Hoe de Joodse gemeenschap het leven oppakte na de oorlog: 'Ze zijn je vergeten te vergassen'

© Beeld uit documentaire 'Door de lens van Mau Schaap'
DEN HAAG - Het leven weer oppakken na alle gruwelijkheden van de oorlog en bovendien nauwelijks meer iets bezitten. Voor de Joodse gemeenschap in Den Haag betekende het einde van de Tweede Wereldoorlog niet alleen een tijd van blij zijn dat je nog leeft, maar ook een tijd van keihard werken en je plekje in de maatschappij terugverdienen. 'Er waren mensen die zeiden: ze zijn je vergeten te vergassen.'
Van de 17.000 Joden die voor 1940 woonachtig waren in Den Haag, keerden er slechts 2000 terug na de Tweede Wereldoorlog. Bij vrijwel iedere familie ontbraken er mensen. De moskee aan de Wagenstraat in Den Haag was ooit een synagoge en dat was de plek waar het na de oorlog voor het eerst duidelijk werd hoe groot het verlies eigenlijk was.
In de documentaire 'Door de lens van Mau Schaap' krijgen we dankzij de historische beelden van filmmaker Mau Schaap een uniek kijkje in de Joodse gemeenschap in Den Haag tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. De beelden werden onlangs ontdekt door zijn zoon Eli, die sinds de jaren '70 in New York woont. Haagse, Joodse kinderen van toen kijken voor het eerst naar deze beelden en vertellen aan de hand daarvan over de trauma's en de moeilijkheden van de eerste jaren na de oorlog. Maar ze vertellen ook over hoop en veerkracht en hoe ze samen hun leven en gemeenschap in Den Haag weer wisten op te bouwen. De documentaire zie je zaterdag om 17.00 uur op TV West en is gemaakt door Arbel Eshet in opdracht van Stichting Joods Erfgoed Den Haag.
'Iedereen kwam in die synagoge voor het eerst weer bij elkaar. Mensen vroegen aan elkaar wie er was teruggekomen van hun families', vertelt Menno van der Reis van de Stichting Joods Erfgoed Den Haag. 'Iedereen stond te huilen, te janken, want iedereen miste een hoop mensen. Dat heb ik van mijn vader gehoord, die heeft die avond meegemaakt. Het was een heel naargeestige avond. Mensen zeiden: ach, ben jij er nog. Alleen die woorden al zeggen genoeg.'

Huis niet terug

De overlevenden kregen bijna allemaal met dezelfde problemen te maken. Ze hadden geen geld, geen bezit en kwamen terug op plekken waar niks meer was. Bovendien was bij velen ook de hele familie nog vermoord.
Eén van de kinderen van toen is Hanneke. Haar vader werd tijdens de oorlog vermoord en na een zwerftocht langs elf onderduikadressen keerde ze uiteindelijk terug in Den Haag. 'We kwamen terug in de stad, dus ik ging met mijn moeder naar de gemeente. Mijn moeder zegt daar dat ze haar woning in de Citroenstraat terug wil', herinnert Hanneke zich. 'Het spijt ons mevrouw, daar wonen nu andere mensen. U moet maar een ander adres zoeken, was de boodschap van de gemeente Den Haag.'

'Jammer dat je bent teruggekomen'

Het is een probleem waar veel Joodse families mee te maken hadden. Zo ook de vader van Jacqueline, ook één van de kinderen van toen. Hij had voor de oorlog samen met zijn vader een fotowinkel aan de Zoutmanstraat. 'Mijn vader heeft geprobeerd de winkel na de oorlog terug te krijgen', vertelt Jacqueline. 'Er zat nu een schietwinkel in en Den Haag wilde hem de winkel niet teruggeven, want die schietwinkel was belangrijker dan een fotozaak van iemand van wie ze niet hadden gerekend dat hij nog terug zou komen.'
Kind van toen Lous deelt een bittere herinnering van haar moeder, die de spullen van haar ouders na de oorlog niet terugkreeg van 'zogenaamde vrienden van haar ouders'. Ook vertelt ze hoe de Joodse gemeenschap na de oorlog gebrand was om weer iets moois van het leven te maken.
Joods kind Lous vertelt over de jaren na de Tweede Wereldoorlog
Dat veel Hagenaars niet hadden gerekend op de terugkeer van Joodse stadsgenoten, werd pijnlijk duidelijk. 'Er waren mensen die zeiden: oh wat jammer dat je teruggekomen bent, of: ze zijn je vergeten te vergassen', zegt Van der Reis. 'Dat werd gewoon gezegd tegen die mensen. Dat is toch onvoorstelbaar.'

Draad van het leven oppakken

Toch deden veel Joodse Hagenaars hun best om de draad van het leven na de oorlog weer op te pakken. 'De Joodse gemeenschap was natuurlijk gedecimeerd. Het was de schouders eronder en verder gaan maar wel met een ongelofelijk litteken van al die mensen die er niet meer waren', vertelt historicus Corien Glaudemans.
'De algemene lijn was dat je niet moest zeuren en dat je moest helpen om Nederland en Den Haag weer op te bouwen', aldus Hanneke. 'Er was veel verdriet natuurlijk, maar er was wel een positieve instelling om er weer wat van te maken.'
Elk jaar vertelt Het Nationale Theater op 4 mei de verhalen uit de oorlog in 'De laatste Getuigen'. Na eerdere edities over onder meer de Atlantikwall, het Oranjehotel en kind zijn in de oorlog, worden nu de verhalen verteld van de Joodse gemeenschap in Den Haag tijdens en na de oorlog. Deze editie hier te zien.