Bloembollenteler: niks bouwen, wij gaan deze grond never nooit opgeven

NOORDWIJKERHOUT - Een aantal bloembollentelers in de Bollenstreek maakt zich grote zorgen. Volgens hen vallen percelen in hun streek ten prooi aan - zoals ze het zelf noemen - regieloze bouwplannen. Raadsleden zonder kennis van de agrarische sector azen volgens de telers op grond om huizen op te bouwen. En dat moet anders, zegt de Noordwijkerhoutse bollenkweker Simon Pennings. 'Wij gaan deze streek never nooit opgeven en er mag geen stukje meer vanaf.'
Bollenteler Pennings hoorde onlangs nieuwbakken raadslid Erica Renkema - bekend van tv-hit Chateau Meiland - zeggen dat er volop in de Bollenstreek gebouwd moet worden om aan de woningvraag te voldoen. 'Als zij dat gezegd heeft, zal ik haar op de vingers tikken', aldus haar fractieleider Morssink. De huidige bouwplannen in de Bollenstreek zijn volgens de fractievoorzitter van de Partij voor de Inwoners in de gemeente Noordwijk 'ruim voldoende' om aan de vraag te voldoen. 'De uitspraken van Renkema zijn niet het officiële standpunt van de Partij voor de Inwoners.'
De zorgen zijn volgens Alfons Morssink daarom niet nodig. Volgens de fractievoorzitter heeft de gemeente Noordwijk in 2006 afgesproken om minimaal 2.650 hectare aan bollenvelden open te houden. 'Dat staat nog steeds', zegt de politicus in radioprogramma West Wordt Wakker.

Commissaris van de Koning bijgepraat

Pennings ontving onlangs commissaris van de Koning Jaap Smit en vroeg hem in een emotioneel betoog om regie en steun. 'Het gaat over ons, praat met ons.'
Aan de koffietafel in zijn kantoor houdt Pennings namens de telers in de streek een betoog. 'Er wordt gebouwd op waardevolle bollengrond. Dat doet pijn. We maken ons enorm zorgen over de toekomst. Ik zie dat er geen regie is in de discussies over de Bollenstreek.' Volgens de bloembollenteler wordt er 'van alles geroepen in de raad', zonder dat iemand corrigeert dat het volbouwen van de Bollenstreek niet aan de orde is.

Begrip voor de zorgen

Jaap Smit is opgegroeid in de Bollenstreek en was als student bollenpeller. Hij heeft dan ook begrip voor de zorgen van Pennings. De bollenkweker wil weten of beleidsmakers en politici nog wel voldoende in de gaten hebben hoe belangrijk deze bedrijfstak is en hoe uniek de grond in de Bollenstreek is.
'Het is niet zo dramatisch dat de Bollenstreek verdwijnt op dit moment, maar we moeten er wel voor waken', zegt Smit. 'We kunnen wel het hele gebied volbouwen met huizen, maar ook dit is een hele belangrijke bedrijfstak. Met een product dat wereldwijd verkocht wordt. Dus ik snap de zorg wel.'

Geen reservaat, maar karakter behouden

Smit benadrukt dat het niet de bedoeling is een reservaat te maken van de Bollenstreek. Er mag best iets veranderen. 'Maar we moeten wel trouw blijven aan het karakter van deze streek', zegt hij.
Volgens Pennings weten telers zelf welke stukjes grond niet meer goed bruikbaar zijn voor de bollenteelt en waar er mogelijk wel gebouwd kan worden. Maar dan moet er, aldus Pennings, wel met hen worden gepraat en niet 'over hun hoofden heen' worden beslist. Hij ziet dat mensen met veel kennis vertrekken uit de sector, omdat ze in de Bollenstreek 'zijn verzand in oeverloze discussies die hen nergens brengen'. 'Ze zijn het gewoon zat.' Hij is bang dat steeds meer professionals het voor gezien houden.

'Praat met ons'

Het advies dat hij dan ook voor de raadsleden heeft: 'Verdiep je eens in waar je het over hebt. Ga op bezoek bij telers en praat met ons. Maak een masterplan. En houd op met die loze kreten, want dat brengt niemand wat.'