Alphenaar vermoordde nietsvermoedende zakenpartner: 17 jaar cel

Rik B. tijdens een eerdere zitting | Tekening: Theresa Hartgers
Rik B. tijdens een eerdere zitting | Tekening: Theresa Hartgers
ALPHEN AAN DEN RIJN - Rik. B. heeft zijn zakenpartner Aldrik Frik vermoord. Dat blijkt uit de uitspraak van het Haagse gerechtshof in het hoger beroep. Volgens de rechters was er wel degelijk sprake van het vooropgezet plan om zijn zakenpartner om het leven te brengen. De straf valt voor B. dan ook twee jaar hoger uit dan in eerste aanleg. De 62-jarige Alphenaar moet nu zeventien jaar de gevangenis in.
De beide mannen hadden samen een vertaalbureau in Alphen aan den Rijn. Frik liep op 3 augustus 2018 met een kop koffie in zijn hand de trap op toen hij van achteren werd aangevallen. Hij werd twaalf keer met een bijl en een onkruidwieder op zijn hoofd geslagen. Ook werd hij nog gewurgd met een stuk touw.
Het gerechtshof ziet in het gebruik van drie verschillende moordwapens bewijs dat B. een plan had gemaakt om zijn zakenpartner te vermoorden. Daarnaast had de man tijdens het verzamelen van de drie moordwapens ook de tijd om zich te bedenken. Omdat hij dit niet gedaan heeft, vindt het gerechtshof moord bewezen.

'Niet terecht dat ik in gevangenis zit'

De uitspraak is opvallend, omdat het Openbaar Ministerie twee weken geleden tijdens de behandeling van het hoger beroep moord niet bewezen achtte. Het OM eiste daarom een gevangenisstraf van vijftien jaar, dezelfde straf als B. in eerste instantie kreeg opgelegd. De Alphenaar ging tegen deze straf in hoger beroep omdat hij volhoudt onschuldig te zijn. 'Het is niet terecht dat ik in de gevangenis zit', zei hij twee weken geleden.
De advocaat van de verdachte vroeg om vrijspraak. B. zou volgens de advocaat pas rond kwart voor acht van huis naar zijn werk zijn vertrokken en juist niet in het kantoorpand aanwezig zijn geweest toen Frik werd aangevallen. Ook was er geen DNA van de verdachte aangetroffen op de bijl of op de onkruidwieder. Maar onder meer uit camerabeelden en telefoongegevens blijkt volgens het hof dat de verdachte wel degelijk aanwezig was in of bij het bedrijf ten tijde van de dood van het slachtoffer. Ook wist B. volgens het hof geen overtuigende verklaring te geven voor de bloedspetters en spierweefsel van het slachtoffer dat op de kleding van de verdachte werd aangetroffen. Daarom gaat het hof er vanuit dat Rik B. de dader is.

Onwenselijk lange duur van proces

'Wat de aanleiding ook is geweest, de verdachte is als hem dat uitkomt kennelijk in staat gruwelijk geweld te gebruiken', motiveerde het gerechtshof de straf. Eigenlijk had het hof zelfs 18 jaar cel willen opleggen, maar werd er in de strafmaat rekening gehouden met de onwenselijk lange duur van het proces. Verder moet de veroordeelde ruim drieënhalve ton aan zakelijke schadevergoeding, smartengeld, begrafenis- en andere kosten betalen aan de nabestaanden.