Onderzoekers: Begeleid donorkinderen en hun ouders beter

Foto ter illustratie
Foto ter illustratie © ANP
LEIDERDORP - Er moet veel meer aandacht komen voor de ondersteuning van donorkinderen en hun ouders. Dat zegt hoogleraar Didi Braat die met haar commissie de zaak onderzocht rond gynaecoloog Jos Beek. Beek verwekte tijdens vruchtbaarheidsbehandelingen in Leiderdorp minimaal 41 kinderen met zijn eigen zaad. De twijfels en de zoektocht bij de nazaten van Beek en hun ouders troffen de onderzoekscommissie. Braat doet een dringend beroep op de overheid, beroepsorganisaties, ziekenhuizen en behandelcentra.
Het is van belang om op landelijk niveau een centraal aanspreek- en verwijspunt te hebben voor ouders en kinderen met vragen over mogelijk donorschap van een arts/gynaecoloog, staat als aanbeveling in het rapport over de kwestie Jos Beet. 'Het is heel belangrijk dat als mensen ouder zijn van donorkinderen, dat ze dat hun kinderen vertellen', zegt Braat. 'Dat is ontzettend moeilijk, zeker als je je arts hebt moeten beloven dat je dat nooit zou doen.' Dat was het geval bij vrouwen die onder behandeling waren van Jos Beek.
'Ik denk dat het goed is dat nog duidelijker wordt gemaakt hoe belangrijk dat is. En mensen moeten ook weten waar ze terecht kunnen voor hulp.' In Nederland bestaat het Landelijk Informatiepunt Donorconceptie (LIDC) wat informatie kan geven en ouders en kinderen ook kan helpen en doorverwijzen. 'Maar het blijkt dat dat LIDC helemaal niet bekend is. Wij vinden dat dit punt bekender moet worden en dat de overheid, bijvoorbeeld met Postbus 51 spotjes, duidelijk maakt hoe belangrijk het is dat dit gebeurt.'
Didi Braat
Didi Braat © ANP

Lotgenotencontact

De onderzoekscommissie roept ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra ook op om niet te wachten tot mensen zicht melden, maar veel pro-actiever te zijn. 'Het is voor veel mensen een drempel om zich te melden en te vragen om hulp', staat in het rapport. Ouders hebben ook speciale aandacht nodig in zo'n traject. Volgens Braat hebben ze behoefte aan lotgenotencontact, zeker omdat ze jarenlang met een groot geheim hebben rondgelopen.
Ook zouden ziekenhuizen en behandelcentra waar in het verleden behandelingen met donorzaad plaatsvonden informatie moeten plaatsen op hun websites. Daarin moet dan een contactpersoon staan waar voormalige patiënten en hun kinderen met vragen terechtkunnen. Zelfs als er nog geen concrete zaak bekend is. Een groot aantal instanties heeft inmiddels gezamenlijk een standaardtekst opgesteld. Daaraan is onder meer meegewerkt door de Stichting Donorkind, Fiom, het ministerie van VWS en ook het Alrijne Ziekenhuis.

Donorkind in crisisteam

Nadat bekend werd dat gynaecoloog Jos Beek zijn eigen zaad gebruikte bij vruchtbaarheidsbehandelingen, heeft Alrijne Ziekenhuis direct een crisisteam opgezet. Daarvoor krijgt het ziekenhuis een pluim van de onderzoeker. Bij de aanbevelingen voor de toekomst staat wel dat in de toekomst ook een donorkind als ervaringsdeskundige in dat team opgenomen moet worden. Dat geldt niet alleen voor het Alrijne, maar ook voor toekomstige gevallen in andere ziekenhuizen. Want Didi Braat verwacht niet dat het bij de nu bekende gevallen blijft.
Woensdag meldde Omroep West dat de zaak rond voormalig gynaecoloog Jos Beek uit Leiderdorp veel groter blijkt dan eerder gedacht. Begin dit jaar werd bekend dat hij tijdens vruchtbaarheidsbehandelingen 21 kinderen verwekte met zijn eigen zaad. Na onderzoek blijken er nu minimaal 41 nakomelingen te zijn. Bovendien is duidelijk geworden dat Beek drager was van een zeldzame erfelijke genetische aandoening, die kan zijn doorgegeven aan zijn nakomelingen. Twee van de kinderen zijn door de ziekte overleden. Toen vorig jaar 21 donorkinderen zich meldden bij het ziekenhuis omdat hun DNA een match vertoonde met dat van de arts, werd hoogleraar Didi Braat als voorzitter van een onafhankelijke commissie gevraagd om de zaak te onderzoeken. Zij is nu met aanbevelingen gekomen.