Nog geen zicht op nieuwe Haagse coalitie

Het stadhuis van Den Haag
Het stadhuis van Den Haag © ANP
DEN HAAG - Ruim een maand na de gemeenteraadverkiezingen is in Den Haag nog geen zicht op een nieuw stadsbestuur. De gesprekken die verkenners Annelien Bredenoord en Joost Sneller in opdracht van D66 afgelopen week hebben gevoerd, hebben niet geleid tot een voorkeurscoalitie. Wel is er volgens de verkenners overeenstemming over een aantal onderwerpen die de partijen van groot belang vinden om in de komende vier jaar mee aan de slag te gaan. Volgende week gaan de gesprekken verder.
Vorige week werden D66-fractievoorzitter in de Eerste Kamer Bredenoord en D66-Tweede Kamerlid Sneller aangesteld als informateur. Dit nadat een eerdere poging van Hart voor Den Haag, de grootste partij in de stad, om een coalitie te vormen mislukte. Vanwege het langslepende corruptieonderzoek zijn er te veel partijen die niet samen met de partij van Richard de Mos in een college willen zitten. Daarom is het nu de beurt aan D66, de tweede partij van Den Haag, om het voortouw te nemen in de formatie.
In een tussenbericht aan de gemeenteraad schrijven de verkenners dat zij alle partijen, op één na, hebben gesproken. Alleen Hart voor Den Haag is niet langs geweest. 'De gesprekken hebben nog niet geresulteerd in een voorstel voor een coalitie die door een meerderheid gedragen wordt, zoals de opdracht luidt', schrijven de verkenners.

Inhoudelijke gesprekken

Wel hebben de verkenners een 'breed gedeeld gevoel van urgentie' gezien om tot inhoudelijke gesprekken te komen. 'Tijdens de gesprekken is ook, voortbouwend op het nuttige voorwerk van de vorige verkenners, geconstateerd dat een grote mate van overeenstemming bestaat over de opgaven voor Den Haag', aldus de verkenners.
Die opgaven zijn de lage opkomst bij de verkiezingen, leefbare, schone en veilige wijken, duurzaamheid en een betaalbare energietransitie, bestaanszekerheid en kansengelijkheid, betaalbaar wonen, investeren in gezonde verhoudingen tussen de leden van de gemeenteraad en met het college, het continue blijven werken aan een integer en betrouwbaar stadsbestuur en gezonde gemeentelijke financiën.

Varianten

De gesprekken gaan de komende dagen verder. 'Het voornemen is om begin volgende week gesprekken te voeren met clusters van partijen om een aantal varianten nader te onderzoeken.'
Hart voor Den Haag greep deze week de affaire rond het grensoverschrijdend gedrag van D66'er Frans van Drimmelen aan om voorwaarden te stellen aan een gesprek met de verkenners. De landelijke D66-partijtop zou een geheim rapport hierover hebben achtergehouden. 'Signalen van seksuele intimidatie, machtsmisbruik en een doofpotcultuur bij de partij die nu het voortouw heeft bij de vorming van een nieuw stadsbestuur, moeten we zeer serieus nemen', stelt Richard de Mos. 'Daarom willen wij volledige inzage in het MeToo-rapport. Ondanks het arrogante uitsluiten van onze partij door D66-wethouder Van Asten zijn wij bereid om te praten, maar dan moet eerst dat achtergehouden MeToo-rapport boven tafel.'

Brief aan D66

Ondertussen hebben zeven leden van de fractie van Hart voor Den Haag een brief aan D66-leider Robert van Asten en en het landelijk bestuur van D66 geschreven. Zij wijzen erop dat het Openbaar Ministerie de voormalig wethouders Richard de Mos en Rachid Guernaoui verdenkt, maar dat hiermee niet de hele partij kan worden afgeschreven door D66. De zeven raadsleden van Hart voor Den Haag verwijten D66 'uitsluitingspolitiek' te bedrijven. In de brief - geschreven door Constant Martini - wijzen de fractieleden erop dat zij niet worden verdacht door het Openbaar Ministerie. 'De hele fractie is onschuldig. Ze zijn allen gekozen en hebben een democratisch mandaat', aldus de brief.
De leden zeggen daarom ook niet te snappen waarom de 'hele fractie schuldig wordt bevonden'. De brief: 'U weet dat collectieve schuld in de beschaafde wereld niet bestaat. De katholieke kerk heeft het na tweeduizend jaar uit zijn leerstellingen verwijderd. Ook in de moderne rechtspraak wordt het toepassen van het principe van collectieve schuld, zeker na de Tweede Wereld Oorlog, veroordeeld als een abjecte interpretatie van het recht op individuele integriteit en burgerschap. Kortom, met collectief schuldig verklaren van een groep doe je mensen schade en groot onrecht aan.'