Meeste steun voor verplichte huisvesting arbeidsmigranten in Westland

Een wooncomplex voor arbeidsmigranten in Maasdijk.
Een wooncomplex voor arbeidsmigranten in Maasdijk. © ANP
DEN HAAG - Veel mensen in de regio willen niet dat hun gemeente wordt verplicht om arbeidsmigranten te vestigen, blijkt uit onderzoek van ProDemos in opdracht van Omroep West. Maar in het Westland wonen er een stuk minder tegenstanders in andere gemeenten.
3.224 inwoners van de regio hebben deelgenomen aan het onderzoek, waarvan 173 uit Westland. Als alle deelnemers de stelling 'mijn gemeente moet verplicht worden om voor arbeidsmigranten huisvesting te regelen' wordt voorgelegd, zegt in totaal 23 procent het hier (helemaal) mee eens te zijn. Onder Westlanders ligt dat percentage een stuk hoger, op 42 procent.
Andere gemeenten wijken niet significant af van het gemiddelde. In sommige gevallen is dit het gevolg van het aantal deelnemers en hun kenmerken (leeftijd, gender, opleidingsniveau). Daardoor zijn de deelnemers niet overal representatief voor hun gemeente. In het Westland is dat wel het geval.

Meer tegenstanders

Hoewel Westlanders de grootste voorstanders zijn van verplichte huisvesting, zijn in de gemeente wel meer tegenstanders te vinden: 44 procent is het (helemaal) oneens met de stelling, het regionale gemiddelde ligt op 57 procent. Inwoners van Westland zijn meer uitgesproken over de kwestie. 14 procent staat er neutraal in, tegenover 20 procent gemiddeld.
Westland heeft geen meningsverschil met de rest van de regio over huisvesting voor statushouders. Van alle deelnemers is 65 procent het (helemaal) eens met de stelling dat statushouders geen voorrang op een huis mogen krijgen. Hierbij worden geen noemenswaardige verschillen aangetroffen tussen gemeenten.

Gekibbel tussen Westland en Den Haag

De Westlandse mening over arbeidsmigranten is in ieder geval opvallend. In de Westlandse gemeenteraad sneuvelden afgelopen jaren veel huisvestingsplannen, waarbij 'klachten door omwonenden' of problemen met bestemmingsplannen vaak als reden werden opgevoerd.
Dit leidt nog weleens tot frustratie bij buurman Den Haag. Veel arbeidsmigranten werken in het Westland, maar wonen in de Hofstad. Een groot deel van de Haagse politieke partijen zegt dat dit leidt tot een hoger huizentekort en een aantasting van de leefbaarheid, met name in de stadsdelen Escamp en Laak. Westland zou met arbeidsmigranten wel de financiële lusten plukken, maar niet de lasten dragen. Toch lijken inwoners van Westland meer open te staan voor verplichte huisvesting dan bijvoorbeeld Hagenaren.

Opleidingsniveau

Wat ook opvalt is dat er in Westland geen verschil bestaat tussen de houding van praktisch en theoretisch opgeleiden, ten aanzien van huisvesting voor arbeidsmigranten. Over de gehele regio vindt 65 procent van de deelnemers met een praktische opleiding (basisonderwijs/vmbo/mbo) dat de gemeente geen woning voor arbeidsmigranten hoeft te regelen, tegenover 52 procent van de deelnemers met een theoretische opleiding (havo/vwo/hbo/universiteit). In het Westland zijn met name de praktisch opgeleiden positiever gestemd over een verplichting.
In de meningen over voorrang voor statushouders worden soortgelijke verschillen geobserveerd tussen opleidingsniveaus. Hier lijkt ook de leeftijd van deelnemers een rol te spelen. De mate waarin deelnemers vinden dat statushouders geen voorrang mogen krijgen stijgt met leeftijd. Waar 47 procent van de 17- tot en met 29-jarigen vindt dat statushouders geen voorrang op huisvesting mogen krijgen, vindt deze mening onder 70-plussers weerklank bij 70 procent.