Gerda (64) en Willem (72) moeten voorkomen na ruzie met de buren: 'Wil je een klap op je smoel?'

Schrijvers van de rubriek Bij de Politierechter
Schrijvers van de rubriek Bij de Politierechter © Theresa Hartgers
ALPHEN AAN DEN RIJN - De 64-jarige Gerda moet samen met haar man Willem (72) in de rechtszaal verschijnen voor meerdere strafbare feiten. De twee worden verdacht van mishandeling, spugen en er zouden mensen zijn bedreigd met een wandelstok. Een uit de hand gelopen burenruzie blijkt de oorzaak. Ook tijdens de zitting lopen de gemoederen hoog op.
Dit is een verhaal uit onze serie Bij de Politierechter.
Gerda (64) en Willem (72) hadden niet de beste relatie met hun buren in Alphen aan den Rijn. Inmiddels zijn de twee verhuisd. Maar ze moeten nog wel voorkomen voor incidenten die vorig jaar plaatsvonden.
De man en zijn vrouw gaan samen de zaal binnen. Willem draagt een ringetje in zijn oor, en heeft een T-shirt en korte spijkerbroek aan. Op zijn handen en armen is een aantal tatoeages te zien. De vrouw, met haar bruine haar in een paardenstaart en bril op, neemt in haar rolstoel naast hem plaats.

Dreigen met wandelstok

Gerda wordt van vier strafbare feiten verdacht: vorig jaar zou ze in juli een vrouw hebben mishandeld door haar in haar gezicht te slaan, een paar maanden daarvoor zou ze ook een agent hebben geslagen. Een andere agent zou door Gerda zijn bedreigd door 'dreigend met een metalen wandelstok naar hem te wijzen' en te zeggen: 'wil je een klap op je smoel?'. Daarnaast zou ze nog een man hebben bespuugd, dus opzettelijk hebben beledigd.
Willem wordt verdacht van het vernielen van een deurbel en het bedreigen van een man. De man die werd bedreigd en de vrouw die werd mishandeld blijken de voormalige buren te zijn van het echtpaar.

'Zij is begonnen'

Nu wonen ze 'lekker rustig', zegt Gerda als de rechter naar hun huidige woonsituatie vraagt. Daarvoor woonden ze meer dan twintig jaar op een ander adres. 'Het is tot een aantal jaar geleden hartstikke goed gegaan, we hadden er met veel plezier gewoond. Zij is begonnen met ruzie maken', zegt Gerda, waarmee ze de buurvrouw bedoelt. De rechter kijkt de twee aan. 'Het is een dik dossier, ik heb de filmpjes die zijn opgenomen ook gezien. Ik ga eerst beginnen met mevrouw.'
De rechter vraagt naar de klap in het gezicht. 'Een vieze, vuile leugen', reageert Gerda boos. De sfeer slaat al snel om. 'Dus u ontkent? Zij zegt wel dat het is gebeurd en dat zij u twee keer heeft terug gestompt.' Een getuige heeft dit blijkbaar ook gezien. 'Klopt het wel dat u twee slagen kreeg?' Ja, dat wel, aldus Gerda. 'En ze heeft me nog gekrabbeld.'

'Donderden me zo op de grond'

Dat ze een politieagent heeft geslagen, ontkent Gerda niet. 'Ja. Ze kwamen met zijn zevenen bij mij thuis. Eén man klopte eerst op de deur en vroeg of hij naar binnen mocht om te praten. Van uitpraten ben ik altijd. Maar ze donderden me zo op de grond, ik was net aan mijn linkerborst geopereerd.' Haar man probeert erdoorheen te praten. 'Even stil, ik ben nu even met uw vrouw in gesprek', aldus de rechter. 'We worden zomaar opgepakt, in de boeien geslagen en meegenomen. Ik werd van links naar rechts gesodemieterd', gaat Gerda boos verder.
'De politieagent wil een schadevergoeding', zegt de rechter. Gerda lacht. 'Ammehoela. Hij krijgt geen donder. Als er wordt gezegd dat ik moet betalen, dan doe ik het toch niet', briest ze. Dat ze een andere agent nog heeft bedreigd die dag is volgens Gerda wel 'een vieze leugen'. 'Ze denken geld uit mijn laatje te trekken, maar dat lukt niet hoor. Echt niet', gaat Gerda boos verder. Ze blijft de bedreiging ontkennen.

Vernielen van deurbel

Dan komt de rechter nog bij de aanvaring met de man: die zou ze hebben bespuugd. 'Ja, dat heb ik wel gedaan. Omdat het een vieze, vuile klootzak is', scheldt Gerda weer luidruchtig. 'Maar spugen is ook vies he?', reageert de rechter. 'Ja, maar toen heeft hij mij in mijn maag geschopt en tegen mijn hoofd geraakt.' De rechter knikt. 'Ja, ik lees in het dossier dat u toen op de grond bent beland. Maar hij is degene die aangifte heeft gedaan.'
Willem heeft moeite om zich niet met het verhaal van zijn vrouw te bemoeien, maar is dan zelf aan de beurt. Nadat de man zijn vrouw aanviel, vernielde hij de deurbel. 'Omdat ik kwaad was op hem, omdat hij mijn vrouw sloeg en schopte en ze op de grond lag.' 'Heeft u hem ook bedreigd met een wandelstok?' Willem fel: 'Nee, daar heb je die gekkigheid weer van die gozer.' De gemoederen lopen flink op bij het echtpaar. De rechter vraagt nog hoe het nu gaat. Met de gezondheid van mevrouw niet al te best, zegt ze. Vorig jaar zat ze nog niet in een rolstoel.

Schuldig voor alle vier de feiten

De officier van justitie is er over uit. Hij vindt Willem schuldig bewezen voor de vernieling en bedreiging. Gerda wordt voor alle vier de feiten schuldig bevonden. Over het geweld tegen de politie zegt hij nog: 'Het is volstrekt onacceptabel hoe u zich tegen de politie gedraagt. Van de politie blijft u af.' Gerda roept er iets doorheen, waarna de rechter weer vraagt om stilte. De officier van justitie gaat verder: 'Ik kan zeggen dat ik hier nijdig van word. En ik vraag dan ook de vordering van de agent toe te wijzen. Als u niet betaalt, staat daar gijzeling tegenover. De houding van u richting de politie accepteer ik niet.'
De twee mompelen iets. 'Als ik de beelden zie: ik schaam me de ogen uit de kop als ik zie hoe u zich beiden gedraagt. Het is kinderachtig gedrag', zegt hij nog. Gerda lacht even. De officier van justitie eist geldboetes. Gerda roept er weer doorheen. 'Mens, houd toch eens je mond', zegt haar man. De officier van justitie probeert weer verder te gaan. Voor beiden eist hij een geldboete van 250 euro en 500 euro voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. En de schadevergoeding moet worden betaald.

Een onzalig plan

Hun advocaat meent onder meer nog dat het politieoptreden een 'onzalig plan was, omdat de twee een voorzichtige benadering vereisten'. En dat de buren het echtpaar ook continu uitlokten. Voor een aantal feiten vraagt hij vrijspraak. 'Mevrouw zegt ook dat ze de schadevergoeding niet gaat betalen, ik zie voor me dat ze dit ver op de spits zal drijven, dus ik verzoek dit daarom niet-ontvankelijk te verklaren.' 'Ik zit me te verbijten', reageert de officier van justitie. 'Drijf het maar op de spits, dan laat justitie ook een sterke arm zien.'
De rechter vraagt om een laatste woord van het echtpaar. 'Ik vind het een heel vies, groot rotzooitje. Vooral de politie. Die kunnen van mij aan het gas', begint ze haar scheldtirade. 'Dat kan u niet zeggen', zegt de rechter. Als Willem even aan het woord is, gaat de rolstoel van Gerda opeens naar achteren. Met ferme kracht rolt ze richting de uitgang. 'Mevrouw?', vraagt de rechter even verbaasd, terwijl iedereen kijkt hoe ze probeert weg te komen. Gerda steekt nog een middelvinger op. 'Kom nou even', probeert Willem nog. 'Mevrouw mag naar buiten', zegt de rechter. 'Sloerie!', roept Gerda nog, waarna een agente de deur voor haar openhoudt en ze uit de rechtszaal verdwijnt.

Voorwaardelijke gevangenisstraf

De zitting wordt snel hervat. De rechter vindt Gerda ook schuldig bewezen voor alle vier de feiten. Ze spreekt Willem wel vrij van de bedreiging, want het 'bewijs is te mager'. 'Ik zie best dat u het zwaar heeft en dat u en uw vrouw niet alles is meegegeven om het in deze ingewikkelde samenleving goed te kunnen rooien. Tegelijkertijd is er heel veel hulp beschikbaar. Het is heel goed dat u bent verhuisd en dat het daar goed blijft gaan. Want ook u en zeker uw vrouw brengen zichzelf zo in de problemen.'
Gerda wordt veroordeeld tot één week voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaar. Ze legt Willem een voorwaardelijke taakstraf op van 20 uur, ook met een proeftijd van twee jaar. Ook moet de schadevergoeding van 200 euro aan de agent worden betaald. Willem staat wel rustig op en gaat naar zijn vrouw om haar het nieuws te vertellen.
Namen zijn gefingeerd in verband met de privacy.