Goed bewaard geheim: Zuid-Holland heeft een eigen volkslied, maar waarom kent niemand het?

© ANP
DEN HAAG - Grote kans dat ook jij het niet weet: Zuid-Holland heeft een eigen volkslied. Maar bijna niemand kent het. En de geschiedenis ervan is ook nog eens bijzonder wazig. Het is ooit ontstaan op het provinciehuis, maar zelfs daar weten ze er eigenlijk niks van, behalve dat het in 1999 nog eens opnieuw gearrangeerd is. Maar echt nieuw leven lijkt het daarmee ook niet te zijn ingeblazen. Een lastig te ontrafelen mysterie.
'Zuid-Holland met je weiden en ’t grazende vee, je molens, je duinen, je strand en je zee.' Zo klinken de eerste regels van het Zuid-Hollands volkslied. Geschreven in 1950 door twee provincieambtenaren. De tekst door L.C. Winkelman, de muziek is van een zekere H.G. Lukkien. Maar daar blijft het bij. Meerdere telefoontjes met het provinciehuis leveren niks op. Een woordvoerder kan niet zeggen hoe het lied ooit is ontstaan. Wel blijkt uit archieven dat na het schrijven is geprobeerd het lied op scholen in Zuid-Holland te verspreiden, maar dat is mislukt.
Irene Stengs heeft wel een idee over het ontstaan. Zij is als antropoloog verbonden aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en aan het Meertens Instituut, dat onderzoek doet naar taal en cultuur in Nederland. Volgens haar waren de jaren '50 een tijd waarin veel lokale en provinciale tradities werden ingezet voor het opkomend toerisme.

'Zuid-Holland op de kaart zetten'

'Er was meer welvaart, mensen gingen vaker op vakantie in hun eigen land. Daardoor begonnen de VVV's te ontstaan. Die gingen samen met lokale middenstandsorganisaties dingen organiseren voor toeristen en daarbij werd de lokale identiteit ingezet, een beetje folkloristisch. Zo zijn bijvoorbeeld ook de bloemencorso's ontstaan.'
De maatschappij veranderde in de jaren '50 enorm. Stengs: 'De zaterdag werd een vrije dag, er kwamen vakantiehuizen, caravans, dat kwam allemaal opzetten. Activiteiten als optochten en braderieën maken een dorp of regio aantrekkelijker, niet alleen voor de eigen inwoners maar ook voor de toeristen. En in die vibe hebben ambtenaren waarschijnlijk gedacht: wij gaan Zuid-Holland ook een beetje op de kaart zetten, op die manier.'

'Daar heb ik nog nooit van gehoord'

Ruim zeventig jaar later is het zeer de vraag of dat is gelukt. Want na een korte stilte wordt het ruimhartig toegegeven: het Zuid-Hollands volkslied is bij de Stichting Christelijk Onderwijs Haaglanden niet bekend. 'Ik vraag het even na bij mijn collega, zij belt u terug.' En dat doet ze. Maar ook Kristel Claassen van de stichting klinkt verbaasd. 'Nee, ik ken het niet. En ik heb het even nagevraagd, maar het komt echt niemand hier bekend voor.'
Volgens haar is er een kleine kans dat het op een van de ruim 30 basisscholen die de stichting heeft, wordt gezongen. Zal dat ooit veranderen? 'Nou, we hebben wel leernetwerken voor muziek, maar de scholen bepalen zelf wat ze zingen. Het is vooral goed om te kijken waarom het dan belangrijk zou zijn. Er zijn zoveel dingen die kinderen tegenwoordig moeten leren. Ik weet niet of er een meerwaarde zou zijn. Mensen voelen zich ook niet zozeer verbonden met de provincie.'

Kip-ei-verhaal

Het zou natuurlijk ook een kip-ei-verhaal kunnen zijn: dat mensen zich juist meer verbonden gaan voelen met de provincie wanneer ze als kind het Zuid-Hollands volkslied krijgen aangeleerd. En er zijn ook plekken waar dat nog gebeurt. Bijvoorbeeld in Berkenwoude, een prachtig boerendorp in Krimpenerwaard met ruim 1700 inwoners.
Bij de plaatselijke christelijke basisschool De Wegwijzer neemt directrice Thea van den Berg zelf enthousiast de telefoon op. Gevraagd naar het Zuid-Hollands volkslied weet ze meteen waarover het gaat. 'Natuurlijk, dat gaan we volgende week samen met een fanfare zingen op het schoolplein, tijdens de Koningsspelen. Met de leerlingen, maar ook met de ouders die er zijn. Dat doen we elk jaar.'

Goed je eigen geschiedenis te kennen

Het is voor haar volkomen logisch. 'Wij zijn een christelijke school en vinden het belangrijk de geschiedenis te kennen. Als je dat niet doet, ben je gedoemd de geschiedenis te herhalen. We moeten de lessen daaruit ter harte nemen, ook vanuit de Bijbelse geschiedenis. We kijken naar Gods hand daarin.'
Het verbaast haar dan ook dat haar collega's in Den Haag er nog nooit van hebben gehoord. 'Echt niet? Het tweede couplet gaat nota bene over hun stad. Het appelleert aan de geschiedenis.' En dat klopt. 'Zuid- Holland, je hoofdstad zo mooi en zo oud, je weids 's-Gravenhage, met Plein en Voorhout', zo begint het tweede couplet. En dan gaat het verder over de geschiedenis: 'Daar gingen de graven van Holland op jacht, daar zetelt Oranjes doorluchtig geslacht! Aan jou, o Zuid- Holland, historisch land, historisch land Aan jou, o Zuid- Holland, heb ik mijn hart verpand!'

Populair in de Biblebelt

'Het heeft ook echt te maken met trots zijn op Zuid-Holland', zegt Van den Berg. 'Het is belangrijk dat leerlingen het besef hebben in welke omgeving ze opgroeien. Bij aardrijkskunde beginnen we ook altijd met onze eigen landschappen en de polder, daar gaat dat lied ook over.'
Volgens de directrice zijn zij niet de enige school waar het lied wordt gezongen. 'Nee hoor, in Bergambacht doen ze het bijvoorbeeld ook.' Cultureel antropoloog Stengs heeft daar wel een verklaring voor. 'In de identiteit van de Biblebelt, waar Krimpenerwaard onder valt, is een groot gevoel voor Koningsgezindheid. Daar leren ze ook het Wilhelmus nog op school en daar hoort zo’n provinciaal volkslied dan ook een beetje bij.'
© ANP
Je zou denken dat ze het op de reformatorische Eben-Haëzerschool in Den Haag dan ook wel kennen, dat volkslied. Directeur Stephan van der Kolk kent het inderdaad. Maar daar blijft het bij. 'Misschien dat we het de leerlingen een keer laten horen, maar we leren het de kinderen niet aan.' Daar is ook nooit discussie over geweest. 'We hebben het nog nooit overwogen', zegt Van der Kolk. 'Maar we leren de kinderen wel dat elke provincie vlaggen heeft, wat een provinciehuis is en wat de hoofdsteden van de provincie zijn.'
Maar een echte Zuid-Hollandse identiteit, die kent hij niet. 'Waar worden de kinderen ermee geconfronteerd dat ze Zuid-Hollander zijn? Ja, langs de snelweg door het bordje bij de provinciegrens. Verder niet.' Volgens hem is het wel goed de geschiedenis van de provincie te kennen, maar is zo’n lied verder onbelangrijk.

Misschien voortaan wel aanleren?

'Het Wilhelmus leren we wel aan. We zijn een christelijke school, dus niet alleen het eerste couplet, maar ook de nummers zes en veertien.' Op de achtergrond klinkt wat geratel op een toetsenbord. 'Ik heb het even opgezocht', lacht de schooldirecteur. 'Kijk, ik heb het hier. Met een plaatje van Willem van Oranje erbij en een Nederlandse vlag. Natuurlijk met oranje wimpel.'
Maar komt dat Zuid-Hollandse volkslied nou ooit op het lesprogramma bij de school aan de Paulus Buijsstraat op Scheveningen? Het blijft ook hier even stil. 'Ik weet het eigenlijk niet. Maar het is wel een leuke eyeopener. Echt een leuke vraag, wie weet hebben jullie nu wel iets in beweging gezet.'

Provinciebaas kan het zelf ook niet zingen

Niet alleen op scholen, maar ook in de hoogste kringen is het lied niet heel erg bekend. Commissaris van de Koning in Zuid-Holland Jaap Smit geeft ruiterlijk toe dat hij het lied ook niet spontaan uit volle borst kan zingen. 'Ik ken de tekst een beetje, maar de melodie moet ik weer even ophalen. Het is niet een lied dat mij voor op de tong ligt, nee.'
Hoe dat komt, weet Smit niet. 'Tja, in andere provincies kennen ze hun volkslied ook niet altijd. En in Zuid-Holland is de binding met de steden en gebieden sterker dan die met de provincie in zijn totaliteit.' Volgens Smit zijn er 'belangrijker dingen', maar zou het 'helemaal niet gek zijn als meer mensen het zouden kennen'.

Trots op Zuid-Holland

Het is een mooi lied, zegt hij. 'Het werd ook gezongen bij mijn installatie en bij die van de Staten. Het bezingt de schoonheid en diversiteit van deze mooie en bijzondere provincie. Ik ben er ook wel trots op Zuid-Hollander te zijn. Je vindt hier, zoals de tekst zegt, ook echt een hoop. Molens, duinen, strand, zee, plassen, meren, akkers, bloembollenvelden. Dit lied kan je er wel bij helpen te beseffen dat je woont in een bijzondere en belangrijke provincie.'
Maar het verplicht opnemen in het lesprogramma, dat ziet de commissaris niet zitten. 'Nee hoor, van mij hoeven scholieren heus niet elke dag te beginnen met het staand zingen van het Zuid-Hollands volkslied.'

Heb je nu zelf zin om te zingen?

Mocht je dit weekend eens lekker willen oefenen, dan vind je hier de karaoke-versie van het Zuid-Hollands volkslied.