andere belanghebbenden moeten van te voren stevig betrokken worden bij de uiteindelijke uitwerking van de plannen voor de nieuwe school. Omwonenden kunnen rekenen op inspraak en de gemeente wil daar ook snel mee starten. Al in maart zoekt de gemeente de bewoners op om met hen en de scholen vorm te geven aan een ontwerp. Dat moet in september klaar zijn, daarna gaat de architect zich erover buigen en zal er een definitief plan moeten komen.
De kinderboerderij blijft in ieder geval en kinderen hoeven met de nieuwe plannen mogelijk niet ver te reizen. De vraag vanuit de gemeenteraad is echter of er daadwerkelijk draagvlak is voor de plannen. Jip Enthoven, van studentenpartij STIP, wil ook dat het plan strak aangehouden wordt: 'Zodat we niet weer te lang wachten met het bouwen van de schoolgebouwen.'

Hoeveel moet het gaan kosten?

De plannen om de gebouwen te verbouwen moeten uiteindelijk 17,5 miljoen euro gaan kosten, waar dan de bouw van een gymzaal niet bij is meegerekend. Toch zullen de plannen waarschijnlijk meer gaan kosten, omdat aanvullende kosten voor duurzaam bouwen en het aanpassen aan het verkeer nog niet zijn berekend. Wat dat betreft waren er ook nog de nodige vragen voor de wethouder.
De vraag vanuit de raad is dan ook of deze plannen nu wel haalbaar zijn. ‘Is het realistisch om te denken dat een nieuwe wethouder moet terugkeren naar een nieuwe gemeenteraad voor aanvullende financiering?’, vraagt ChristenUnie-raadslid Joëlle Gooier zich daarom af. De PvdA én de VVD sloten zich daarbij aan.
De wethouder verzekert dat het gaat om een normbedrag dat altijd te klein is. Dat betekent dat het nog lang niet zeker is dat het financieel haalbaar blijkt. 'Dat komt doordat we vanuit het rijk hiervoor te weinig geld krijgen. Met name in de bouwkosten en de loonkosten is het een stuk duurder. Die extra uitgave die erbij komt, zullen we later met elkaar moeten beslissen hoe of wat. Dan moeten we het mogelijk uit onze eigen reserves betalen', sluit de wethouder af.