Dutchbat-veteraan Anne Mulder blij met eerherstel: 'Maar het is wel laat'

De Haagse wethouder Anne Mulder. | Foto gemeente Den Haag/Martijn Beekman
De Haagse wethouder Anne Mulder. | Foto gemeente Den Haag/Martijn Beekman
DEN HAAG - Bijna dertig jaar na de gebeurtenissen in Srebrenica gaat het kabinet erkennen dat de Nederlandse Dutchbat-veteranen op een onmogelijke missie zijn gestuurd. Minister Ollongren, premier Rutte en commandant der Strijdkrachten Onno Eichelsheim spreken zaterdag honderden veteranen toe op de Oranjekazerne in Schaarsbergen. Dat eerherstel komt 'beter laat dan nooit, maar wel laat', zegt Haagse wethouder en Dutchbat-veteraan Anne Mulder (VVD).
'We hadden eigenlijk gehoopt dat de politiek dit 27 jaar geleden zou doen', zegt Mulder. De wethouder heeft gemengde gevoelens bij de erkenning van de situatie van waarin de Dutchbatters zaten, maar is desalniettemin blij dat het officiële eerherstel er komt. 'Ik ben er heel blij mee, maar het boek van Srebrenica gaat nooit dicht.'
Net als vele andere Dutchbatters voelde Mulder zich bij terugkomst nagekeken en in de steek gelaten door politiek Den Haag. 'Je doet een moeilijke taak en je wordt gezien als zondebok. De politiek stond niet achter ons bataljon en dat hielp niet.'

Bizarre orders

In 1995 deed Mulder als Nederlandse militair dienst op de VN-enclave Srebrenica tijdens de Bosnische Burgeroorlog. Toen Servische troepen op 11 juli 1995 de enclave binnenvielen, stonden de Nederlandse militairen machteloos om hen tegen te houden. Ruim 8000 Bosnische moslimmannen werden vermoord.
Mulder vertelt: 'We hadden de wapens, de opdracht en het mandaat niet om wat te doen. We mochten niet schieten, alleen om onszelf te verdedigen. Ik was erbij toen een majoor het voorstel deed om boven de hoofden van de Serviërs te mikken, in de hoop dat zij dachten dat we met scherp schoten en terug zouden schieten, omdat we dan wel gericht mochten schieten. Dat zijn toch bizarre orders?'