Van insecten tot circusdieren: John zette al duizenden dode dieren op

John Gerritzen in lang vervlogen tijden met een opgezette koningskrab
John Gerritzen in lang vervlogen tijden met een opgezette koningskrab © Privécollectie John Gerritzen
DEN HAAG - Vogels, zoogdieren, reptielen, krabben, kreeften… Er zijn weinig diersoorten die John Gerritzen niet in zijn handen heeft gehad. Dood, welteverstaan. Dat klinkt misschien macaber, maar het schenkt de Hagenaar al 55 jaar veel voldoening. 'Van iets lelijks weer iets moois maken, dat is toch geweldig?' In al die tijd maakte hij heel wat mee. Van huilende hondenbaasjes tot rottende walvissen.
Al meteen wanneer je de bovenwoning van Gerritzen in de Haagse Weimarstraat binnenkomt is het duidelijk: hier woont iemand die iets met dieren heeft. In de gang hangt een grote, geel-blauwe ara aan het plafond. Aan de muur posters van dierentuinen uit lang vervlogen tijden, zoals die van Wassenaar.
Ook in de woonkamer kun je er niet omheen. Er staan tientallen opgezette dieren. Een fikse roofvogel aan de muur, een aantal wat bescheidener soortgenoten op een stokje, maar ook een opgezette krab op het dressoir.

Van insecten tot circusdieren

'Ik ben ermee begonnen op mijn elfde. Eerst met insecten. Mijn ouders hadden een stuk grond midden in de bossen van Brabant. Daar gingen we elk weekend heen. Echt een eldorado, met al die beestjes.'
Het blijft dus niet bij kleine insecten. 'Later kreeg ik dode dieren, van dierenwinkels. Er werden allerlei exoten geïmporteerd vroeger. Ze verkochten er alles wat je wilde. Je kon er zelfs een olifant bestellen, of een aap.' Alles was mogelijk. 'Grote katten, jonkies van dieren uit circussen, die werden gewoon opgekocht en verhandeld. Als die dan overleden, kreeg ik ze.'
Een opgezet doodshoofdaapje
Een opgezet doodshoofdaapje © Privécollectie John Gerritzen

'Gewoon uit een boekje'

Gerritzen heeft zichzelf het vak geleerd. 'Heel simpel, uit een boekje. Daarin stond precies wat je moest doen. Gewoon… boekje erbij, beest ernaast en aan de slag. Al doende leer je.' Op zijn vijftiende belandde hij bij het Museum voor het Onderwijs in de Hemsterhuisstraat, nu het Museon. Eerst bij de receptie, maar later als preparateur van dieren. 'Ik heb echt van mijn hobby mijn werk gemaakt.'
Maar wat is er dan zo leuk aan? 'Dat je van een dood beest dat er vaak niet uitziet, iets moois kunt maken. Je bouwt echt iets op. Bijvoorbeeld een enorme buizerd die op de snelweg belandde. Die lag in tweeën. Of vogels die dwars door een ruit vliegen tijdens de vogeltrek. Ze zien de weerspiegeling van een boom in het glas en denken dat ze erdoor kunnen vliegen. Dat gaat mis en dan zet ik ze op.'

Snavels schilderen

Wat er dan gebeurt, lijkt ergens wel op een bezoekje aan de kapper. Alleen is watergolven vervangen door iets anders. 'Naaien, wassen, föhnen', somt hij op. 'Alles wat vlees is gaat eruit en wordt weer teruggebracht met kunststof, houtwol, watten en ijzerdraad. En de ogen zijn van glas.'
Het kost hem gemiddeld twee hele werkdagen om een dier op te zetten. Daarna moet het nog worden afgewerkt. 'Bijvoorbeeld de poten en de snavels schilderen, anders verkleuren ze.' Na een paar weken drogen zijn de dieren dan klaar.
Een havik met een koperwiek als prooi, opgezet door Gerritzen
Een havik met een koperwiek als prooi, opgezet door Gerritzen © Privécollectie John Gerritzen

Smerig klusje

Voor sommigen klinkt het misschien als een smerig klusje. Niet voor Gerritzen. 'Ik ben het gewend. Een chirurg die in mensen staat te snijden ziet ook een hart kloppen met veel bloed. En een slager staat ook zijn vlees te snijden.'
Hij lijkt sowieso meer op te hebben met dode dieren dan met levende exemplaren. 'We hebben ze vroeger wel gehad. Een parkiet, een cavia, toen mijn zoon nog klein was. Nee, die dieren heb ik niet opgezet toen ze overleden.' Toch laten baasjes dat soms wel doen.

'Vol in tranen'

'Ik heb veel katten en honden opgezet, maar ook hamsters en konijnen. Je bent dan toch een soort begrafenisondernemer. Mensen hebben hun huisdier vaak heel lang gehad, soms wel twintig jaar. Dan staan ze hier te huilen, vol in tranen. Dat is heel treurig. En het is twee keer: bij het brengen én bij het ophalen.'
'Soms willen ze hier ook niet kijken, maar wachten ze tot ze thuis zijn. Dan kijken ze met de hele familie. Het is toch een manier om zo'n dier voor altijd bij je te houden. Goed opgezet gaan ze wel honderd jaar mee.'

Potvissen

Huisdieren opzetten, dat doet hij nu niet meer. 'Nee, vanwege corona. Omdat mensen dieren aaien en dan kun je het overdragen. Dat is oppassen geblazen. Nu met de vogelgriep doe ik ook geen watervogels.'
In al die jaren zag hij van alles voorbijkomen. De drie potvissen die in 1995 op het strand van Scheveningen strandden waren voor hem toch wel een hoogtepunt. 'Toen heb ik meegeholpen. Samen met anderen hebben we alle ribben eruit gehaald.' Dan trekt Gerritzen een vies gezicht.

Kokhalzen op een feestje

'Dat stonk echt enorm. De eerste tien minuten sta je flink te kokhalzen. Maar daarna is het een feestje. We zijn met een hele grote groep nog een dag of vier, vijf bezig geweest. Wat een enorme hoop vlees kwam daaruit.'
Gerritzen is nu 66, 'maar zolang ik wil en kan ga ik door, ik heb er nog steeds veel lol in. Het is creatief en je doet er ook een hoop mensen een plezier mee.'
Ook deze snoek ontkwam niet aan de vaardige handen van Gerritzen
Ook deze snoek ontkwam niet aan de vaardige handen van Gerritzen © Privécollectie John Gerritzen

Nog één droom

Duizenden opgezette dieren verder heeft de Hagenaar nog wel een droom. Daar hoeft hij niet lang over na te denken, als we het hem vragen.
'Een reuzenpanda. Want die is onbereikbaar.' Het is dus net als in de liefde, wat je niet kunt krijgen is het leukst? 'Dat klopt. Maar als je het eenmaal in je handen hebt gehad, dan is het voorbij. Het bezit van de zaak, is het einde van het vermaak, ja.'